Jeugd van tegenwoordig

In haar recensie van mijn boek De jeugd van tegenwoordig: Emancipatie van liefde en lust sinds 1880 (Boeken, 29.06.2012) gaat Beatrijs Ritsema op zoek naar de waardeoordelen van de auteur. Uit de ontwikkelingen die ik constateer destilleert ze een zonnig vooruitgangsoptimisme dat ze ook laat klinken in woorden als ‘onstuitbaar’, ‘onontkoombaar’ en ‘uiteindelijk meer beschaving’. Maar haar morele fantasie gaat ver over de schreef bij de vraag waarom veel ouders en tieners zo moeizaam met elkaar over seks praten. Die moeizaamheid hangt samen met het onvermogen van ouders om hun kinderen bij hun seksuele ontwikkeling te helpen. En zij is groter naarmate ouders hun kinderen rigoureuzer hebben gestraft en afgewezen wanneer die in hun natuurlijke lichamelijke nieuwsgierigheid het eigen geslacht verkenden of (vanaf twee jaar) het geslacht van (een van de) ouders. Het is onomstreden dat kinderen zich tussen hun tweede en zesde jaar nieuwsgierig tonen naar het lichaam van de andere sekse en dat vrijwel alle ouders die verkenningen aan hun lichaam en geslacht vanaf zeker moment afwijzen. Zo wordt het incesttaboe van generatie op generatie overgedragen, want wie die grens tijdig niet stelt, pleegt incest. Maar de manier waarop het afwijzen plaatsheeft en wordt aangehouden maakt verschil, dat tendeert van autoritair en geschrokken naar vriendelijk en kalm. Afhankelijk daarvan kunnen de muren die zo om seksualiteit zijn opgebouwd in de puberteit of al eerder weer ten dele worden afgebroken om open gesprekken mogelijk te maken.

Ritsema biedt een tendentieuze weergave hiervan en trekt daaruit de conclusie: ‘Het ideaal is duidelijk: een soort grenzeloze gelijkheid tussen ouders en kinderen die resoneert met de vrijheid-blijheid-seks van de jaren zestig.’ Wie dit leest denkt dat ik een verdediging van incest heb geschreven, dat ik pleit voor datgene ‘waar de meeste ouders en tieners niets van moeten hebben’.

Een tweede bezwaar teken ik aan bij de bewering dat sociale klassenverschillen onderbelicht blijven en dat ik niet zwaar til aan hun betekenis voor seksueel gedrag en moraal. Dat is merkwaardig omdat ik in mijn boek vele keren constateer dat die verschillen in seksuologisch onderzoek onderbelicht blijven terwijl ik er juist uitvoerig en systematisch op inga.

Cas Wouters, Amsterdam