In luxeparadijs Cyprus staan de winkels leeg

De voorspoed is tot stilstand gekomen in Cyprus, het eiland van lage belastingen, Gucci en Armani. De groeiende werkloosheid leidt tot anti-Europees sentiment.

Vanaf half acht in de ochtend krult de rij om het gebouw voor Sociale Voorzieningen in Nicosia. Hier melden zich de nieuwe werklozen van Cyprus. Net afgestudeerde studenten. Moeders. Mannen op leeftijd. Op fluistertoon delen ze een nieuw, maar nu veelgehoord sentiment op het eiland.

„We zijn vreemdelingen in ons eigen land”, zegt Eliada Vouri. Ze is 32. Vorige maand werd ze ontslagen als medewerker van een scheepsbevrachter. Toen ze niet akkoord wilde gaan met een dertig procent salariskrimp huurde haar baas drie Grieken in van het vasteland.

Griekenland is volgens haar niet eens het grootste probleem. Het is het lidmaatschap van de Europese Unie. „Zie je ze daar staan”, zegt ze en wijst naar het einde van de rij. „Roemenen. Tsjechen. Ze staan in dezelfde rij als wij. Als het erop aankomt, kiest de werkgever toch voor hen. Ik was nooit een racist. Maar nu heb ik deze gevoelens. Wat mij betreft stappen we vandaag nog uit de unie.”

Als eiland gelegen op de maritieme routes van de oostelijke Middellandse Zee was Cyprus altijd een doelwit van buitenlandse invasies. Van Grieken, Romeinen, Genuezen, Venetianen, Ottomanen, Britten, Turken. Het sinds 38 jaar verdeelde eiland werd in 2004 lid van de EU.

Dat lidmaatschap zette de deuren wijd open voor Oost-Europeanen, die in Cyprus het viervoudige konden verdienen van thuis. Ze deden het werk waarvoor de Cyprioten de neus ophaalden. Dat kon, zolang de economie maar bleef groeien zonder dat de Cyprioten er veel voor hoefden te doen. Cyprus was, behalve toeristenbestemming, het belastingparadijs waar rijke Oost-Europeanen, Russen en anderen hun geld stalden.

Maar de jaren van voorspoed zijn voorbij. Om de ineenstorting van zijn grootste banken te voorkomen, vroeg Cyprus vorige maand hulp van het Europese noodfonds. Waarschijnlijk is een lening van zo’n 10 miljard euro nodig. Kredietbeoordelaars schrijven Cyprus af als „schroot”. Banken hebben acht keer de omvang van het nationale inkomen uitgeleend, vooral aan Griekse banken.

De werkloosheid is gegroeid tot 10 procent. Onder jongeren tot 25 jaar heeft een derde geen baan. De economie krimpt met een procent dit jaar.

De crisis is overal zichtbaar. Ooit schitterde het zuidelijke deel van het eiland, ten opzichte van de verpauperde Turks-Cyprioten aan de andere kant van de bufferzone. De winkelstraten aan de Grieks-Cypriotische kant hadden Armani en Gucci. Hier begon Europa.

Nu staan de winkels leeg. Volgens voorzitter Sophocles Moussoulos van midden- en kleinbedrijfvereniging Pasyme sluiten sinds begin dit jaar elke maand vijfendertig tot vijfenveertig winkels hun deuren aan de Griekse kant van het eiland. Hij legt een vuistdik boekwerk op tafel met honderden foto’s van winkelruiten van recent gesloten bedrijven.

„Toen de recessie in de Verenigde Staten begon riep onze minister van Economische Zaken: geen zorgen. Wij hebben de sterkste economie ter wereld. Er was zoveel euforie op Cyprus dat niemand dacht aan een mechanisme dat eventuele klappen kon opvangen”, zegt Moussoulos.

De recessie kwam. Tegelijkertijd met de enorme explosie, in juli vorig jaar, van containers vol munitie die jarenlang in de stralende zon op een marinebasis hadden gestaan. De explosie verwoestte de grootste elektriciteitscentrale op het eiland. „Sindsdien betalen we twee keer zoveel voor onze stroom omdat de regering de kosten voor de reparatie rechtstreeks doorberekend aan de ondernemers”, zegt Moussoulos.

Toch blijft hij in het EU-lidmaatschap geloven. „Als we deze crisis in ons eentje hadden moeten doorstaan, dan waren we al ingestort. Nu is er tenminste een vangnet.”

Hulp van het Europese noodfonds betekent waarschijnlijk dat Brussel een einde maakt aan Cyprus’ gunstige belastingvoorwaarden. „Een Europese financiële reddingsoperatie komt onherroepelijk op het bordje terecht van degenen die het niet kunnen betalen. Ik zou willen dat deze regering zijn bedrijven ging redden, in plaats van zijn banken”, meent de ondernemersvoorzitter.

De overwinning van de conservatieve pro-Europese partij bij de Griekse verkiezingen in mei lijkt ook Cyprus even respijt te gunnen. Als Griekenland uit de euro had moeten stappen, was Cyprus 10 miljard euro kwijtgeraakt.

Intussen richt de Cypriotische elite zijn hoop op de enorme gasvoorraden die eind vorig jaar ten zuiden van het eiland werden gevonden. Volgens het Amerikaanse energiebedrijf Noble Energy is de vondst al 40 miljard euro waard. „Maar ik verwacht de eerste opbrengst niet voor 2018”, zegt hoogleraar grondmechanica Panos Papanastasiou van de Universiteit van Cyprus, die de regering adviseert. „We moeten uitkijken ons nu rijk te rekenen.”

Buitenlandse energiebedrijven staan te trappelen om zaken te doen. De volgende invasie dienst zich alweer aan. Het zuidelijke deel van Cyprus zit in financieel zwaar weer, net als de rest van Europa. Maar het eiland is niet verloren.