Ik miste diepgang in mijn leven

Schrijfster Barbara Muller is idealist. Volgend jaar opent ze een opvangcentrum voor baby’s, met het eerste vondelingenluik van Nederland.

Barbara Muller (40) is niet het prototype van de idealist, met haar knalrode, hooggehakte pumps, haar Range Rover met leren bekleding en haar algehele hang naar luxe en aandacht voor haar uiterlijk. Ze schrijft er uitgebreid en met zelfspot over in haar autobiografische romans De babyplanner (2010) en Omarm me (2012). Bijvoorbeeld hoe ze voor de geboorte van haar tweede kind angstvallig haar vriendinnen instrueert om haar na de keizersnede toonbaar te maken. Zodat ze zich niet, zoals na de bevalling van haar eerste, genoodzaakt ziet om zichzelf van de eerste moeder-en-kind-foto’s af te knippen.

Schijn bedriegt. Barbara Muller is al vegetariër sinds haar achtste, ze eet biologisch en stemt op de Partij voor de Dieren. Maar vooral verwaarloosde en mishandelde kinderen kunnen op haar onvoorwaardelijke mededogen rekenen. In haar woonplaats Dordrecht richtte ze het Dushi Huis op, een kleinschalig, gezinsvervangend thuis voor kinderen die als gevolg van een hechtingsstoornis aan ontwikkelings- of gedragsproblemen lijden. Een vergeten groep, volgens Muller. En ze kan het weten, want ze werkte anderhalf jaar als leidinggevende bij de Raad voor de Kinderbescherming. Ze ging daar weg, zoals ze beschrijft in Omarm me, omdat ze voor haar gevoel vanwege alle bureaucratie te weinig kon betekenen. Begin volgend jaar opent ze het Babyhuis, een opvangcentrum voor baby’s wier ouders de verzorging – al dan niet tijdelijk – niet aankunnen. Daar zal ook het eerste vondelingenluik van Nederland komen. Weliswaar niet in de vorm van een luik, maar van een afgeschermde kamer. Het idee is hetzelfde als de babyluiken elders in Europa: wanhopige, pas bevallen moeders die hun kind anoniem willen afstaan, kunnen hun baby daar achterlaten, wetend dat het in goede handen is.

Behalve bijval is er ook veel kritiek op dit initiatief van Muller. Zo meent de Raad voor de Kinderbescherming, haar oude werkgever, dat een vondelingenluik voorbijgaat aan het recht van een kind om te weten wie zijn ouders zijn. De Raad heeft gedreigd juridische stappen te nemen zodra er een kind anoniem is achtergelaten in het Babyhuis. Muller is niet van haar stuk te brengen. „In Europa zijn de afgelopen tien jaar honderden baby’s in vondelingenluiken achtergelaten. Het enige waar ik aan denk, is wat er anders met die kinderen gebeurd zou zijn.”

Voordat je moeder werd tien jaar geleden, leidde je een totaal ander leven. In interviews vertel je dat je ‘wakker’ werd na de geboorte van je oudste dochter. Hoe ging dat precies?

„Ik was 29, werkte zestig tot zeventig uur per week als regiomanager bij een uitzendketen en als freelance weddingplanner. Vakanties en vooral uitgaan waren voor mij heel belangrijk. Alleen zijn kon ik niet. Alle avonden en weekenden propte ik vol met afspraken. Dat zag ik overigens zelf wel als een probleem, ik ben er zelfs voor naar een psycholoog gegaan. Van hem moest ik twee avonden per week thuisblijven. Alleen. Dan ging ik vriendinnen bellen, maar die zeiden: ‘Nee, je weet wat dokter Zimmerman gezegd heeft!’ en bats, ze hingen weer op. Pas na een tijdje kreeg ik er lol in om te koken voor mezelf en daarna een boek te gaan lezen of tv te kijken.”

En toen werd je ongepland zwanger.

„Ja, dat gebeurde zoals dat heet ‘door de pil heen’. Ik was in paniek, ik wilde helemaal geen kind, ik wilde het leven dat ik leidde niet opgeven. En bovendien had ik net mijn relatie beëindigd. Maar ik was tegen abortus, dus er zat niks anders op dan dat kind geboren te laten worden. Langzaam wende ik aan het idee, en op zeker moment besloot ik zelfs om mijn baan op te zeggen en iets maatschappelijk nuttigs te gaan doen. Al langer miste ik diepgang in mijn leven, ik was niet voor niets naar die psycholoog gegaan. Door die zwangerschap kwam dat proces in een stroomversnelling. Op de dag dat Eva geboren was en we voor het eerst alleen waren, lag ze daar zo in het kommetje van mijn arm, en ja, hoe noem je dat? Een soort bliksem. Ineens wist ik dat het niet langer allemaal om mij zou draaien, en dat dat goed was.”

Je houdt nog steeds van luxe, van mooie kleren en dure schoenen.

„Maar het staat niet meer op één. Bovendien heb ik nauwelijks nog tijd om te shoppen.”

Terwijl je absoluut niet tegen kinderleed kon, solliciteerde je bij de Raad voor de Kinderbescherming. In je boek zegt een van je vriendinnen: ‘Ooit een dokter gezien die niet tegen bloed kan?’

„Daar zat wat in. Ik las zelfs geen kranten omdat berichten over kindermishandeling me dagenlang van slag brachten. Maar ik heb uiteindelijk toch bij de Raad gesolliciteerd omdat ik het laf vond van mezelf als ik het niet zou doen. Dat was nadat ik per ongeluk vlak voor het slapen gaan op mijn laptop een bericht las over de Londense baby ‘P.’, die stelselmatig gemarteld was door zijn vader en een vriend, tot hij een gebroken rug had en zijn benen verlamd waren. Toen hij stierf aan zijn verwondingen was hij 18 maanden. Ik heb een uur gehuild. Daarna dacht ik: ‘Ik kan nog drie dagen huilen, maar dat lost niets op. Ik ga wat doen, ik ga kinderen helpen.”

Heb je geleerd om met die emoties om te gaan?

„Ik lees nog steeds geen kranten. Bij de Raad voor de Kinderbescherming zat ik soms te huilen op de wc als er een dossier behandeld werd. Het raakt me niet minder dan vroeger. Maar ik zie nu ook de gezichten van de kinderen in het Dushi Huis, die anders in een instelling hadden gezeten. Dat ik wat kan doen, brengt het meer in balans.”

Kinderleed raakt iedereen, maar bij jou komt het extra hard aan. Hoe komt dat?

„Als kleuter kon ik er al niet tegen als andere kinderen werden gepest. Ooit heb ik op het schoolplein, toen ik een jaar of negen was, twee jongens die een kind aan het treiteren waren een kaakslag verkocht. Terwijl ik klein van stuk was, en tenger. Kort geleden zag ik dat een kind door twee oudere jongens in elkaar werd geslagen. ‘Zet je schrap’, zei ik tegen mijn dochters en scheurde met mijn auto het grasveld op waar het gebeurde. Ik ben zelfs een keer in Rotterdam op een vrijdagavond tussen zes Marokkanen gesprongen die een kleine jongen aftuigden. Dat is stom ja, ik weet het. Maar ik kan niet anders.”

En waarom trek je je juist mishandeling en verwaarlozing zo aan? Ik bedoel: kinderarbeid en kinderprostitutie zijn ook erg.

„Omdat liefde en aandacht een eerste levensbehoefte zijn voor kinderen. Baby’s kunnen hersenbeschadigingen oplopen als ze te weinig affectie krijgen, ze kunnen er zelfs aan doodgaan. Vorig jaar las ik – ook weer min of meer per ongeluk, bij de kapper – over het 2-jarige meisje Cheyenne dat stierf na te zijn mishandeld. Haar moeder was depressief en kon de opvoeding niet aan. Toen besloot ik dat er in Nederland een vondelingenluik moest komen, om tenminste een aantal van die kinderen te kunnen redden.”