'Het muizenboek' was de wereld

De muizenliefde van Karina Schaapman, schrijfster van het bekroonde kinderboek Het Muizenhuis, begon vroeg.

‘Andere kinderboeken dan Het muizenboek van Clinge Doorenbos had ik als kind niet. Voor meer boeken was geen geld. Het lukte mijn moeder niet om, ondanks een goede opleiding, na haar immigratie uit Indonesië in het Leiden van de jaren zestig een baan te vinden. Geld ontvingen we van de Sociale Dienst. Dat ging op aan belangrijkere zaken. Eten. De Nederlandse keuken vond mijn moeder maar niks. Ze haalde het daarom bij een toko, waar eten verschrikkelijk duur was. Een kinderboek was geen primaire levensbehoefte.

„Toch had ik aan dat ene boek genoeg. Het muizenboek belichaamde alles wat mij toen voor ogen stond. Vijf lieve muizenkindjes bij bij hun moeder, in een muizenhol onder een keuken. Die warmte en geborgenheid. Dat had ik met mijn moeder ook. Maar een grote familie had ik niet. Als kind maakte ik van kartonnen dozen een voltallige familie, een oom en tante, opa en oma, broer en zus. Die miste ik.

„In dat muizenholletje deed alles het, tot het kacheltje aan toe. De muizenkinderen haalden er om de haverklap kachelpoets voor. Ik vond dat indrukwekkend. Met een kachel kon mijn moeder niet overweg. Verwarming had ze in Indonesië nooit nodig gehad. Onze kachel stond werkeloos in de woonkamer.

„In Het muizenboek oogde het bestaan perfect. In tegenstelling tot mijn echte leven. De buitenwereld kwam op mijn moeder en mij als vijandig over. Wij zagen er anders uit, aten anders, veel rijst, sambal en trassi. Dat laatste gaf een scherpe lucht af. Buurtbewoners vonden dat stinken. Ze noemden ons ‘de stinkerds’ of ‘pindapoepchinezen’. Wij moesten oprotten naar ons eigen land.

„Mijn moeder kwam weinig buiten. Binnen vertelde ze me verhalen van vroeger. Over haar zoektocht naar slangeneieren als kind, over de mango’s en papaja’s die ze van de bomen plukte. Magisch was dat. Mango’s en papaja’s waren begin jaren zestig helemaal nog niet verkrijgbaar in Nederland. Maar hoe mooi ook, de verhalen stonden ver af van de dagelijkse realiteit.

„Via Het muizenboek kwam ik met die realiteit, de Nederlandse cultuur, in contact. Ik zal nooit die passage vergeten waarin moedermuis een warme schotel vla met bessen op tafel zet. Zoiets kende ik alleen van onze Nederlandse buren. En één ding was duidelijk: wij waren niet als zij. Wij aten rijst in plaats van brood. Rijstepap in plaats van vla. Op mijn aandringen las mijn moeder die passage keer op keer voor. Zodra ze eraan begon, was het alsof de geur van warme vla met bessen in ons huis hing.

„Toen ik in 2008 een kinderboek wilde gaan schrijven, bladerde ik Het muizenboek weer door. Ik kwam op het idee een muizenhuis te gaan bouwen. Het project mondde uit in Het Muizenhuis, mijn eigen kinderboek, waarin de muizenkinderen Sam en Julia een hoofdrol spelen. Mensen die het boek kennen, zullen in Julia wel iets van mij herkennen. En dat klopt ook. Julia woont met haar moeder alleen op een kamer, middenin het muizenhuis. Ze heeft geen familie, alleen haar moeder. Haar vriendje Sam, met wie Julia allemaal avonturen beleeft, heeft dat juist wel. Sam komt uit een groot gezin. Maar Sam is ook verlegen en bang. Julia is dat niet. Ze is eigenwijs, nieuwsgierig. Ze wil de wereld om haar heen ontdekken, is grensverleggend. De Julia uit Het Muizenhuis, dat was ik als kind. We waren arm, maar een kinderboekje als Het muizenboek kon een wereld voor mij openen. Geestelijk was ik enorm rijk.”

Clinge Doorenbos: Het muizenboek. Alleen tweedehands verkrijgbaar. Karina Schaapman: Het Muizenhuis. Rubinstein, 60 blz. € 14,95. Op 5 september verschijnt deel 2: Sam & Julia in het theater.