Groot, groter, grootst - en dat is alleen al de olympische kunst

Wat hebben Shakespeare, Tracey Emin, een springkussen in de vorm van Stonehenge en The Royal Ballet met elkaar gemeen? En wat hebben ze gemeen met de Olympische Spelen? Alles, vindt het organiserend comité van de Londense Spelen, Locog. Kunstenaars nemen net als sporters risico’s, ze tonen doorzettingsvermogen, en proberen de beste te zijn. En zowel „sporters als kunstenaars inspireren en verbazen ons”.

Orbit van Anish Kapoor, hier nog in aanbouw

Orbit van Anish Kapoor, hier nog in aanbouwOrbit van Anish Kapoor, hier nog in aanbouw

Daarom wilden de Britten naast de Olympische Spelen ook de Culturele Olympiade – een verplicht onderdeel van de Spelen - groots vieren. De afgelopen vier jaar vonden er al enkele evenementen plaats, maar nu is het hoogtepunt aan de gang: het London 2012 Festival. Het moet, in de woorden van festivaldirecteur Ruth Mackenzie, de „grootste culturele viering ooit” worden. „Ik weet zeker dat we dingen gaan zien die we nooit zullen vergeten”, zei ze tijdens de presentatie van het 140 bladzijden tellende programma.

De cijfers zijn indrukwekkend: er worden 12.000 – deels gratis – evenementen gehouden op 900 locaties door 25.000 kunstenaars. In iedere hoek van het Verenigd Koninkrijk vindt er tot begin september wel iets plaats: van dansvoorstelling tot openluchttheater of tentoonstelling. Alle grote musea, theater- en muziekgezelschappen doen mee. De bijna 100 miljoen pond die de olympiade kost, komt voor een belangrijk deel uit sponsor- en loterijgeld.

De crème de la crème van Britse kunstwereld werkt aan de olympiade mee: naast beeldend kunstenaar Tracey Emin en andere Turner Prize-winnaars, bijvoorbeeld acteur Stephen Fry, die gastheer is van een comedyfestival, zanger Damon Albarn, wiens opera Dr Dee in première gaat.

De olympiade moet vooral laten zien hoe divers Britse kunst is. Die blijkt vooral te bestaan uit de categorie ‘groot, groter, grootst’. Voor Martin Creeds No 1197 moeten bijvoorbeeld op 27 juli om acht uur ’s ochtends alle kerkklokken in het land tegelijk drie minuten luiden.

Morgen proberen de Britten het wereldrecord dansen te verbreken, door onder meer in Cardiff een grote Bollywood-choreografie uit te voeren en in Cambridge een traditionele Morrisdans. Gehoopt wordt dat vijf miljoen dansers meedoen.

En Britse kunst, zo lijkt de organisatie te willen zeggen met de programmering, is niet elitair maar toegankelijk voor iedereen. Voor iedere doelgroep is er wel iets verzonnen. Geschikt voor families? De kindertheaterworkshops in het Londense West End. Voor jongeren? Popconcerten langs de Theems. Multicultureel? De Africa Express-trein met Marokkaanse en Algerijnse musici rijdt door het land. Internationaal? Het Aldeburgh wereldstudentenorkest, dat via YouTube auditeerde, brengt onder meer Benjamin Britten ten gehore.

Moderne kunst, oude meesters, mode? Check, check, check. Het meeste vindt bovendien op ongewone locaties plaats, zoals een celloconcert aan de kust bij Portland.

Wat vooral opvalt, is dat weinig een expliciete link heeft met sport of de Spelen. In het British Museum is een tentoonstelling van medailles, in de Tate Britain van olympische posters, en in het Royal Opera House van olympische ‘schatten’.

Het is ook niet de bedoeling, vindt festivaldirecteur Mackenzie. Ze wijst erop dat de Spelen altijd een culturele en een sportieve kant hadden: „In het oude Griekenland vierden sporters en kunstenaars het olympische jaar samen. De deelnemende landen beloofden de onderlinge strijd te staken om naar sporters te kijken én naar kunstenaars.” Die gedachte nam de Franse baron Pierre de Coubertin over voor zijn moderne Spelen, en tot 1948 kregen kunstenaars medailles voor de zogenoemde ‘Vijfkamp van de Muses’: architectuur, muziek, literatuur, beeldende kunst en schilderkunst.

London 2012 Festival moet een viering worden van het beste wat (Britse) kunst de wereld te bieden heeft. Symbool is volgens Mackenzie de Orbit van de Brits-Indiase kunstenaar Anish Kapoor, een gigantische rode stalen uitkijktoren van 114 meter hoog. Die staat niet voor niets naast het olympisch stadion.