Eiland in nood zit Europese Unie voor

Cyprus geldt in Brussel al langer als probleemland, door het conflict met Turkije. Financiële problemen komen daar nu bij. Het land zit zes maanden de EU voor.

Als een land voorzitter wordt van de Europese Unie, voor zes maanden, dan zegt de regeringsleider van dat land mooie woorden over Europa. President Demetris Christofias van Cyprus, sinds 1 juli EU-voorzitter, sprak gisteren op een bijeenkomst met Brusselse journalisten in Nicosia ook mooie woorden. Maar ze gingen over Rusland.

Rusland is een „goede vriend” van Cyprus. Rusland „helpt en beschermt Cyprus zonder er iets voor terug te willen”. En Rusland leende Cyprus al eens geld „zonder voorwaarden vooraf”. Kom daar maar eens om in Brussel.

Toch kreeg de president, de enige leider in Europa die lid is van een communistische partij, nog geen antwoord uit Moskou op zijn vraag om een nieuwe lening. Hij probeerde ook China, zonder succes. Cyprus, waar de banken worden meegesleurd door de problemen in Griekenland, heeft nu geld gevraagd uit het Europese noodfonds, zoals eerder Griekenland, Portugal, Ierland en Spanje.

President Christofias maakte zich er nauwelijks druk over, maar andere politici in zijn land noemen het „heel ongelukkig” dat juist in de eerste dagen van het EU-voorzitterschap een delegatie in Cyprus is van de Europese Commissie, het IMF en de Europese Centrale Bank. Die ‘troika’ gaat na hoe Cyprus er financieel voorstaat en welke hervormingen nodig zijn in ruil voor geld uit het noodfonds.

Hoeveel gezag heb je dan nog als EU-voorzitter? Cyprus zal tot het eind van het jaar vergaderingen van Europese ministers moeten leiden over moeilijke onderwerpen als de vrij-reizenzone Schengen en de EU-begroting. „De regering had veel eerder een beroep moeten doen op het fonds”, zegt parlementariër Charis Georgiades van de grootste oppositiepartij, de conservatieve DISY. „We hadden ook al veel eerder met hervormingen kunnen komen. De bevolking is zwaar teleurgesteld.”

Yiannakis Omirou, voorzitter van het parlement in Cyprus, zit in zijn werkkamer net voordat hij een gesprek heeft met de troika. Hij zegt dat de Cyprioten „angstig afwachten” wat de delegatie van de ECB, het IMF en de Commissie precies wil. „Ze hebben van nabij gevolgd wat er in Griekenland gebeurde.”

Zelf zal Omirou, die een kleine sociaal-democratische partij leidt, tegen de delegatie zeggen dat de politieke partijen in Cyprus anders reageren dan in Griekenland: ze zijn bereid om samen te werken om het land er weer bovenop te helpen.

In Brussel geldt Cyprus als een lidstaat die veel aandacht vraagt: door de problemen die het heeft met Turkije, kandidaat-lid van de EU, en ook door de harde standpunten over Kosovo. Er zijn nog vier EU-landen die Kosovo niet erkennen, maar die doen niet zo moeilijk over alles wat met Kosovo te maken heeft als Cyprus. Dat de meeste EU-landen Kosovo wél erkennen vindt Cyprus een gevaarlijk voorbeeld: het eigen Turkse Noorden zou dat kunnen volgen.

Op een doordeweekse middag is er in het ministerie van Buitenlandse Zaken in Nicosia geen ambtenaar te zien: ze beginnen om half acht en om half drie gaan ze naar huis. De troika zal er zeker op letten: ambtenaren in Cyprus gaan ook al met pensioen als ze begin zestig zijn en hun salaris stijgt mee met de inflatie.

Minister van Buitenlandse Zaken Erato Kozakou-Marcoullis is er nog wel. Volgens haar is het onzin dat Cyprus in de EU bekend staat als ingewikkeld. „Ik merk daar nooit iets van.” Door zijn geografische ligging is Cyprus strategisch altijd belangrijk geweest, zegt ze. En door de vondst van grote gasvoorraden in zee zal Cyprus volgens de minister alleen nog maar belangrijker worden.

Turkije steunt het Turkse deel van Cyprus, dat van de gasvoorraad wil mee profiteren. Het stuurde al eens oorlogsschepen tot vlak bij de gasboringen. Turkije heeft ook in Brussel laten weten dat het de komende zes maanden niets te maken wil hebben met de EU als de gesprekken worden geleid door voorzitter Cyprus.

De minister van Buitenlandse Zaken noemt dat „een belediging voor de EU”. „Het is ook geen gedrag dat je Europees kunt noemen.” Volgens haar begrijpen de andere EU-landen hoe moeilijk het voor Cyprus is om Turkije als buurland te hebben. Maar of haar land genoeg steun krijgt in de EU? „Dat het genoeg is, kan ik niet zeggen. Er is nog geen oplossing.”

Tegen de Brusselse journalisten praatte president Christofias een half uur lang over de onderhandelingen tussen het Griekse deel van Cyprus en het Turkse deel – die nog tot niks hebben geleid, omdat Turkije zich ermee bemoeit en „zich gedraagt als een koloniale macht”.

In het Europees Parlement in Straatsburg, waar Christofias de plannen van het EU-voorzitterschap presenteerde, had hij het deze week ook steeds over de Turkse „bezetting” van Noord-Cyprus.

In de ministeries in Nicosia, waar al heel lang wordt gewerkt aan de voorbereidingen van het EU-voorzitterschap, wordt gezucht en geklaagd. Het was de bedoeling, zeggen ambtenaren, dat Cyprus zou laten zien dat het Europees denkt en compromissen kan bedenken. „Maar waar gaat het over? Over vriend Rusland en probleem Turkije.”