Daverend groovende show van Sven Hammond Soul

‘Volgens mij zijn we begonnen’, juichte Sven Figee, na een half uurtje van de daverend groovende show van zijn Sven Hammond Soul. Van buiten de afgeladen Congo kon je de dieselmotor van de Nederlandse band al horen ronken en binnen in de tent deinde en klapte het publiek volop mee. Zelfs toen de versterker van zijn Hammond Orgel ermee op hield, bleef Figee monter: ‘Sta je op North Sea Jazz… Gelukkig zijn ze hier op alles voorbereid.’

De sfeer kwam er goed in met de hit ‘Oh Woman’, gloedvol gezongen door Ivan Peroti, een nummer met een fijn trekkende swing. Daarna was het weer de beurt aan de instrumentalisten, die de spanningsboog strak hielden. Tom Beek op tenorsax spon een wervelende melodielijn rond de instrumentale funk van de ritmesectie. Even later knalde Arjan Muusz een reeks dikke noten uit zijn baritonsax, aangevuurd door Figee, die hem een handdoek koelte toe wapperde als een bokscoach zijn pupil.

Zelfs soleerde de bandleider ook op zijn orgel, maar met zijn gierende, jagende sound fungeert hij beter als aangever dan als afmaker. Figee was wel in het oog springend door de manier waarop hij bijna in zijn toetsen wilde verdwijnen als hij de nummers opzette en van vuur voorzag.

De dampende afsluiter paste in de dynamiek van het concert, maar als cover van Prodigy’s snoeiharde ‘Smack My Bitch Up’, was het net iets te weinig gemeen. Dit kwam niet in de buurt van het origineel of van de vuige Britse punkjazz die een paar geleden het festival onder stroom zette. Maar Figee had gelijk: het festival is begonnen, en goed ook.