Concurrentie is ouderwets, jammer

De snelle Fyratrein zou vast stipter rijden als hij in handen zou zijn van een concurrent van NS, maar monopolies keren terug. Marktwerking is uit de mode.

De supersnelle Fyratrein is een half uur vertraagd. De Fyra rijdt niet. De Fyra is kapot. De Fyrabrug is kapot. De Fyra staat een uurtje stil. Het kan toeval zijn, maar tot nu toe ben ik de helft van de keren dat ik de Fyra wilde nemen, veel later aangekomen dan met een gewone trein. Mijn langste Fyrareis tussen Rotterdam en Schiphol duurde tweeënhalf uur, waarbij we midden op het spoor moesten overstappen op de trein uit Parijs.

Ik wil dus eerst weleens zien of de Fyra arriveert voor ik mijn kaartje afstempel. Anders ben ik dat toeslaggeld kwijt en moet ik alsnog in een snellere intercity. Maar bijna alle stempelautomaten in Rotterdam Centraal zijn kapot. Alleen bij de ingang van het station zijn er nog een paar te vinden. Als de Fyra een keer op tijd is, moet je een sprint van een paar honderd meter trekken om alsnog af te stempelen.

Waarom niet een nieuwe stempelautomaat vlakbij de Fyra zetten? „Die dingen gaan eruit. Daarom vervangen we ze niet meer”, legde een conducteur mij uit.

Met andere woorden: het is misschien handig voor u, de klant, maar daar hebben wij zo’n kleine uitgave niet voor over. Als je maar een Fyratoeslag koopt en afstempelt, dan is dat geld tenminste binnen.

In een interview in deze krant bevreemdde het minister Schultz van Haegen dat de reiziger soms „heel boos” is als het systeem stilligt. Uiteraard is niet elke vertraging te voorkomen. Aan plotselinge, hevige sneeuwval of blikseminslag kan het spoor niets doen. Maar dat elke blikseminslag een domino-effect heeft op al het treinverkeer, omdat conducteurs en machinisten er aardigheid in hebben om dagelijks door het hele land te reizen, lijkt me niet nodig. Elke vertraging besmet de volgende trein, want die wacht op de machinist van de stilstaande trein.

Zo zijn er meer ergernissen. Voor goede informatie heeft de reiziger een smartphone nodig. Anders hoor je pas dat de vertraagde trein niet meer rijdt zodra het mogelijke alternatief is vertrokken.

Een toefje concurrentie zou reuze helpen, maar de vrije markt is uit de mode. Bij de concurrenten van NS in het buitengebied blijven conducteurs en machinisten wel op dezelfde lijn rijden en zij popelen om meer lijnen over te nemen. Tevergeefs.

Als de Fyra niet deels in handen van NS was geweest, maar van Deutsche Bahn, zou NS bij panne meteen omroepen dat de intercity sneller op de bestemming komt. Helaas, NS heeft te veel voor de hoge snelheidslijn betaald en dus moeten we de Fyra in.

‘De marktwerking is mislukt’, daar zijn de monopolisten het mee eens en ze willen alles weer terug zoals vroeger. De energieleveranciers willen het netmonopolie terug, NS weer in een verstoppende kaasklont samen met Prorail. Concurrentie is ouderwets. Een voorproefje is te zien in station Rotterdam.