Blind hoppend van bord naar bord

Grootmeester Erno Prosman hoopt vandaag in Gouda een wereldrecord op de grotere Ton Sijbrands te heroveren. „Iedere partij is een apart hokje in mijn hoofd.”

Erno Prosman vanmorgen voor aanvang van zijn recordpoging in Gouda. Ruim 24 uur zit hij in complete afzondering. Foto Leo van Velzen

De geur van houten damstenen is typisch. Muf, in veel gevallen. De schijfjes liggen vaak ook al zo lang in de kast. Er is al tijden niet meer mee gespeeld. Te saai. Of te voorspelbaar.

Probeer in gedachten een dambord te visualiseren. Honderd zwart-witte vlakjes op je netvlies gebrand. Je tegenstander geeft de zetten door, en jij probeert in het hoofd alles te onthouden. Maar we maken het moeilijker. Er komt een dambord bij om op te spelen. En nog één. Welke steen had je nu ook alweer op welk bord gespeeld?

Het zijn vragen waarover Delftenaar Erno Prosman (39) zich komend etmaal het hoofd mag breken. De internationaal damgrootmeester begon vanmiddag in Gouda aan de grootste uitdaging uit zijn carrière. In complete afzondering, met niet meer dan alleen een namenlijst van zijn tegenstanders, probeert hij het wereldrecord blindsimultaandammen aan te vallen. Hij damt daarbij niet één of twee wedstrijden, maar speelt tegen liefst dertig uitdagers.

Het is een slopende poging. Tussen de vierentwintig en dertig uur zal de beproeving naar verwachting duren. Het lijkt ogenschijnlijk eenzaam, maar ondertussen werken de hersenen van Prosman op volle toeren. Hij moet alle zetten van zijn dertig tegenstanders, die achter een fysiek dambord zitten, via een telefoonverbinding tot zich laten komen en onthouden. ‘In het hoofd’ hopt Prosman van bord naar bord.

Een onmogelijke opgave? Ondanks zijn jarenlange ervaring vindt de Shellwerknemer het lastig uit te leggen hoe hij het precies klaarspeelt. Het zit in ’m, dat voelt hij. „Ik denk in namen, niet in damborden”, begint hij. „Dat maakt het makkelijker. Ik hanteert een vaste reeks van eerste zetten, feitelijk mijn enige structuurhouvast. Iedere partij is een apart hokje in mijn hoofd. Als ik bezig ben met de ene tegenstander, heb ik geen idee wat er op het andere bord is gebeurd. Dat sluit ik af. Kom ik na een rondje weer terug bij hetzelfde bord, dan zie ik de stand meteen voor ogen.”

Eigenlijk zijn er wereldwijd maar twee personen die zich durven over te geven aan deze vorm van denksport. Je hebt dammen, blinddammen en simultaandammen, maar blindsimultaandammen is de overtreffende trap. De levende damlegende Ton Sijbrands was jarenlang heer en meester. Hij voerde in de periode 1982-2007 het record op van 10 tegenstanders tot 25. Prosman raakte in zijn jeugd gefascineerd door alle recordpogingen. „Ik zei tegen vrienden: ‘dat kan ik ook’. ‘Laat maar eens zien’, was dan het antwoord.”

En zo geschiedde. In 2008 nam Prosman een sabbatical van acht maanden om zich optimaal voor te bereiden. Hij slaagde erin het record succesvol aan te scherpen tot 26 tegenstanders. Een jaar later ging Sijbrands in de tegenaanval. Meer dan veertig uur had hij nodig – steunend en puffend sleepte hij zich door de nacht, maar het lukte hem uiteindelijk wel het wereldrecord te heroveren – met één extra tegenspeler.

Vier jaar na zijn eerste recordpoging heeft Prosman opnieuw moed verzameld. De laatste weken trainde hij vier tot vijf uur per dag. „Vlieguren maken”, noemt hij dat. „Je speelt ’s nachts, om te kijken of dat problemen oplevert voor de concentratie. Dat is het moeilijkste: meer dan vierentwintig uur achtereen scherp blijven. In het begin gaat het wisselen van bord snel. Ik heb alle tegenspelers geanalyseerd. Hoe spelen ze tegen iemand waarvan ze denken dat die sterker is? Hebben ze naar verloop van tijd concentratieverlies?” Zijn tegenstanders zijn van goed clubniveau.

„Toch komt altijd die twijfel. Wat heb ik ook alweer gespeeld? Heeft mijn tegenstander die zet al gedaan, of heb ik dat in gedachten alvast berekend? Van de gemiddeld 1.500 zetten, zijn er ongeveer drie waarbij ik geen idee heb hoe het bord staat. Dan moet ik gokken.”

De voormalig Nederlands kampioen dammen denkt dat zijn geheugen op de goede manier is gevormd voor deze discipline. „Toen ik dertien was, keek ik mee met teamgenoten. Na afloop kon ik veel van die standen gewoon opzeggen. Vaak ging dat beter dan de spelers zelf.”

Prosman moet zeventig procent van zijn partijen winnen. Dat kan hij doen door bijvoorbeeld veertien zeges en veertien remises te noteren en slechts twee potjes te verliezen. Dat klinkt simpeler dan het is, na vijf onreglementaire zetten telt iedere volgende fout meteen als verliespartij.

Het is afwachten of Prosman opnieuw de titel weet te heroveren op Sijbrands. De uitdager weet nu al dat hij dagen moet herstellen. „Mijn hersenen worden hyper”, legt hij uit. „Ik heb achteraf nog drie dagen last van hoofdpijn.”

Zijn echtgenote Linda vult aan: „De volgende ochtend vind ik Erno op de bank. Met een dambord. Dan gaat hij zijn tricky partijen naspelen. Het hoor erbij. Al die honderden zetten ben je niet zomaar kwijt, ze moeten natuurlijk wel uit je systeem.”

De recordpoging is live te volgen op de website blindsimultaangouda.nl