Zoektocht naar geld dat er niet is

Woningcorporatie Vestia was cruciaal voor de renovatie van Rotterdam-Zuid. Maar haar geld is op. Kan het Rijk nog wat betekenen? Anders wordt het niks ‘op Zuid’.

Vuilnis op de stoeprand in Charlois, een van de probleemwijken die Rotterdam-Zuid telt. Foto Bas Czerwinski

Met een „onorthodoxe aanpak” zou hij Rotterdam-Zuid er weer bovenop krijgen. De verwachtingen waren hooggespannen toen oud-oppositieleider Marco Pastors een half jaar geleden aan de slag ging als directeur van het ‘Nationaal Programma Rotterdam Zuid’, een noodplan voor het armste deel van de stad. Te hoog, bleek gisteren bij de presentatie van zijn plannen voor de komende twee jaar. Het belangrijkste voornemen, 35.000 woningen vernieuwen, wordt op de lange baan geschoven. De crisis bij woningcorporatie Vestia haalt een streep door de rekening.

Rotterdam-Zuid (200.000 bewoners) kampt met problemen die groter zijn dan elders in Nederland: werkloosheid, laag opleidingsniveau en criminaliteit. In de slechtste wijken ontvangt één op de vijf inwoners een uitkering. Onder leiding van Pastors zou het gebied binnen twintig jaar weer op hetzelfde niveau moeten zitten als de rest van de stad, werd vorig jaar afgesproken.

Maar door de financiële problemen bij Vestia is er voorlopig geen geld voor een van de pijlers onder het plan: het opknappen van verouderde woningen. De corporatie heeft geplande projecten ‘op Zuid’ in de uitverkoop gedaan. Ze schrapt er voor 280 miljoen euro aan nieuwbouw- en renovatieprojecten. Daarmee is de woningcorporatie „een enorme zorg” geworden voor het verbeterprogramma, zegt wethouder Hamit Karakus (PvdA).

Al sinds de afspraken voor Rotterdam-Zuid op papier staan, wordt getwist over de vraag wie de vernieuwing van de woningen voor zijn rekening moet nemen. Het Rijk wil het niet betalen, Rotterdam kan het niet. En na het instorten van Vestia hebben ook de woningcorporaties er geen geld meer voor. „Toen we begonnen, was er al te weinig geld”, zegt Marco Pastors, „en vanwege Vestia komen we nóg meer tekort.”

Vandaar dat het programma zich de komende twee jaar richt op projecten die geen geld kosten. Op basisscholen wordt de leertijd uitgebreid en jongeren krijgen baangaranties aangeboden als zij kiezen voor opleidingen in de zorg of techniek.

Toch blijft de fysieke opgave voor Zuid de grootste, weet wethouder Karakus. Hij heeft zijn hoop op het Rijk gevestigd. Het Rijk heeft zich aan Zuid gecommitteerd, „en dat schept verplichtingen”. De wethouder houdt zich vast aan wat minister Spies dinsdag in de Kamer zei: ze voelt „een bijzondere verantwoordelijkheid” voor Rotterdam-Zuid.

Wat die ‘bijzondere verantwoordelijkheid’ waard is, wordt de komende maanden duidelijk. Binnen twee jaar moet de pot met geld gevonden zijn, zegt Marco Pastors. „Als dat niet lukt, is het programma voor Rotterdam-Zuid mislukt.”