Wie luistert er naar de leraar?

De resultaten van de Citotoets tellen zwaarder dan het advies van de leerkracht. Jammer, maar begrijpelijk, stelt leraar Kees Kugel.

Stelt u zich het volgende voor: u bent leerkracht in groep acht. U heeft weer een heel jaar met kinderen gewerkt, u heeft over de schoolkeuze van uw leerlingen met ouders gesprekken gevoerd en u bent het met de ouders eens geworden over een schooladvies.

Vervolgens zit u tegenover de brugklascoördinator van een middelbare school. Voor haar ligt een blad papier met een grafiek erop. Zij neemt het woord: „Johan heeft u een vwo-advies gegeven. Dat advies kunnen wij helaas niet overnemen. Johan scoorde op de toets ‘begrijpend lezen’ van het Citoleerlingvolgsysteem een C. Bovendien heeft hij op de Cito-eindtoets 543 gescoord. De minimumscore voor vwo is 545.”

U probeert duidelijk te maken dat Johan qua denkniveau een echte vwo-leerling is en u vraagt of hij niet de kans kan krijgen om zich te bewijzen. De brugklascoördinator geeft een verbijsterend, maar eerlijk antwoord: „Als Johan een vwo-advies krijgt en hij gaat aan het eind van de brugklas toch naar de havo, dan ziet de inspectie dat als afstromen en onze school wordt daarop afgerekend.”

Het is schokkend wat hier gebeurt: een leerling met doorzettingsvermogen en een goede werkhouding, die voldoende intellectuele bagage heeft om naar het vwo te gaan, wordt geweigerd vanwege een iets te lage score op een toets.

Meten is weten. Wie deze uitspraak aanhaalt, kan altijd rekenen op instemming. We voeren braaf uit wat het Cito ons biedt aan toetsmateriaal. We plaatsen zelfs kinderen van vier aan een tafeltje voor het maken van een toets. Het gaat immers om opbrengsten en leerrendement – input en output.

We toetsen alle leerlingen voor technisch lezen, rekenen, spelling en begrijpend lezen. De laatste jaren zijn hieraan toetsen voor woordenschat, leestempo en leestechniek toegevoegd. De toetsen worden steeds uitgebreider en bestaan uit steeds meer delen. Dan zijn er nog de Cito-entreetoets in groep zeven en de Cito-eindtoets in groep acht. De vraagstelling en de wijze van toetsen wordt in Nederland geheel bepaald door het Cito. We nemen ook nog methodetoetsen af voor diverse vakken. Alle resultaten moeten worden ingevoerd in een computerprogramma. Geregeld zit een leerkracht de hele dag achter de computer.

Dan komt de inspecteur op bezoek. Vroeger observeerde deze functionaris langdurig de wijze waarop leerkrachten les gaven. Nu stapt de inspecteur de klas binnen, vraagt naar de ‘zorgmap’ en gaat naar de kamer van de directeur om minutieus de administratie door te nemen. Niemand vraagt hoe er les wordt gegeven, hoewel goed lesgeven juist leidt tot goede opbrengsten.

Al dat meten en toetsen en die omvangrijke administratie moeten de kwaliteit van het Nederlandse onderwijs verbeteren. Tegelijkertijd verslechtert de kwaliteit van leerkrachten. Elementaire vaardigheden worden niet meer beheerst. Ik heb me weleens afgevraagd hoe iemand die zelf niet weet hoe het moet het werk van leerlingen moet verbeteren.

Leerkrachten in opleiding willen maar één ding: fatsoenlijk les krijgen, van goede docenten. Dit krijgen ze niet. Ze worden heengezonden met een reader en moeten het zelf uitzoeken, volgens de mythe die in het hbo tot geloof is geworden: je hoeft het niet te weten, je kunt het wel opzoeken. Tot de leidinggevenden dringt niet door dat je niets kunt opzoeken als je niets weet. Het wordt te duur gevonden om aankomende leerkrachten les te geven.

Laatst woonde ik een les bij over Zuid-Limburg. In de tekst kwam het woord ‘mergel’ voor. Een leerling vroeg: „Juf, wat is mergel?” De juf kon de vraag niet beantwoorden. Ze zou het opzoeken, zei ze.

Vorig jaar kwam een vierdejaarsstudent me vragen of ik haar wilde leren hoe je een liedje aan een klas moet leren. Daar was nog nooit iemand over begonnen. De inhoudelijke uitholling van het basisonderwijs is te wijten aan volstrekt onvoldoende toegeruste leerkrachten die in toenemende mate de school binnenkomen. Overigens is dit ook een van de oorzaken van ordeproblemen. Welke lastige leerling kan het opbrengen respect te hebben voor een lege, inhoudsloze figuur voor de klas?

Niet meten op zichzelf leidt tot weten. Onderwijzen leidt tot weten. Veel meer aandacht moet worden besteed aan het verwerven van basiskennis voor de schoolvakken. De leraar moet overzicht geven over de leerstof.

We moeten voor elkaar krijgen dat de leerkracht weer iemand wordt op wiens oordeel ouders kunnen vertrouwen en op wiens advies middelbare scholen met een gerust hart kunnen afgaan. Nu is de ervaren leerkracht met een gefundeerd schooladvies eerder een sta in de weg en wordt hij links en rechts gepasseerd.

Kees Kugel is leerkracht in groep 8.