Waarom verleren we nooit hoe we moeten fietsen?

Arjen de Waal uit Den Haag leert zijn zoontje fietsen en dat blijkt geen sinecure. Het riep bij hem de vraag op waarom we deze moeilijke vaardigheid later in ons leven nooit meer afleren.

Fietsen leer je door ervaring. Je moet heel veel oefenen, oefenen, oefenen. „Je moet leren om bewegingen te maken die passen bij wat je op de fiets ziet en voelt”, zegt neuropsycholoog Wiebo Brouwer, hoogleraar aan de Rijksuniversiteit Groningen. Als je bijvoorbeeld naar rechts dreigt te vallen, moet je leren snel even bij te sturen om je evenwicht te herstellen.

Als je (na veel oefenen) met de fiets vooruitkomt, werkt dat motiverend. Daarom blijf je de juiste bewegingen bij de bijbehorende waarnemingen herhalen. Op deze manier ontstaan er robuuste geheugenverbindingen tussen de zogenoemde perceptie- en actiehersencellen, legt Brouwer uit.

De hoogleraar verwijst naar de klassieke theorie van de Canadese psycholoog Donald O. Hebb (1949), van wie de gevleugelde uitspraak ‘Cells that fire together, wire together’ is. Hoe vaker je dus een handeling herhaalt bij een bepaalde situatie, hoe beter ingesleten de relatie tussen die situatie en de handeling raakt.

Elke fiets werkt hetzelfde, althans bijna. De relatie tussen onze waarnemingen en acties blijft dus gelijk. Je moet namelijk niet opeens achteruit trappen om vooruit te komen. „We doen nooit ervaringen op die tegen de bestaande kennis ingaan. Daarom leren we het fietsen dus nooit meer af.” Hetzelfde geldt voor andere handelingen die we steeds hetzelfde herhalen, zoals zwemmen of typen op een toetsenbord.

Minder consequente ervaringen zijn veel gevoeliger om te vergeten. We weten bijvoorbeeld vaak niet meer wat we deze week gegeten hebben. „Omdat we bijna iedere dag wel weer wat anders eten, gaan al deze eetherinneringen met elkaar interfereren en kunnen we op dit vlak geen sterke geheugenverbindingen vormen.”

Ook een vraag voor deze rubriek? Mail naar vraag@nrc.nl