'Vergiftigde' Arafat mag worden opgegraven

Een plasvlek in de onderbroek van Yasser Arafat bevatte dertig keer zoveel radioactief polonium als gebruikelijk, bleek deze week uit onderzoek in Zwitserland. Het is geen bewijs, maar wel een sterke aanwijzing dat de overleden Palestijnse leider is vergiftigd, aldus het hoofd van het laboratorium.

Arafats weduwe Suha, die na de dood van haar man in 2004 een lijkschouwing voorkwam, bracht onlangs een tas met oude spullen naar Lausanne omdat ze wil dat „de wereld de waarheid te weten komt over de moord op Yasser Arafat”, en wel om „zijn luister te vergroten”.

Gisteren zei Suha dat ze wil dat Arafats lichaam wordt opgegraven voor botonderzoek. De Palestijnse autoriteiten hebben voorlopige goedkeuring gegeven voor de opgraving.

Arafat stierf in november 2004 op 75-jarige leeftijd in een militair ziekenhuis buiten Parijs waar hij enkele weken eerder ziek naartoe was gevlogen, nadat hij jaren door Israël was opgesloten in zijn hoofdkwartier in Ramallah op de bezette Westelijke Jordaanoever. Destijds zeiden Franse doktoren dat Arafat was gestorven aan een beroerte.

Volgens zijn medische dossiers leed hij onder andere aan een bloedaandoening. Het bleef onduidelijk wat daar de oorzaak van was.

Die onduidelijkheid was toen aanleiding voor de wildste geruchten. Palestijnen zeiden dat Israël Arafat had vergiftigd. Israël suggereerde dat Arafat homoseksueel was en stierf aan aids.

Nu gaat het grote speculeren weer verder. Suha hintte gisteren naar Israël toen ze opmerkte dat niet iedereen beschikt over radioactief materiaal. Een Israëlische regeringsadviseur citeerde een Roemeen die had gehoord dat Arafat tijdens seks met zijn bodyguard brulde als een tijger (terwijl de lijfwacht jankte als een hyena).