Turkije ruilt soft power voor botte bijl

Nieuw geruzie met president Assad van Syrië onderstreept het groeiende isolement van Turkije in de regio. Nu wil Ankara weer de belangrijkste bondgenoot van de VS zijn.

Vluchtelingenkamp in de Turkse provincie Kilis aan de grens met Syrië. De kampen zijn hoofdkwartier geworden van de gewapende strijd. Foto Reuters

Gokhan Ertan en Hasan Huseyin Aksoy zijn gevonden. De twee piloten van het Turkse F4 Phantom spionagevliegtuig dat anderhalve week geleden werd neergehaald boven de grenswateren tussen Turkije en Syrië werden gisteren gespot door de Nautilus, de onderzeeboot van oceanograaf Robert Ballard, die in 1985 het wrak van de Titanic vond, 1.300 meter diep in de Middellandse Zee.

Zie daar het passende beeld voor de verdronken staat van de hedendaagse buitenlandpolitiek van Turkije. Ahmet Davutoglu, nu minister van Buitenlandse Zaken maar voorheen hoogleraar politieke wetenschap, vatte zijn utopische visie samen in zijn boek ‘Strategische Diepte’. In die visie zou Turkije afscheid nemen van zijn positie als poortwachter van het Westen in het Koude Oorlog denken en alles op alles zetten om nul problemen te hebben met de buurlanden. Zo zou Turkije uitgroeien tot een regionale macht van formaat, die dankzij de goede buurrelaties economisch kon floreren.

Die visie is net als het vliegtuig verdwenen naar oceanische diepten. Na tien jaar detente met Syrië, heeft Turkije nu zijn afweergeschut langs de grens in hoogste paraatheid gebracht. Turkije lijkt vastbesloten de Syrische president Bashar al-Assad te laten zien dat het niet terugdeinst voor een wraakactie. In de woorden van premier Erdogan is Syrië nu „een vijandelijke staat”.

De relatie met buurland Irak is al niet veel beter. De Iraakse premier Nouri al-Maliki noemde Turkije eerder „de vijand van de regio” en beschuldigde zijn Turkse collega van ongewenste „bemoeienis met nationale politiek”.

De Turken geven onderdak aan de Iraakse vice-president Tariq al-Hashemi, een sunniet die door de regering van Maliki, een shi’iet, wordt beschuldigd van terrorisme, met onder anderen Maliki als doelwit. Uit woede over de sympathie van de (sunnitische) premier Tayyip Erdogan voor Hashemi, werd het Turkse consulaat in de Zuid-Iraakse stad Basra aangevallen en werden Turkse bedrijven bedreigd.

Verder naar het oosten is al evenmin iets over van de ooit warme banden met buurland Iran. In 2010 stemde Turkije nog tegen verscherping van de sancties tegen Iran om zijn vermeende nucleaire ambities. Inmiddels dreigt de Iraanse president Mahmoud Ahmedinejad met raketten op Turkije nu het leger een radarinstallatie in gebruik heeft genomen om de NAVO te beschermen tegen Iraanse raketten. De buurt is in jaren niet zo vijandig geweest.

De nieuwe loopgraven langs de grenzen van Turkije dragen de oude vaandels van de Koude Oorlog. Net als in de vorige eeuw geniet Syrië, en ook Iran, de bescherming van Moskou, militair en diplomatiek. De wapens die het Turkse vliegtuig neerhaalden waren van Russische makelij. Rusland houdt de VN-Veiligheidsraad op afstand om ingrijpen tegen de regering van Assad te voorkomen.

Turkije is nu uitvoerder van het nieuwe Midden-Oostenbeleid van de Amerikanen, die zelf hun handen niet meer vuil willen maken in de regio. „Wat Turkije echt wil is Amerika’s belangrijkste bondgenoot in het Midden-Oosten te zijn”, zegt Soli Özel, hoogleraar internationale betrekkingen aan de Kadir Has Universiteit in Istanbul, in een vraaggesprek in Den Haag. „Na de Amerikaanse terugtrekking uit Irak heeft Turkije ontdekt dat het Amerika nodig heeft voor zijn regionale aspiraties en dat het concurrentie zal hebben van Iran. Tegelijk gaan de Amerikanen geen geld verspillen aan dat klassieke Midden-Oosten, niet zoals ze deden. Als ze zich ergens mee gaan bemoeien zal dat zijn via of met regionale partners. En daarvan is Turkije de meest acceptabele of meest rationele omdat we een relatie hebben van 65 jaar en samen in de NAVO zitten.”

Dat betekent dat de Turkse soft power van voorheen is ingeruild voor de botte bijl, Amerikaanse stijl. „Tot nu reageerde Turkije voorzichtig op oproepen om de Syrische oppositie te bewapenen, bang voor politieke desintegratie in de hele regio”, meent Nuh Yilmaz, universitair docent aan de Marmara Universiteit in Istanbul. „Die positie kan veranderen en Turkije zal kiezen voor een agressieve aanpak, zoals we al zagen in Libië toen Turkse speciale eenheden Libische rebellen trainde tegen [de inmiddels gevallen Libische leider] Gaddafi.”

Syrië beschuldigt Turkije van het bewapenen en trainen van de strijders van het Vrije Syrische Leger. De vluchtelingenkampen in het zuiden van Turkije zijn hoofdkwartier geworden van de gewapende strijd, waar medicijnen, geld en wapens de grens worden overgestuurd.

De Syrische president heeft daar een belangrijke troefkaart tegenover staan, die Turkije ernstig kan beschadigen. De Koerdische PKK gebruikt Syrië net als in de Koude-Oorlogjaren steeds meer als springplank voor aanslagen.

„De PKK zal alles doen om het geweld te laten escaleren”, zegt Soli Özel. „De PKK is een historisch uitgewerkte kracht. Wat in Syrië gebeurt geeft de PKK nieuw leven. Ze hebben hun liefde met het Syrische regime hersteld en ze zijn de machtigste groepering onder de Syrische Koerden.”

Parallel aan het ontwaken van de strijd tegen Assad in Syrië, verhevigde in Turkije de strijd van de PKK. De Turkse economie groeit, nog, als gevolg van de afgelopen zeven goede jaren. Maar de mislukte vredespolitiek ten opzichte van zijn buren en van de eigen Koerden hebben een nieuw tijdperk ingeluid, met het zeemansgraf van twee piloten als zinnebeeld.