Studie doe je er niet even bij

De langstudeerboete dwingt topsporters te kiezen tussen sport en studie. Door de boete heeft een kwart van de olympische ploeg problemen.

Redacteur Onderwijs

Amsterdam. Een land dat over zestien jaar de Olympische Spelen wil organiseren, maar de eigen topsporters met boetes bestookt. En hen zo dwingt tot een keuze: stoppen met studeren of stoppen met topsport. Een wrange paradox, constateert oud-topzwemmer Cees Vervoorn, lector topsport en onderwijs aan de Hogeschool van Amsterdam en de Universiteit van Amsterdam. „Niet uit te leggen ook, want de overheid zegt in feite dat opbouwen en afbreken prima samengaan, terwijl dat natuurlijk onzin is.”

Aan de vooravond van de Olympische Spelen die over 22 dagen in Londen beginnen, keert het hoger onderwijs zich opnieuw tegen de kabinetsmaatregel om langstudeerders aan te pakken. Op last van staatssecretaris Halbe Zijlstra (Onderwijs, VVD) mogen studenten met ingang van komend studiejaar nog maar één jaar vertraging oplopen tijdens hun bachelor- of masterstudie. Wie die grens overschrijdt, krijgt een boete van 3.000 euro bovenop het collegegeld. Zijlstra hoopt studenten aan te zetten tot meer daadkracht.

Vooral topsporters zouden de dupe worden van de maatregel, omdat zij door hun drukke wedstrijd- en trainingprogramma’s niet in staat zijn om binnen de gestelde termijn af te studeren. Zeker een kwart van de huidige olympische ploeg, die gisterenmiddag in Amsterdam werd gepresenteerd, dreigt slachtoffer te worden van die maatregel, stelt de atletencommissie van sportkoepel NOC*NSF. Nederland wordt in Londen vertegenwoordigd door zo’n 180 sporters. De exacte omvang is nog niet duidelijk, omdat enkele sporters zich nog kunnen kwalificeren.

Ook rector Jet Bussemaker van de Hogeschool van Amsterdam (HvA) en Jacomine Ravensbergen, van de HvA-afdeling bewegen, sport en voeding, menen dat de maatregel een bom legt onder de Nederlandse topsport. „Topsport is een vak dat je er niet zomaar even bij doet. Dat kost tijd en energie. Daar moet je niet alleen als onderwijsinstelling, maar ook als overheid rekening mee houden”, zegt Ravensbergen. Zij pleitte dinsdag tijdens een discussiebijeenkomst in Amsterdam voor een uitzonderingspositie voor topsporters, zoals studenten met een bestuursfunctie die hebben. „Daar moeten we hard voor lobbyen in Den Haag.”

Maar de Tweede Kamer bleek eerder niet gevoelig voor de argumenten uit het onderwijsveld. Als hogescholen en universiteiten hun topsporters als rolmodellen willen ontzien, prima, maar dan wel uit eigen middelen, zo luidde de boodschap. Het bestuur van de Fontys Hogescholen besloot maandag om gedupeerde topsporters te compenseren uit het eigen topsportbudget.

Zover is de HvA nog niet. Cees Vervoorn, drievoudig olympisch deelnemer (1976, 1980 en 1984), wil eerst „de principiële discussie voeren met Den Haag”. In de hoop dat een nieuw kabinet „bij zinnen komt” en de maatregel na de landelijke verkiezingen van 12 september alsnog van tafel veegt. Nu al hoort hij verhalen van topsporters die afzien van een studie uit angst voor de financiële gevolgen. „Dat is ronduit gênant voor een land met olympische ambities, dat wel wat kennis kan gebruiken.”

Oud-tophockeyer Bram Lomans deelt die mening. Behalve lid van de atletencommissie van NOC*NSF is hij manager van het Johan Cruyff Institute for Sport Studies in Amsterdam. „Uit onderzoek blijkt bovendien dat sporters doorgaans beter presteren als zij ook studeren”, zegt Lomans. Het is een van de redenen waarom de directeur van de Nederlandse hockeybond, Johan Wakkie, al jaren pleit voor studerende topsporters. „Die zitten beter in hun vel, en staan ook buiten de sport evenwichtiger in het leven.” Wie alleen maar sport, begint na zijn sportcarrière met een (te) grote achterstand op de arbeidsmarkt, meent Wakkie.

Lomans verraste zijn gehoor in de aula van de HvA dinsdag met de mededeling dat hij goede hoop heeft dat de langstudeerboete alsnog wordt afgeschaft. De reden? Hij schoof vorige maand samen met Johan Cruijff aan voor een gesprek met premier Rutte (VVD). Lomans: „Hij wil de maatregel schrappen, dus dat is goed nieuws.”