Strenge regels voor drank - en de praktijk

Zweden kennen strenge regels voor alcohol. Daardoor drinken ze minder dan elders in Europa. Als je de illegale drank niet meetelt.

Julia Evers (21) studeert bedrijfskunde in Uppsala, maar woont tijdelijk in Amsterdam om college te volgen aan de VU. Fijn hier, zegt de Zweedse opgewekt. Maar twee weken geleden móést ze even terug – om Midsommar te vieren. „Heel belangrijk voor ons Zweden.”

Ze heeft gedanst. Er waren hapjes en een diner. Maar geen alcohol. „Nee joh”, lacht ze. „Ik was met mijn familie.”

Alcohol drink je met vrienden, als je uitgaat. Niet zomaar door de week. Vrouwen drinken wodka met Redbull, of cider. En áls ze drinken, drinken ze veel. „Even de kroeg in voor een biertje, dat zou ik niet snel doen.”

Het alcoholbeleid in Zweden is strenger dan in Nederland, waar inmiddels ook aanscherping wordt bepleit. Zo kondigden CDA, GroenLinks, SP en PvdA onlangs aan de verkoopleeftijd voor alcohol te willen verhogen naar 18 jaar. Sommige artsen en wetenschappers gaan verder. Zij bepleiten hogere accijns en een verbod op alcoholreclame.

Zweden heeft daarvoor al wetten. Maar werken die?

Eerst de regels. In Zweden is reclame voor alcohol op tv en op straat grotendeels verboden. De accijnzen zijn er hoog. En drank verkopen mag bijna niemand. Supermarkten verkopen bier, tot 3,5 procent alcohol (in Nederland mag dat tot 15 procent). Andere drank wordt verkocht in staatswinkels, en alleen aan 20-plussers.

Dat maakt alcohol kopen een hele onderneming. Een fles wijn kost minstens zeven euro, en op zaterdag na drieën is die nergens meer te krijgen. Alleen restaurants en kroegen schenken dan nog. Een sportkantine waar ze alcohol verkopen: ondenkbaar. Laat staan sponsoring, zoals het Holland Heineken House.

Hoe kan het Zweedse beleid zo van het Nederlandse verschillen?

Zweedse deskundigen wijzen naar de negentiende eeuw. Zweden en omringende landen hadden een cultuur van binge-drinken: men dronk kort gezegd om dronken te worden. En dan vooral liters (zelfgestookte) sterke drank.

Niet voor niets is er in Scandinavische landen veel geëxperimenteerd met regelgeving. Denemarken introduceerde in 1917 zware belastingen op sterke drank. Finland en IJsland kenden periodes met een alcoholverbod. En in Zweden gold lange tijd een drankrantsoen: in een motbok werden de aankopen per klant bijgehouden. Mannen mochten maandelijks maximaal twee liter drank kopen, getrouwde vrouwen helemaal niets.

De strenge regels lijken te werken. Zweden drinken minder dan veel andere Europeanen. Volgens de wereldgezondheidsorganisatie WHO drinken Zweden jaarlijks bijna 9 liter pure alcohol per persoon. Dat is minder dan Nederlanders (bijna 10 liter) en veel minder dan Hongaren (ruim 14 liter) of Spanjaarden (ruim 13 liter).

Toch bestaat het probleem van binge-drinken nog steeds, zegt Anna Liedbergius, „óók onder jongeren”. Ze is woordvoerder van Can, een Zweedse organisatie die onderzoek doet naar alcoholgebruik. Tegelijkertijd is een andere trend zichtbaar: „De groep jongeren die helemaal niet drinkt, groeit ook.”

Volgens een WHO-rapport drinkt in Zweden 11 procent van de 15-jarige jongens en 9 procent van de meisjes ten minste een keer per week. Dat ligt in Nederland hoger: 25 procent van de jongens en 18 procent van de meisjes van die leeftijd drinkt minstens eens per week.

Zo lijkt het beleid geslaagd. Maar ook Zweden heeft problemen. Problemen die hóren bij strenge regels.

Neem de zelfgestookte drank, moonshine. In achtertuinen en op balkons brouwen particulieren zelf schnaps. En aan de grens is levendige handel in goedkope drank uit het buitenland. In dit illegale circuit gaat naar schatting van de WHO ruim anderhalve liter pure alcohol per persoon per jaar om. Tel je die liters op bij het alcoholgebruik van de Zweden, dan drinken zij net zoveel als Nederlanders.

Dat wil niet zeggen dat de regels geen zin hebben, zeggen Zweedse deskundigen. Kijk naar 1995. Toen Zweden toetrad tot de Europese Unie, moest het alcoholbeleid – tegen de wens van de Zweedse overheid – worden versoepeld. Binnen de EU geldt immers vrij verkeer van goederen. Daarom mogen Zweden nu geen 5 maar 90 liter wijn uit het buitenland meenemen, en geen 15 maar 110 liter bier. Daarom zijn de staatsslijterijen nu ook op zaterdag open. Daarom ook staat er nu wel alcoholreclame in kranten en tijdschriften.

En de Zweden zelf? Die gingen meer drinken.

Sven Andréasson, professor aan het Zweedse instituut voor volksgezondheid, noemt het een „ramp”: „Je ziet jongeren bier drinken in reclames. Dat was vroeger echt ondenkbaar.”

Het drankgebruik is sinds 1995 verdubbeld. Inmiddels is de groei gestabiliseerd. „Ik kan het niet bewijzen”, zegt Andréasson, „maar ik denk dat de overheidscampagnes hebben geholpen.”

Van de 21-jarige uitwisselingsstudente Julia Evers mag de Zweedse overheid zich juist nog soepeler opstellen. De houding ten opzichte van drank is in Nederland losser, zegt ze. „Jullie kijken wat normaler tegen alcohol aan.” En dus, zegt ze, gaat men er ook wat normaler mee om. Men drinkt wel vaak, maar dan niet meteen zo veel als in Zweden. Enig nadeel, zegt ze, „sinds ik hier ben, drink ik zelf dus ook veel vaker.”