'Sigmund is geen seksist. Iedereen wordt afgezeken' Scheppen Tekst Saskia van Loenen Foto Mark Kohn

Scheppen

Tekst Saskia van Loenen Foto Mark Kohn

Hoe ziet de werkplek eruit van mensen die scheppen? Wat hebben ze nodig om tot hun creaties te komen? Aflevering veertien: striptekenaar Peter de Wit (1958). Zijn psychiater Sigmund staat dagelijks in de Volkskrant.

‘Ik sta half acht op, haal de Volkskrant uit de bus en kijk eerst of de strip goed is afgedrukt. Tijdens het ontbijt neem ik de krant door – met een Sigmund-oog. En dan kiezen waar ik ga werken. Ik heb twee werkplekken: thuis én in de stad, in het oude Handelsbladgebouw aan de Nieuwezijds Voorburgwal. Daar staan alleen een tafel, stoel en kast. Op dagen dat ik veel moet inscannen of dingen moet opzoeken werk ik dus sowieso thuis. Maar er zijn genoeg dagen dat ik alleen maar hoef te zitten, schrijven, tekenen, denken. Ik loop altijd een rondje door de stad als ik daar zit. Onderweg wat in winkels snuffelen, tijdschriften kijken, zoals Engelse psychologiebladen; dat men niet denkt dat ik zomaar wat loop te slenteren hè – ik ben aan het wérk mensen.

Inspiratie doe ik overal op. Mensen die ik hoor praten op straat. En vooral de krant. Zie ik iets voor Sigmund dan knip ik het uit; ik heb een bak vol knipsels. Het is leuk om af en toe wat actueler te zijn: dat ik vandaag iets lees en dat er morgen een strip over in de krant staat. Je hebt Sigmund, een spreekkamer, en daar komt elke dag een patiënt binnen. Het is dan de kunst van het afwisselen om het leuk te houden. Ik probeer dan ook een beetje volgens een ritme te werken. Op maandag is het vaak iets met werk. Als dat met een man was, probeer ik op dinsdag iets met een vrouw te doen. Woensdag zorg ik dat Sigmund buiten loopt, of doe ik iets met een boerka. Donderdag relatietherapie. En vrijdag is het seksdag. Dat kan niet op maandag, vind ik. Dan komen we net op gang; je moet een beetje mee met het tempo van de mensen. Vrijdag begint het weekend. Sigmund zit dan regelmatig aan de bar om vrouwen te versieren.

Het tekenen zelf kan in één à twee uur gebeurd zijn. Het schrijven, daaraan voorafgaand, varieert van een seconde tot zes maanden. Boetseren, kneden, zoeken, beitelen; net zo lang tot hij goed in zijn jasje zit. Het begint met schetsjes, ideetjes op een A4. Dan ga ik iets nader uitwerken. Vaak heb ik de eerste plaatjes al, maar is er nog geen einde. Dan leg ik het weg en kijk ik er later opnieuw naar. Er liggen hier altijd wel tien tot twintig afleveringen in allerlei stadia. Soms maak ik twee tot drie afleveringen op één dag. Dan ben ik heel blij. Soms kom ik niet verder dan wat opzetjes. Maar het mooie van werken voor een krant is: er moet altijd een strip naartoe. En dat lukt toch. Het beste is om maar gewoon door te pielen.

Het uittekenen gaat altijd volgens een vast patroon. Eerst met potlood op een gewoon A4’tje. Dat trek ik over op tekenpapier op de lichtbak, met een gewoon hb-potlood. Eerst schrijf ik de teksten met een fineliner. Daarna worden de tekeningen geïnkt. Met zo’n ouderwets potje Talens Oost-Indische inkt – ja, ik werk volstrekt negentiende-eeuws – en een omsteekpennetje, een minikroontjespen. Heerlijk rustgevend, dat inkten. De rechte lijnen zet ik met liniaal. De ronde brillenglazen zijn het lastigst. Sigmund is altijd leuk om te tekenen. Dankbaar ook: vanwege al dat zwart krijgt het veel volume – ideaal in een krant. Het is een soort negentiende-eeuwse psychiater: dat vest, een zwart pak, bril; een klassieke therapeut.

Sinds mijn kinderen zijn uitgevlogen heb ik thuis ook een eigen werkkamer. Dit was de kamer van mijn dochter; vandaar de hartjeslampen en bloemetjesgordijnen. Ik laat het voorlopig zo. Deze tafel is oorspronkelijk een vormgeverstafel. In de jaren tachtig gooide de VNU alle tafels eruit vanwege de computer. Een geweldige tafel, schuin, ingebouwde lichtbak, en met kleine, maar heel diepe laatjes, waar grote vellen papier in passen. Ik zal hier mijn leven lang op tekenen.

In het begin was er veel kritiek op Sigmund, hij zou seksistisch zijn. Maar ze worden allemaal afgezeken: vrouwen, mannen, kinderen, managers, bejaarden. Oké, ik plaag vrouwen graag – maar ik probeer iedereen gelijk te mishandelen. Vroeger lag Sigmund nog wel eens met mooie blonde vrouwen in bed. Helaas lukt hem dat al jaren niet meer. Ik zou hem graag een vakantieliefde willen geven. Een secretaresse heb ik ook overwogen. Maar als je iets inbrengt in de strip moet je daar vervolgens wel steeds iets mee. Het moet dus iets heel goeds zijn, ik ben daar heel voorzichtig mee.

Ik signeer regelmatig op congressen van psychiaters of therapeuten. Mijn blik op de psychiatrie en de GGZ is wel veranderd. In het begin werd iedereen door Sigmund de deur uit geschopt: aansteller, zeurpiet! Nu sta ik milder tegenover het vak en zijn mijn teksten subtieler – alhoewel ik nog altijd heel blij ben als het er af en toe lekker grof aan toegaat. Het grappige is, mensen denken altijd dat ik psycholoog ben. U weet er zo veel van, hoor ik dan. Een beetje klopt dat wel. In het begin was het gewoon een strip met een psychiater, maar nu, bijna twintig jaar later, ben ik echt geïnteresseerd geraakt in het onderwerp. Maar je kunt ook overdrijven. Laatst vroeg een psycholoog: ‘Vinden uw patiënten het niet erg dat u zo weinig tijd voor ze heeft?’”