Ook natiestaat werd ons opgelegd

Wil Europa een machtsfactor blijven, dan moet het verder integreren. Het verheerlijken van de natiestaat is hypocriet, stelt H.W. von der Dunk.

De natiestaat wordt opeens weer romantisch-nostalgisch verheerlijkt, onder anderen door Thierry Baudet. Zijn de neonationalisten vergeten dat ook de natiestaat, zoals alles, een historisch resultaat is en grotendeels van boven tot stand is gekomen, dankzij onderdrukking of minachting van regionale identiteiten en vaak ook talen – Fries, Vlaams, Catalaans, Baskisch, Bretons en ga maar zo door?

Nationaal gevoel is zowel intens als aangeleerd. Andere identiteiten bestaan en zijn altijd denkbaar. Geen staat is ‘een natuurlijke eenheid’. De verzwakking van de staat door de Europese integratie heeft juist die oude regionale identiteiten weer nieuw leven ingeblazen, soms met bloedige politieke gevolgen.

De natiestaat kan niet dienen als model van een uniformering voor Europa, omdat de constellatie een totaal andere is. Nationalisme had een functie voor de emancipatie en politisering van de bevolkingen en als nieuwe religie. Deze functie hoeft Europa niet meer te vervullen voor zijn westelijk deel; wel voor Oost-Europa en aanpalende staten, vandaar hun drang tot toetreding.

De functie van Europa in 1945 was een veilig dak, juist voor het geknakte Nederland. Ook stond het voor de overwinning op het nationalisme – de oorzaak van oorlogen – de inbinding van Duitsland en de vorming van een bolwerk tegen de Sovjet-Unie. Al deze functies zijn vervuld door politieke elites, dankzij een ongeëvenaarde succespolitiek. Deze politiek was ondenkbaar zonder een breed gedragen idee van een gemeenschappelijke, culturele erfenis.

Na zestig jaar vrede, einde van de Koude Oorlog en welvaart is dat idee weggesijpeld. De Brusselse technocratie is overgebleven als verdere integratiemotor, buiten de bevolkingen om. Toch is de eenheid gebleven. De financiële crisis heeft haar alleen maar onderstreept. Nergens zijn alternatieven te zien voor een verder samengaan op de moeizame weg, behalve een door elk zinnig mens als catastrofaal beschouwde ontbinding. Omdat Europa alleen als geheel in de toekomst zijn diverse identiteiten kan veiligstellen en een machtsfactor in de wereld kan betekenen, zouden eerder de Staten-Generaal van de oude Republiek kunnen dienen als een constitutioneel model. Voor het kleine Nederland zou afscheiding zijn alsof Drenthe zich destijds had losgemaakt. Geen politicus behalve Wilders wil dit, hoe de verkiezingsretoriek ook luidt.

Schelle anti-Europese geluiden zullen hierbij het toch al afgenomen internationale aanzien van Nederland slechts verder verzwakken. Of moet de aftocht van het opschepperige Oranje uit Charkov met de staart tussen de voetbalbenen symbolisch worden?

H.W. von der Dunk is historicus.