Ons bedrijf in Oeganda is ook ontwikkelingshulp

Tim Fransen (Opinie, 26 juni) heeft gelijk, je moet ontwikkelingshulp niet afschaffen. Maar het systeem moet wél anders. Waarom zou die hulp niet commercieel kunnen zijn?

Wat ik zo mis in het debat over ontwikkelingshulp, is niet de vraag of en waarom er ontwikkelingshulp gegeven moet worden, maar hoe. Het is inderdaad zo dat we al 60 jaar hulp geven en dat de effecten daarvan te wensen overlaten.

Tegenwoordig zijn veel organisaties bezig met hippe begrippen als duurzaamheid, zelfstandigheid en public-private partnerships. Ze vergeten daarbij echter een belangrijk element: NGO’s zijn geen bedrijven. Het is inherent aan hun organisatiecultuur om inefficiënt te werken, omdat ze niet worden geleid door marktprocessen en simpele mechanismen als vraag en aanbod.

Ongeacht het doel waar deze organisaties voor opgericht zijn, is hun eerste doelstelling altijd hetzelfde: zichzelf in stand houden. Geen enkele NGO zal zeggen: er zijn hier al zoveel organisaties actief, wij heffen onszelf op, geef je geld maar aan één van die anderen. Dus wordt er per definitie (veel) geld besteed aan het kenbaar maken van het belang van de NGO, fondsenwerving, reclame, etc.

Vorige maand had ik een gesprek met Ingrid De Caluwé, kamerlid van de VVD en voorstander van de korting op ontwikkelingshulp. Zij was op zoek naar voorbeelden van geslaagde ondernemingen met een behoorlijke maatschappelijk impact in ontwikkelingslanden. Het idee is dat deze ondernemingen, hoewel ze een sociale doelstelling hebben, door hun organisatievorm gedwongen zijn zo efficiënt mogelijk te werken, kosten te minimaliseren en zo zichzelf in stand kunnen houden.

In 2009 ben ik samen met twee vrienden het bedrijf AFRIpads begonnen. Wij produceren en verkopen wasbaar maandverband in Oeganda. Toen wij drie jaar geleden door Afrika aan het reizen waren, merkten wij dat veel meisjes niet naar school gaan als ze ongesteld zijn. Onderzoek wees uit dat dit komt omdat er ofwel geen maandverband beschikbaar is, ofwel dat het niet betaalbaar is.

Ons product gaat een jaar lang mee omdat het wasbaar is en is daardoor veel goedkoper dan wegwerpmaanverband. De markt is enorm en dat is ook te zien aan onze groeicijfers: in 2010 verkochten we 10.000 kits, in 2011 40.000 en nu hebben we dit jaar al 40.000 verkocht. We hebben 50 lokale vrouwen in dienst die AFRIpads maken en dit aantal groeit naarmate onze productiebehoefte groeit. We hebben net land gekocht om een eigen werkplaats op te bouwen, zijn bezig met uitbreiding naar Kenia en draaien naar verwachting dit jaar break-even. Het succes van ons bedrijf, evenals het belang ervan, is in deze eerste 3 jaar wel bewezen.

Duurzame ontwikkeling door middel van investeringen in Afrikaanse bedrijven is geen fabeltje, maar realiteit. AFRIpads is een voorbeeld van ‘trade, not aid’, dat werkt.

In de tijd dat ik in Oeganda woonde heb ik heel veel met NGO’s gewerkt. Iedere keer valt mij hetzelfde op: lange, onbegrijpelijke besluitvormingsprocessen, veel bureaucratische rompslomp, formaliteiten en regeltjes. Maar ook: prachtige kantoren in de beste wijken van de stad, grote terreinwagens waarmee comfortabel gereisd kan worden voor ‘fieldtrips’ en ‘marktconforme expatsalarissen’ voor de blanke werknemers.

Toen wij startten met AFRIpads, konden we nergens kapitaal vinden om te beginnen. Banken wilden het risico niet nemen ons een lening te verstrekken, fondsen en organisaties konden ons het geld niet geven omdat wij een bedrijf zijn, met winstoogmerk, en daar mag ontwikkelingsgeld niet aan besteed worden.

Deze overtuiging, afkomstig uit de jaren ‘70 dat je geen geld mag verdienen aan Afrika, is vastgelegd in Europese regelgeving en voorkomt dat bedrijven zoals wij geholpen kunnen worden. Het geld moet dus in een bodemloze put gestort worden waar alle ontwikkelingssceptici zo graag over klagen.

Ik pleit niet voor het afschaffen van ontwikkelingshulp. Ik pleit wel voor het hervormen daarvan. Wij hebben uiteindelijk een aantal vermogende particulieren bereid gevonden het risico te nemen en met ons het avontuur aan te gaan. Binnen een aantal jaar zal AFRIpads zelfstandig draaien, zonder subsidie of andere vormen van overheidshulp. Wij brengen een structurele verandering in Afrika teweeg door heel simpel, heel klein, een bedrijfje te starten.

De overheid zou dit soort ondernemingsgeest moeten stimuleren, bijvoorbeeld door softloans, met een lange looptijd en lage rente, te verstrekken aan ondernemers met een goed idee, maar geen kapitaal. Het risico dat je daarmee loopt, is het stukje ontwikkelingshulp.

En ja, het zal vaak mislukken en dan is het geld weg, maar als het goed gaat komt het weer terug en kun je het opnieuw investeren. Nu komt er helemaal niets terug. In plaats van één kind te redden door in de vijver te springen, kun je er heel veel redden door ze te leren zwemmen.