Murrays emotionele achtbaan

Het Britse tennispubliek hunkert naar een eigen Wimbledonkampioen. De Schot Andy Murray kan de eerste zijn sinds 1936. Maar hij blijft onvoorspelbaar.

Andy Murray tijdens zijn gewonnen partij tegen David Ferrer. Hij grijpt graag naar lichaamsdelen als die pijn doen, zegt oud-trainer Mark Petchey. Foto AP

Andy Murray kan er ook niets aan doen dat het Britse volk alle hoop op hem heeft gevestigd. Maar wat zou het soms helpen als de speler op de tennisbaan een wat meer serene uitstraling zou hebben. Al was het alleen voor de bloeddruk van tennisfans, die zo hunkeren naar de eerste Britse Wimbledonkampioen sinds 1936. Met de grillige Schot zwalkt het land mee tussen hoop en vrees. Gisteravond liep dat goed af.

Voor de vierde keer op rij bereikte Murray de halve finale op het grandslamtoernooi. Hij ontdeed zich in vier sets van David Ferrer: 6-7, 7-6, 6-4 en 7-6. De Spanjaard bracht zowat alles wat naar hem toegeslagen werd terug. Zo is Ferrer, met dat gelaat waaraan helemaal niets af valt te lezen.

En Murray? „Laten we eerlijk zijn: Andy is gewoon heel anders dan die andere drie topspelers”, zegt zijn voormalige trainer Mark Petchey. Vergeleken met Roger Federer, Rafael Nadal en Novak Djokovic is de eeuwige nummer vier uit Schotland erg menselijk. Een larmoyante jongeman die graag naar lichaamsdelen grijpt als die pijn doen. Die zichzelf met zijn racket voor het hoofd slaat als hij iets doms doet. „Geen topspeler die zoveel emotionele brandstof verstookt als Andy”, aldus Petchey.

Hij kan het weten. Een half jaar nadat Murray in 2004 de US Open voor junioren won, kampte het grote talent ineens met een gebrek aan zelfvertrouwen. „Zoals elke tennisser dat wel eens heeft”, bagatelliseert Petchey. „Hij genoot er niet meer van, verloor een beetje het heilige vuur. Waarom dat was, daar heb ik het nooit echt met hem over gehad.” Petchey ontfermde zich over de jonge Schot en loodste hem begin 2006 naar de top vijftig op de wereldranglijst. „Daar kwam echt geen raketwetenschap aan te pas.”

Toch volgde al na acht maanden de onvermijdelijke breuk tussen leermeester en pupil. „Het waren zes mooie maanden en twee moeilijke”, zegt Petchey. „Als je toernooien wil winnen, zijn dat niet altijd vrolijke trips. Andy uit zijn frustratie als het niet lukt door zijn coach opzij te zetten. Dat werkt voor hem als een uitlaatklep. Ik wist dat het onvermijdelijk was.”

Murray versleet sindsdien meerdere coaches, maar zijn ster bleef rijzen. Zijn onvoorspelbaarheid maakt hem een van de interessantste spelers in het mannentennis. Petchey: „Het heeft hem, ook los van het Britse sentiment dat nu heerst, een zeer bezienswaardige atleet gemaakt. Veel mensen weten niet zeker wat ze kunnen verwachten van hem. Zijn spel is heel veelzijdig.”

Een ritje in Murrays emotionele achtbaan ziet er bijvoorbeeld zo uit als gisteravond – bij een 3-3 stand in de tweede set. Bij 15-30 achter ramt de Schot een eenvoudige, hoog opstuitende bal op onbegrijpelijke wijze in het net. Met een knap opgebouwd punt en een ace slaat hij twee breakpoints weg, maar dan smasht hij opnieuw als een wildeman in het net. Hij redt zich op dat cruciale moment met een ultieme diagonaal geslagen forehand half court en twee servicewinners.

Maar het ‘momentum’ opbouwen? Nee hoor. Tijdens zijn volgende servicegame ligt hij weer hopeloos met zichzelf in de knoop. Twee keer vraagt hij een challenge aan op ballen die centimeters uit zijn. Bij de tweede gaat hij zelfs al zitten – hij weet ook wel dat zijn dropshot ver uit is en dat zijn service gebroken is. 5-4 voor Ferrer, die serveert voor de set.

Maar mentaal geslagen? Niks hoor. Met wondertennis breekt hij terug en zo brengt de Britse belofte het centre court in extase. Alleen zijn coach Ivan Lendl houdt zijn handen over elkaar. Pas bij setwinst na de tiebreak laat de Tsjechische Amerikaan zich tot een applausje verleiden.

De afgelopen twee jaar was de halve finale steeds het eindstation voor Murray – beide keren verloor hij van Rafael Nadal. Dit toernooi was hij weer gekoppeld aan de Spanjaard. Maar met de uitschakeling vorige week van Nadal groeide de hoop op een Brits succes. Alleen de Fransman Jo-Wilfried Tsonga staat nu nog de eerste Britse Wimbledonfinalist in de weg sinds 1938, toen de Engelsman Bunny Austin in de eindstrijd verloor van de Amerikaan Don Budge. Murray, en met hem het Britse tennispubliek , zal met zorg hebben gekeken naar de vlekkeloze optredens van Djokovic en Federer in de kwartfinales. Mannen die anders op de baan staan dan Andy Murray.