Motto-mens

Er zijn mensen die opleven van motto’s en er zijn mensen die ervan over hun nek gaan. Ik was vroeger van het eerste type, maar ik ben door onbekende oorzaak veranderend in het tweede. Ooit had ik een T-shirt waarop stond: ‘Leven is het meervoud van lef’. Ik heb het weggegooid.

Motto’s zijn vooral een product van de geschreven taal. Goed, af en toe hoor je weleens iemand zeggen: „Mijn motto is: een dag niet gelachen is een dag niet geleefd!” Of: „Ik zeg altijd maar zo, meer dan je best kan je niet doen.” Maar vooral op internetfora tieren de motto’s welig. Er is blijkbaar een functie ingebouwd waardoor je min of meer gedwongen wordt een motto te formuleren als je een bericht wilt plaatsen. Dat motto staat onderaan alles wat je schrijft.

Ga maar eens een middagje hypochondrisch googlen en ze vliegen je om de oren: ‘Nee zeggen tegen een ander is ja zeggen tegen jezelf’. Of: ‘Ervaring is de optelsom van alle vergissingen die je hebt begaan’. Of het wat onbezorgdere: ‘Doe als een tulp, ga uit je bol’.

Waarschijnlijk is er lang nagedacht over zo’n tekst. Omdat het onder elk bericht staat, moet dit haast wel de wijsheid zijn waar de forumschrijver zich het meest mee identificeert.

Hoe onbenulliger het bericht, hoe bombastischer het motto overkomt. Op klusfora stikt het ook van de motto’s. Bij het onderwerp ‘douchewanden op maat’ schrijft iemand: ‘Hangt ervan af of je glazen wanden of kunststof wilt. Voor glas heb ik wel een adres voor je.’ Eronder: ‘The mind is like a parachute, it only functions when it’s open’.

Waarin ligt de aantrekkingskracht van een motto? Ik dacht altijd dat het zo zat: een motto is kort en er lijkt een levenswijsheid in te zitten die het leven wat makkelijker maakt. Een motto is bedoeld voor de zoekende mens die toch snel iets wil vinden.

Maar misschien wijzen motto’s op iets duisterders. Ooit was ik in de keuken van een motto-mens. Overal hingen wijze spreuken, van het type ‘mijn vrouwelijke vormen passen niet in een hokje’, en ‘met logica kom je van a naar b, met fantasie kom je overal’. Allemaal heel leuk en aardig. Tot ik op de ijskast een spreuk ontdekte die alles in een ander licht zette. Er stond in grote zwarte letters: ‘Vandaag ben ik niet boos’. Ik werd hier heel bang van. Ineens was duidelijk dat dit motto-mens helemaal niet vrolijk van spreuk naar spreuk huppelde, maar voortdurend op de rand van een woede-aanval leefde. Alleen door haar ijskastmotto wist ze zichzelf te beheersen.