Meer dan hebzucht

Nu het schandaal rond de manipulatie van de Libor-rente door Barclays ieder uur groeit, is één ding duidelijk: veel mensen binnen de bank wisten ervan. Waarom hebben ze geen alarm geslagen? Wie zijn mond opendoet, is kwetsbaar In tientallen interviews die ik de afgelopen negen maanden heb gemaakt met mensen die in de financiële sector

Nu het schandaal rond de manipulatie van de Libor-rente door Barclays ieder uur groeit, is één ding duidelijk: veel mensen binnen de bank wisten ervan. Waarom hebben ze geen alarm geslagen?

Wie zijn mond opendoet, is kwetsbaar

In tientallen interviews die ik de afgelopen negen maanden heb gemaakt met mensen die in de financiële sector werken, kwam deze vraag telkens weer naar voren: waarom is het de financiële sector, ondanks aanzienlijke investeringen in intern toezicht, niet gelukt zichzelf te corrigeren? Het korte antwoord luidt ‘hebzucht’, maar er is meer.

Als je die interviews doorleest, die allemaal online staan (guardian.co.uk/bankingblog), is het duidelijk dat in ieder geval niet iedereen in de financiële sector door geld wordt gemotiveerd. Maar ze zijn bang, machteloos, of beide. Als je een werkomgeving zou moeten ontwerpen die conformisme op de korte termijn bevordert en het afgeven van alarmsignalen ontmoedigt, zou je de huidige financiële sector als model hanteren.

Neem de arbeids(on)zekerheid. Bij de meeste grote banken kun je ieder moment je ontslagbrief krijgen en vijf minuten later door de beveiliging het gebouw uit worden geleid. Sommige banken hebben jaarlijkse afvloeiingsrituelen, maar zelfs de banken die dat hebben weten te voorkomen, kennen regelmatige ontslagrondes voor personeel dat als gevolg van het gure economische klimaat ‘overtollig’ is geworden. Elk kwartaal gaan de managers en de personeelschefs bij elkaar zitten om kruisjes te zetten bij de namen van werknemers.

Als hierdoor al een sfeer van angst ontstaat, moet je eens naar het gemiddelde carrièrepatroon kijken. De meeste mensen proberen om de zoveel jaar van bank of positie te veranderen. Stel dat je weet dat er een groot probleem is bij jouw bank – dan weet je ook dat het tijd is om naar een nieuwe baan uit te kijken.

Een derivatenhandelaar zegt het zo: „Er komen voortdurend nieuwe mensen binnen. Het is net als met verkiezingen. De langstzittende vliegt eruit, en voor een paar miljoen wordt een nieuw iemand gehaald. Die zet nog eens vier mensen op straat en vervangt ze door zijn eigen maatjes. Als dit na drie jaar geen resultaat heeft opgeleverd, ontslaat de bank ze alle vijf en begint de hele cyclus weer van voren af aan.”

Voeg daarbij het feit dat werknemers in de financiële sector over het algemeen te veel verdienen. Dus als ze naar een andere sector verhuizen, zullen ze met minder genoegen moeten nemen – wat van belang is voor de hoeveelheid geld die ze kunnen besteden aan scholen en hypotheken. En dan moeten ze nog maar een baan kunnen vinden – want de economie bloeit nu niet bepaald, en vaardigheden die in de financiële sector hogelijk worden gewaardeerd, zijn elders vrijwel waardeloos.

Ten slotte is er de psychologische dynamiek, misschien wel de sterkste factor van allemaal. De meeste hoogvliegers bij zakenbanken zien hun baan niet als hun werk, maar als hun leven.

Deze voormalige thesaurier was zo’n bankier. Zijn divisie nam zulke grote risico’s, dat zijn bank failliet ging. Terugkijkend zegt hij: „Ik had een heerlijke tijd – ik reisde de wereld rond en werd overal gefêteerd. Ik werd voor elk belangrijk sportevenement in de wereld uitgenodigd. Iedereen is aardig tegen je, want je vertegenwoordigt een kans voor ze om geld te verdienen. Het wordt heel verleidelijk om te denken dat al die mensen je aardig vinden om wie je bent. Ik heb intern weleens op de risico’s gewezen die we namen. Maar je moet begrijpen, dat niemand zit te wachten op doemdenkers.”

Meelopers zijn daarentegen populair: „Bankiers werken in teams en de ethiek is daar als volgt: je bent vóór ons of je bent tegen ons. Als je je mond opendoet, word je kwetsbaar. Als je een geheim hebt, zullen ze het opduikelen en je aan de schandpaal nagelen.”

„Dat is niet alleen de bonuscultuur. Dit gaat over stamverbanden, over ergens bij horen en je maten niet in de steek laten. Je gevoel van eigenwaarde wordt gevormd door wat je doet. Het is vaak de eerste vraag die mensen stellen: ‘Wat doe jij?’ In die tijd [voordat de bank failliet ging, red.] was ik een superster als ik die vraag beantwoordde.”

Lees de e-mails maar van de handelaren van Barclays, die de Financial Services Authority (de Britse toezichthouder) openbaar heeft gemaakt, en je weet wat deze voormalige thesaurier bedoelt als hij zegt: „Als je naar buiten treedt over iets waarvan je vindt dat het verkeerd is, plaats je je in één klap buiten die wereld. Het gaat niet alleen om je baan – het is je identiteit.”