Mee in de droomvlucht

‘Dit is mijn Thermopylae.” „Drie jaar geleden dacht ik mijn koning Leonidas gevonden te hebben.”

Het interessantste aan de toespraken van PVV-verlaters Hernandez en Kortenoeven vond ik niet zozeer die vuile was (het zou pas schokkend zijn als het er bij Wilders brandschoon aan toe ging), maar de mythologische en historische inbedding ervan.

Xerxes, Leonidas, Michiel de Ruyter, Hobbes… en ook Icarus vloog langs. Gadverdamme, dit lijken wel intellectuelen. En dan huilen omdat Geert je van de lijst schrapt.

Al die mythologische wierook liet zien hoe deze mannen zichzelf in een groot, heroïsch avontuur waanden, waar ze in de schoolbanken al van droomden. Ze zagen de wereld door de bril van de legendarische veldslagen, zoals Don Quichot haar zag door die van de ridderverhalen, zoals Emma Bovary haar zag door die van de Bouquet-reeks. Ze zegden hun banen op en meenden intens oprecht dat hun levens zin kregen, op gingen in de verhalen uit hun jongensboeken.

Arme Hernandez, arme Kortenoeven, ze maakten de fout die niemand helemaal kan vermijden: verliefd raken op een plaatje. Kortenoeven schoot vol toen hij zich een oude schoolprent herinnerde van Michiel de Ruyter. Kortenoeven wil bij Koefnoen, denk je eerst, maar het is niet grappig. Het is klassiek tragisch.

Kortenoeven klaagde over Wilders’ hybris. „U weet wel wat dat is, hybris: onnodige vernedering.” Eh… misschien toch wat minder korten op cultuur. Hybris is natuurlijk die fatale overmoed die Griekse helden laat struikelen. En dat klopt beter bij zijn redevoering. „Mijn held is van zijn voetstuk gevallen. Maar beter is het te zeggen dat Icarus is neergestort.”

Bijna waar. Wilders is vader Daedalus, die het plan maakte en voorop vloog. Die nooit mails beantwoordde, maar wel (schitterend detail!) rondmailde dat de Efteling jarig was: „Wie er met hem mee wilde in de droomvlucht.”

Wie zijn er gegaan? En zijn daar beelden van? Geert Wilders als Daedalus voorop, overmoedig de goden naar de kroon stekend met vleugels, en daar achteraan al die Icarusjes, in het onbesuisde moment voor ze te pletter vallen.