Kaalslag in Timboektoe

In de Malinese stad Timboektoe is de aanval ingezet op de vele cultuurschatten van de stad. De islamitische fundamentalisten die er de macht overnamen, beroepen zich op hun heilige plicht om tastbare heiligdommen te verwijderen. In de overtuiging dat enkel en alleen de godheid mag worden aanbeden, zijn ze aan de slag gegaan en vaagden drie mausolea weg. Weinig wijst erop dat ze daar mee op zullen houden.

Plundering bedreigt de bibliotheken met wetenschappelijke, literaire en religieuze manuscripten: bij onderhandse verkoop brengen zulke geschriften miljoenen op. Ze zijn dan gered, maar verdwijnen uit zicht, dus bestaan eigenlijk niet meer.

Voor de uitroeiing van het cultuurgoed werd in mei gewaarschuwd door Unesco, dat Timboektoe sinds 1988 op de lijst van Werelderfgoed heeft staan. De NAVO-landen hadden zich een zekere verantwoordelijkheid kunnen realiseren. Immers, bij de omverwerping van het Gaddafi-bewind in Libië kreeg de chaos in Mali ruim baan, met de macht voor de moslimrebellen als indirect gevolg.

Afgelopen maandag riep Unesco de eigen leden en de verschillende islamitische wereldorganisaties op tot samenwerking bij het verweer tegen de vernietiging. Voorlopig vergeefs.

De kaalslag die Timboektoe bedreigt, is spectaculair, maar beeldenstorm is helaas niet iets bijzonders. Wie absoluut wil heersen, terroriseert de tegenpartij door hem van zijn identiteit te beroven en die is gelegen in de cultuur. Het platwalsen van cultuurschatten hoort erbij als effectieve intimidatie en machtsvertoon.

Meestal kijkt de wereldgemeenschap besmuikt de andere kant op. Soms wekt de vernietiging, door de schaal of door de aansprekende schoonheid van het bedreigde goed, algemene weerzin. En dan lijkt het moment voor gezamenlijke actie aangebroken. De trieste werkelijkheid is dat zoiets eigenlijk onmogelijk is.

Toen in 2001 de boeddha’s van Bamiyan werden bedreigd door Afghaanse Talibaan was er afgrijzen op wereldschaal. Uiteindelijk keek de wereld machteloos toe bij hun destructie. Verweer is noodzakelijk, maar moet van binnenuit komen. Alleen de regio’s zelf kunnen zorgen voor het behoud van het cultuurgoed dat van wereldwijd belang is, maar dat de geschiedenis aan hen toevertrouwde. De rest van de wereld kan niet veel meer dan consequent de regionale initiatieven tot behoud steunen.