JSF heeft mooie beloften nooit waar kunnen maken - vier fabels

The F35 Lightning, ofwel Joint Strike Fighter. Foto AFP

De Joint Strike Fighter (JSF) was tien jaar geleden de grootste defensieorder ooit. Nu lijkt er in het parlement een meerderheid te bestaan om de Nederlandse stekker definitief uit het project te trekken. Want de beloftes van een decennium geleden konden niet worden waargemaakt.

NRC-redacteur Steven Derix schrijft vandaag in de krant dat de werkelijkheid rond het Amerikaanse gevechtsvliegtuig er anno 2012 nogal anders uitziet dan tien jaar geleden was voorspeld, toen een meerderheid in de Tweede Kamer, mede door steun van LPF, besloot tot deelname aan het JSF-project.

Van dit besluitsvormingsproces maakten NRC-redacteuren Derix en Joost Oranje al in 2002 een mooie reconstructie. Daaruit blijkt dat de keuze voor de JSF voor luchtmacht al lang voor het politieke besluitvormingsproces vaststond en dat de ambtelijke top van het ministerie van Defensie juist vanaf het begin ernstige twijfels had over het project. De luchtmacht probeerde zijn voorkeur echter nadrukkelijk door te drukken.

Derix gaat vandaag in NRC Handelsblad in op vier nooit ingeloste beloftes rond de Nederlandse deelname en het stoppen van die deelname aan de ontwikkeling van de JSF:

1. De JSF zou zorgen voor duizenden banen in Nederland
Dit was in 2002 het belangrijkste argument om in het JSF-project te stappen. Derix schrijft:

Volgens de Nederlandse luchtvaartbedrijven gaat om het 3.000 arbeidsplaatsen. Als Nederlandse bedrijven er in zouden slagen ook een groot deel van het onderhoud van de JSF gegund te krijgen, zouden daar nog eens 3.000 banen bijkomen. Maar uit recente antwoorden op Kamervragen blijkt dat dergelijke aantallen overdreven zijn. Op dit moment, schreef minister van Defensie Hillen (CDA), gaat het om 400 fte’s. Vanaf 2020, als de productie van de JSF op stoom komt, kan dat aantal oplopen tot 1.100. De minister zegt zich te baseren op informatie van de industrie.

De JSF tijdens een testvlucht in actie:

2. Meedoen in de ontwikkeling van de JSF zou voordelig zijn voor Nederland
Derix schrijft dat het volgens toenmalig minister van Financiën Gerrit Zalm allemaal perfect was geregeld. Nederland moest 800 miljoen dollar betalen om mee te mogen doen met de JSF. Maar de investering, zei Zalm, zou "met rente" worden terugverdiend. Derix:

Om die stelling te bewijzen, had het kabinet een ingewikkeld rekenmodel opgesteld: de ‘business case’ van de JSF. Op papier klopte het. Maar tien jaar later is iedereen de business case allang vergeten.

Deelname aan de ontwikkeling van de JSF kost vooral geld.

3. De JSF zou het beste toestel zijn voor de voordeligste prijs
Derix schrijft dat zelfs nog in 2008 de luchtmacht opnieuw vaststelde dat de JSF de enige kandidaat was die aan alle eisen voldeed. Destijds werd gesteld dat het toestel ook het voordeligste was. Maar of dat laatste nog steeds klopt, is volgens Derix maar de vraag.

In de afgelopen vier jaar zijn grote kostenstijgingen aan het licht gekomen. Minister Hillen verwacht nog steeds dat de JSF militair zal “voldoen aan de Nederlandse eisen”, zo schreef hij eergisteren aan de Kamer. “Maar zowel ten aanzien van prijs als van levertijd is de stand van zaken echter gewijzigd ten opzichte van 2008.”

4. Stoppen zou miljarden aan besparingen opleveren
Het JSF-project is kostbaar: voor de aanschaf heeft Defensie 4,5 miljard euro gereserveerd, schrijft Derix. Maar anders dan soms wordt verondersteld, levert het stoppen met de JSF op korte termijn weinig op.

De 1,3 miljard die Nederland tot nu in het project heeft gestoken, is bijna helemaal overgemaakt naar de VS. De investering van 4,5 miljard is uitgesmeerd over een lange periode. Een volgend kabinet kan dus niet meer dan een paar honderd miljoen bezuinigen op de JSF. Bovendien zal er op termijn toch een nieuw vliegtuig moeten worden gekocht – tenzij een volgende regering besluit om de luchtmacht bijna helemaal op te heffen.