Is hoge ambitie nog realistisch?

De Koninklijke Luchtmacht wil in de wereldtop blijven. Dan kan de samenwerking met de VS doorgaan. Maar wat als door de stijgende prijs van de JSF nog maar een handjevol straaljagers kan worden aangeschaft?

Waar denken ze nu aan, de luchtmachtofficieren in hun groene vliegoveralls? Concentreren ze zich op hun volgende missie boven Afghanistan? Of vragen ze zich af en toe stiekem af hoe het zou zijn om gezagvoerder bij de KLM te zijn, op een nachtvlucht naar Rio?

Vandaag debatteert de Tweede Kamer over het gedroomde nieuwe vliegtuig van de Nederlandse F-16-vliegers: de Amerikaanse F-35 Joint Strike Fighter (JSF). Het zal een vinnig debat worden. Na jaren van vertragingen en opeenvolgende kostenoverschrijdingen wil een Kamermeerderheid stoppen met de ontwikkeling van de JSF. De PvdA en de SP zullen waarschijnlijk moties indienen. Als minister van Defensie Hans Hillen (CDA) die niet uitvoert, zo zei SP-Kamerlid Jasper van Dijk vanmorgen, zou wel eens een motie van wantrouwen kunnen volgen.

De jachtvliegers (zeg nooit ‘piloten’) zullen zich zorgen maken. Want de JSF is meer dan zomaar een materieelproject: het is de toekomst van de Koninklijke Luchtmacht. Als het aan Defensie ligt, blijft de ‘KLu’ wat zij nu nog is: een kleine, maar geavanceerde luchtstrijdmacht die nauw samenwerkt met de grootste en beste luchtmacht ter wereld: de US Air Force. Nu de politieke weerstand tegen de JSF almaar toeneemt, dreigt dat toekomstbeeld in rook op te gaan.

Bij de luchtmacht hopen ze daarom dat minister Hillen de moties naast zich neerlegt, waardoor een volgend kabinet de knoop zal doorhakken. Maar ook als Nederland wél doorgaat met de JSF, gaat de luchtmacht een onzekere tijd tegemoet. In de afgelopen jaren is de JSF zoveel duurder geworden, dat tegen het huidige budget (4,5 miljard euro) nog maar een handjevol toestellen kan worden gekocht. En dat is slecht nieuws voor een krijgsmachtonderdeel waarvan de inzetbaarheid steeds verder terugloopt.

Tijdens de Koude Oorlog kocht Defensie meer dan 200 F-16-jachtvliegtuigen. Maar door opeenvolgende bezuinigingen is het aantal F-16’s steeds verder gedaald. Het laatste beleidsdocument op het departement draagt de ontnuchterende naam Defensie na de Kredietcrisis. Als de plannen van deze nota zijn uitgevoerd, zal het aantal gevechtsvliegtuigen zijn teruggebracht van 87 naar 68.

Zo hadden de generaals het niet bedacht. In 1999 stelde de luchtmacht in interne documenten nog vast dat de 120 F-16’s van dat moment één op één zouden moeten worden vervangen door JSF’s. Maar daar was toen al geen geld voor. De luchtmachtgeneraals rekenden uit dat met het beschikbare budget – 4,5 miljard euro – 85 nieuwe jagers konden worden gekocht.

85 is nog steeds het ‘planningsgetal’ waar Defensie mee werkt. Maar zelfs minister Hillen heeft inmiddels laten weten dat er minder toestellen zullen worden gekocht. In zijn laatste rapportage over de vervanging van de F-16 rekende de minister voor dat aankoop van 85 toestellen met de huidige stand van zaken 7,5 tot 8,2 miljard euro zou kosten – bijna twee keer zoveel geld als nu beschikbaar is.

Waarschijnlijk is die schatting nog te optimistisch. Vorige maand kondigde Noorwegen aan dat het 52 JSF’s gaat aanschaffen. Het Noorse budget voor de aankoop is bijna 8 miljard euro, zo maakte het Noorse ministerie van Defensie bekend. Een andere JSF-partner, Canada, kondigde al eerder aan dat het 7,1 miljard euro heeft gereserveerd voor 65 JSF-toestellen. Volgens de Canadese Rekenkamer heeft het ministerie van Defensie de berekening echter slecht onderbouwd, en liggen de kosten in werkelijkheid hoger. Het vernietigende Rekenkamer-rapport leidde tot een grote rel in de Canadese politiek. Het kabinet-Harper besloot daarop het budget voor de JSF te maximeren, en de aanschaf van het toestel weg te halen bij het ministerie van Defensie. De kans dat er voor 7,1 miljard euro 65 toestellen kunnen worden gekocht, lijkt ondertussen klein.

Hoe zit het met Nederland? Het Nederlandse ministerie van Defensie benadrukt steeds dat vliegtuigprijzen en kostenramingen van verschillende landen moeilijk met elkaar zijn te vergelijken. Maar de Noorse en Canadese voorbeelden vertonen wel een consistente lijn: de totale kosten van de JSF zullen boven de 100 miljoen euro per toestel komen te liggen – veel meer dan de bedragen waarmee het Amerikaanse Pentagon en het Nederlandse ministerie van Defensie werken. De kans dat Nederland meer dan 45 toestellen kan aanschaffen voor het huidige budget van 4,5 miljard, lijkt daarom verwaarloosbaar.

Volgens Defensie is het definitieve budget voor de vervanging van de F-16 nog niet vastgesteld. Maar dat de luchtmacht na twintig jaar bezuinigen op defensie meer geld zal mogen uitgeven dan gepland, is onwaarschijnlijk. Met de JSF stevent Defensie dus af op een luchtmacht van 45 vliegtuigen, of minder. De vraag is of het zin heeft om zo’n miniluchtmacht in stand te houden. De Algemene Rekenkamer stelde eerder dit jaar al vast dat de luchtmacht na de volgende bezuinigingsronde (terug naar 68 F-16’s) nauwelijks nog in het buitenland kan worden ingezet.

Geen wonder dat minister Hillen zo’n warm voorstander is van nauwere samenwerking met andere JSF-landen. Fuseren met de Noren en de Denen zou wel eens de enige mogelijkheid kunnen blijken om de JSF realiteit te laten worden – wat de politiek ook beslist.