Ik val op een onbereikbare prooi

Niemand zegt meer hoe het moet in de liefde. Je maakt je keuzes zelf. Maar welke dan? Vandaag: de liefde van Hanna (31) uit Amsterdam, single.

‘Zondagochtend heb ik mijn vader gebeld. Ik had die nacht uren wakker gelegen vanwege een jongen. Ik zei: ‘Ja pap, het is nu voor de zoveelste keer dat mijn liefje waarschijnlijk alweer weg is voordat ik er echt aan begin. Ben je je ervan bewust dat ik heel bang ben om verlaten te worden en dat dat te maken heeft met dat jij toen bent weggegaan?’

Ik ben nu vier jaar alleen. Op dit moment heb ik iets met een jongen. Het is heel pril. Het is zo kwetsbaar als het kan zijn. De afgelopen jaren zijn mannen gekomen en gegaan, maar er was niets bij dat op een relatie leek. Het waren flirts, contact dat even opbloeide. Het ging als een ballonnetje op, weer neer en dan was het over. In de afgelopen jaren heb ik iets met een collega gehad, in het geheim. Daarna iets met een jongen uit Zuid-Amerika. En vorig jaar liep ik stage in het buitenland en toen heb ik een relatie met een Fransman gehad. Het was mijn vlucht uit de weinig prikkelende baan die ik toen had. Ik hou nogal van avontuur. Maar ik heb nog nooit zo erg liefdesverdriet gehad als toen van die Fransman.

Op de middelbare school vonden jongens mij wel leuk, maar ik was toch een beetje voorzichtig. Op mijn veertiende zoende ik voor het eerst. Op mijn vijftiende werd ik ontmaagd. Daarna duurde het iets van zes jaar voordat ik voor een tweede keer met een jongen naar bed ging. Als ik even nadenk, dan denk ik dat ik nu met zo’n veertig jongens heb gezoend en met iets van elf naar bed ben geweest. Is dat veel?

Mijn vader antwoordde: ‘Ik ben me bewust van het effect van de scheiding van je moeder op jou en ik ben daar niet trots op. Ik kan me voorstellen hoe je je nu voelt.’

Op mijn dertiende is mijn vader het huis uitgegaan. Hij houdt wel van vrouwen, laat ik het zo zeggen. Ik zat net in mijn ontluikende seksualiteit. Ik denk dat dat wel invloed heeft gehad op mijn liefdesleven, hoe ik sta ten opzichte van mannen en waarom ik angstig ben om de ander te verliezen. Ik heb het ook besproken op de bank, bij de therapeut. Tien jaar geleden heb ik het ook tegen mijn vader gezegd om hem daar bewust van te maken. Nu ik ouder word, voel ik dat ik als mens steeds meer mezelf verwezenlijk, al heb ik nog een groot thema: onafhankelijkheid. Ik wil me onafhankelijk voelen, terwijl ik me in een relatie juist al snel afhankelijk voel. Zeker omdat ik uit een groot gezin kom. Ik ben de jongste en was altijd de brutaalste. Ik heb twee oudere zussen en een broer die allemaal een partner en kinderen hebben.

De jongen die nu pril bij me is, vroeg me laatst: vind je het niet moeilijk dat je nog geen kinderen hebt? Maar ik geniet juist van mijn vrijgezellenbestaan. Ik kan doen wat ik wil. Gaat je biologische klok niet tikken?, vroeg hij. Hij was misschien aan het aftasten. Ik dacht, ik laat niet aan je weten dat ik moeder wil worden. Dat hoeft ook niet nu meteen. Ik voel er rust over. Ik denk dat als je er rust over voelt en je niet te druk maakt… dan… nou ja, dat je het dan misschien gemakkelijker kunt krijgen. Het is geen stiekeme agenda om uiteindelijk toch dat kind te krijgen, maar het is wel een latente wens.

Ik vergelijk mezelf niet zozeer met mijn zussen en broer. Ik wil mijn eigen pad bewandelen. Als ik hen dan weleens hoor op vrijdagavond met al dat kindergeregel, dan vind ik het heel erg leuk om gewoon uit te gaan. Er komen altijd veel mannen voorbij. Ik heb ook wel periodes dat het rustiger is, dat ik onder een steen lig of een woestijnperiode heb, zoals ik dat noem. Na mijn laatste echte vriendje, ik was toen 27, wilde ik echt niet dat een man dichtbij me kwam. Dat was ook de periode dat ik last van mijn huid kreeg. Mijn psyche en lichaam remden mij.

Ik heb met een groepje vriendinnen een Bridget-appgroep. Van Bridget Jones. Dan Whatsappen we zoiets van: ‘Oh, ik lig weer met een fles wijn op de bank, want die en die reageert niet.’ We maken er grappen over, want we hebben juist géén bridgetgevoel. We zijn niet ongelukkig en wanhopig op zoek naar een man. Juist eerder andersom, zodra er een man mijn leven binnenloopt gaat het mis. Dan wordt het onrustig.

Afgelopen weekend was mijn prille vlam onbereikbaar. Hij had een liefdesperikeltje met een vorig liefje. Gisteren belde hij om het uit te leggen en nu is het weer goed. Maar het gaat erom dat ik in een ouderwetse kramp was geschoten. De kramp dat het vervullen van het verlangen belangrijker lijkt dan het echte verlangen naar de man zelf. Ik was zo bang om hem kwijt te raken, nog voordat ik wist of ik hem wel echt wilde. Ik voelde me kwetsbaar en afhankelijk van hem.

Kijk, ik vrees voor een breuk in een relatie. Altijd. Kijk naar mijn ouders. Dus ik ben de laatste jaren het meest gelukkig als ik alleen ben. Mijn persoonlijke kracht is groot. Alleen voel ik me sterk. En als ik in een relatie zit stel ik mezelf afhankelijker op en geef ik een deel van mezelf weg.

Die Fransman. Ik heb vorige zomer zo’n liefdesverdriet over hem gehad. Ik heb het gevoel dat ik daardoor een megaontwikkeling heb doorgemaakt. Hij werkte daar, in het buitenland waar ik stage liep. Ik stond open voor alles en we vonden elkaar heel leuk. Ik ging me hechten aan hem, maar hij vertelde dat hij niet echt verliefd was omdat het voor hem toch om iets tijdelijks ging. Ik vond dat heel pijnlijk maar we bleven wel de hele dag appen, ook toen ik alweer terug was in Nederland. Met online liefde kun je iets heel lang in stand houden. Daarmee laat je het doorsudderen zonder dat je jezelf echt met de werkelijkheid confronteert. Het rekt wat er niet is. Het duurde een jaar lang. Hoop op hoop op hoop.

Via Whatsapp hebben we het uiteindelijk uitgemaakt. Ik had advies ingewonnen bij een vrouw met helderziende inslag. Of het zou werken met die jongen. Zo erg speelde dat in mijn leven. Toen zei zij: je hebt een heel diepe band, maar hij wil zich niet binden. Ik kwam huilend thuis en appte hem: ik ben tot het inzicht gekomen dat we moeten breken. Hij vond dat oké.

Ik maak het mezelf moeilijk omdat ik val op een moeilijk te veroveren prooi, misschien is dat het wel. Het lijkt soms wel of ik het zelf zo maak. Ik creëer niet een soort masochistische situatie, dat is het niet, ik weet nog niet precies hoe het werkt. Het heeft wel iets te maken met het feit dat ik altijd op zoek was naar de liefde van mijn vader. Hij is een man die de ene keer inzoomt en dan weer uitzoomt. Daardoor heb ik een soort vermogen ontwikkeld om naar liefde te zoeken. Een vriendin zei vorige zomer ook tegen me: je hebt hem gevonden hoor, je hebt je vader gevonden, iemand die je afwijst. Maar, dat is het niet volgens mij. Ach, het is koffiedikkijken, maar ik vind het gewoon heel interessant als ik iemand voor me kan winnen. Ik ben een jager.

Het is toch absurd om iemand zo leuk te vinden die jou niet leuk vindt. Dat heb ik geleerd vorige zomer. Wat bizar dat ik me identificeerde met die pijn. Ik kon toch gewoon weggaan?

Ik geloof niet dat je naar de liefde moet zoeken. Je moet loslaten, dan komt de echte liefde vanzelf naar je toe, denk ik. Ik vind trouwens ook niet dat je je eigen leven moet afschuiven op een ander. Dus ik geef mijn vader nergens de schuld van. Ik herken de patronen, maar ik doe het allemaal zelf.”

Dit is de eerste aflevering van een interviewserie waarin mensen praten over hun verwachtingen en teleurstellingen in de liefde. Wil je meewerken aan deze serie? Mail dan naar next@nrc.nl.