Hervormingen 'probleemlanden' hebben effect

De eurocrisis zorgt voor veel ellende. Maar hervormingen maken Ierland en Spanje wel concurrerender. De manier om weer aansluiting te krijgen bij de rest van de club.

Ierland en Spanje worden langzaamaan competitiever. Door gestage hervormingen van de arbeidsmarkt en dalende lonen beginnen twee van de landen die het hardst getroffen zijn door de eurocrisis, alweer aan concurrentiekracht te winnen. Ook in Portugal en zelfs Griekenland is verbetering te bespeuren. Dit blijkt uit een rapport dat de Conference Board, een onderzoeksorganisatie van het internationale bedrijfsleven in New York, volgende week publiceert.

De conclusies van dit rapport zijn politiek van belang omdat economen altijd hebben gezegd dat de eurozone moeilijk kan overleven als de economische prestaties van de lidstaten sterk uiteen blijven lopen. De schuldencrisis raakte Ierland, Spanje, Portugal en Italië extra hard, omdat zij minder competitief waren dan eurolanden als Duitsland en Nederland. Omdat landen binnen een muntunie niet kunnen devalueren om zichzelf weer wat ‘lucht’ te geven, zijn drastische economische hervormingen voor hen de enige manier om weer aansluiting te krijgen bij de rest van de club. Volgens het onderzoek van de Conference Board is dit precies wat er aan het gebeuren is. Dat de loonkosten per eenheid in overschotlanden als Duitsland, Oostenrijk en Frankrijk afgelopen jaren zijn gestegen, maakt het voor de zwakkeren makkelijker om de achterstand in te halen. „Dit is een opsteker voor het hele continent”, zegt chefeconoom Bart van Ark.

Volgens het rapport, waar deze krant inzage in kreeg, is de inhaalslag het meest indrukwekkend op industrieel gebied. Loonkosten daalden fors en de productiviteit steeg, onder meer door kostenbesparing. In de dienstensector, waar loonkosten niet of nauwelijks daalden, verloopt dit proces veel langzamer. In Ierland gingen de kosten per productie-eenheid tussen 2008 en 2011 in de totale economie met 6,3 procent omlaag; in de industrie was de daling maar liefst 41,5 procent. Ierland vertoont de sterkste daling in de hele eurozone. Daarna komt Spanje met een daling van ruim 4 procent in de totale economie.

In dezelfde periode was in Duitsland een stijging te zien van 8,7 procent en in Frankrijk 8,2 procent. Nederland zat redelijk dichtbij het gemiddelde in de eurozone. Eén factor die in Duitsland meespeelde is de zogeheten Kurzarbeit, een crisismaatregel waarbij mensen korter konden gaan werken om niet te hoeven worden ontslagen. Zo werkten er meer mensen in fabrieken dan nodig was. Volgens Van Ark is de Spaanse en Ierse prestatie overigens extra opmerkelijk, omdat het tegen de klippen van de recessie op gebeurde: „Loonkosten naar beneden krijgen is dubbel moeilijk als je output tegelijkertijd naar beneden gaat”.

Critici zeggen dat eurolanden die drastisch de lonen verlagen om competitiever te worden, bezig zijn met een ‘race to the bottom’. Bedrijven uit voormalige Portugese koloniën als Brazilië en Angola beginnen fabrieken te bouwen in Portugal, China koopt naaiateliers in Toscane op. Tot hoever kun je gaan met lonen verlagen? Moet je niet andere methodes proberen om competitiever te worden, zoals innovatie? Van Ark beaamt dat „landen zichzelf, als ze niet uitkijken, naar de bodem concurreren met lage lonen. Maar het kan ook dat de productiviteit toeneemt, waardoor lonen na een poosje weer kunnen stijgen. In die zin kan dit een eerste stap zijn op weg naar herstel.”

De Conference Board boog zich ook over de vraag of Europa competitiever wordt als één of meerdere landen de eurozone verlaten. Het antwoord is nee – voorzover het om kleine landjes als Griekenland gaat. Op korte termijn is het goed voor Griekenland, bijvoorbeeld: na een exit kan het devalueren. Dat kan groei aanzwengelen. Maar op termijn valt die groei weer stil omdat echte hervormingen niet hebben plaatsgevonden. Voor andere eurolanden maakt een exit van Griekenland weinig uit. Dat verandert als een groot land als Italië of Spanje zou uittreden: „Dit leidt tot een langere recessie en langzamer herstel wegens voortdurende onzekerheid over de muntunie.”

Doormodderen met micro-stapjes zoals de eurozone nu doet, zorgt volgens het rapport voor een „krimp in output’’. Doorgaande bezuinigingen stellen het moment uit waarop de economie weer gaat groeien. De concurrentiekracht van de hele eurozone lijdt daaronder, langdurig. Het beste scenario is volgens het rapport méér Europa: sterke integratie van het Europese bankwezen en nationale begrotingen, plus de invoering van euro-obligaties. Dat hoort de Nederlandse regering momenteel niet graag, maar het is wel het beste voor de gezamenlijke concurrentiekracht, zegt Van Ark. Ook dat is in het Nederlandse belang: „Dan trek je investeringen aan en zorg je voor groei”.