Fukushima gevolg van menselijk falen

De ramp in de Japanse kerncentrale Fukushima Dai’ichi vorig jaar was te wijten aan menselijk falen. Dat is de conclusie van een parlementair onderzoek naar de ramp en de nasleep daarvan, dat vanmorgen werd gepubliceerd.

De ramp „kon worden voorzien en voorkomen en dat had ook moeten gebeuren”, stelt het ruim 600 pagina’s tellende rapport. Ook bij de afwikkeling naderhand schoot zowel de overheid als de exploitant van de centrale, het bedrijf Tepco, tekort.

Het rapport concludeert dat de ramp het resultaat was van een te innige relatie van de regering en Tepco met de toezichthoudende instanties. „Ze hebben het recht van de natie op bescherming tegen nucleaire ongelukken verraden.”

Het complex, dat zes reactoren telt, raakte op 11 maart vorig jaar zwaar beschadigd door een tsunami die was veroorzaakt door een zware aardbeving. Verschillende reactoren raakten oververhit en het kwam tot een gedeeltelijke meltdown van de splijtstofstaven. Er kwam een aanzienlijke hoeveelheid radioactief materiaal vrij. Tienduizenden moesten worden geëvacueerd en nog steeds is een zone van twintig kilometer rond de centrale afgezet.

Het rapport legt ook de gebrekkige communicatie bloot na de ramp tussen de toenmalige premier Naoto Kan en de leiding van Tepco.

Juist vandaag krijgt een deel van het zuiden van Japan voor het eerst weer stroom die is opgewekt door een kerncentrale bij de stad Ohi. Eerder dit jaar waren alle kerncentrales stilgelegd, deels uit vrees voor nieuwe incidenten. (AFP, BBC)