Een enkele reis chaos en ellende

Een stakende mijnwerker vorige week dinsdag tussen brandende barricaden bij Oviedo, hoofdstad van de Spaanse provincie Asturië (Foto Reuters/Eloy Alonso)

Arnold Heumakers las Thierry Baudets De aanval op de natiestaat, waarin duidelijk wordt gemaakt dat het supranationalisme van de EU gevaarlijk is.

Thierry Baudets De aanval op de natiestaat komt precies op tijd voor de aanstaande verkiezingen van 12 september. De inzet daarvan is immers niet alleen de economie, maar ook en vooral ‘Europa’. Gaan we voort op de ingeslagen weg en staan we nog meer beslissingsmacht af aan de Europese instellingen of doen we een poging dit proces te keren?

Baudet herinnert eraan wat allemaal op het spel staat, hoewel zijn betoog zich niet uitsluitend op de Europese toestand richt. Zijn boek was een (oorspronkelijk in het Engels geschreven) proefschrift waarop hij op 21 juni j.l. in Leiden promoveerde – onder de huidige omstandigheden leest het als een politiek pamflet.

De academische herkomst blijkt hooguit hieruit dat Baudet zich niet beperkt tot kreten en slogans, maar met uitvoerige argumenten komt, die zowel mede- als tegenstanders te denken zullen geven. Zijn hoofdgedachte is zonneklaar: de democratische rechtsstaat kan niet zonder de natiestaat, en juist die wordt door het ‘supranationalisme’ van de EU ondermijnd.

Onder supranationalisme verstaat Baudet een gezagsstructuur waarbij niet goed duidelijk is waar de centrale beslissingsmacht zich bevindt. Wie is, als puntje bij paaltje komt, de baas in ‘Europa’? Het valt niet te zeggen. En dat is ook de bedoeling: het supranationalisme rekent af met het klassieke begrip van de soevereiniteit, om dit te vervangen door een weefsel van elkaar deels overlappende bevoegdheden. Aangezien de natiestaat niet zonder soevereiniteit kan, is dit supranationalisme een van de belangrijkste wapens in de ‘aanval op de natiestaat’, die volgens Baudet na de Tweede Wereldoorlog in Europa werd ingezet.

Multiculturalisme

Het supranationalisme attaqueert van buitenaf (door steeds meer beslissingsmacht aan de nationale staat te onttrekken), de vijand van binnenuit heet: multiculturalisme. Een ideologie die is opgekomen tegelijk met de massa-immigratie van de laatste vier decennia en die vooral bestaat uit de afwijzing van één dominante cultuur of Leitkultur binnen een land. In plaats daarvan worden juist de culturele verschillen gekoesterd.

Maar hoe kunnen verschillen (de ‘weg van de diepe diversiteit’ volgens de Canadese filosoof Charles Taylor) ooit een echte samenleving funderen? Zeker als daar ook nog eens ‘rechtspluralisme’ bijkomt, dat voor al die verschillende culturen verschillende rechtssystemen aanvaardt – denk aan de sharia-rechtspraak waarvan sommige Europese moslims dromen. Volgens Baudet betekent dit alles een enkele reis chaos en ellende, segregatie in plaats van emancipatie.

Te voorkomen is het door – als reactie op globalisering en immigratie – de nationale identiteit te versterken, en haar in elk geval niet te ontkennen, zoals een paar jaar terug gebeurde door prinses Máxima met haar ongelukkige uitspraak dat dé Nederlandse identiteit niet zou bestaan.

Nationaliteit bestaat wel degelijk, betoogt Baudet – als een bepaalde opvatting van burgerschap, een vorm van politieke loyaliteit aan een gebied en aan een manier van leven, ongeacht verschillen in taal, etniciteit of religie. Het is een notie van nationaliteit, ontleend aan 19de-eeuwse Franse denkers als Renan en Fustel de Coulanges, die ook voor immigranten openstaat, mits ze de kernwaarden van hun ‘land van aankomst’ (Paul Scheffer) omarmen. Uiteindelijk gaat het om een loyaliteit aan de natiestaat als drager van de democratische rechtsstaat.

Baudet spreekt van een ‘multicultureel nationalisme’, dat hij afzet tegen een ‘intolerant, gesloten nationalisme’ en tegen het supranationalisme. Zo’n nieuwe term is verwarrend, een poging om het woord multicultureel te kapen van het vermaledijde multiculturalisme. En om het woord nationalisme van zijn pejoratieve associaties (met xenofobie en chauvinisme) te ontdoen. Ik voorspel de term geen rijke toekomst.

Hetzelfde geldt voor de andere term die Baudet als alternatief voor het supranationalisme aanbiedt: ‘soeverein kosmopolitisme’. Dat houdt in: een kosmopolitisme, oftewel een openstaan naar de grote buitenwereld, zonder daarvoor de eigen soevereiniteit prijs te geven. Dus Europa als statenbond, als confederatie, is oké, zolang men maar volledig baas in eigen land blijft. Maar dat de termen niet overtuigen, wil niet zeggen dat wat ermee wordt aangeduid onzinnig zou zijn.

Toch ligt in de geboden alternatieven niet de kracht van dit boek, want op de praktische (bijvoorbeeld economische) consequenties van een ommekeer op de supranationale weg gaat Baudet niet of nauwelijks in. Heel goed daarentegen is hij in het etaleren van de nadelen van het heersende supranationalisme, vooral op gebied van de rechtspraak.

Net als in zijn columns in deze krant keert hij zich tegen de praktijken van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens. Dat hof gaat zijn boekje verre te buiten, vindt Baudet, die met enkele krasse voorbeelden komt. Zo zou er een rechter zijn geweest die de maximumsnelheid tot de mensenrechten rekende. Mensenrechten zijn sowieso een glibberige materie: in wezen bestaan ze niet, tenzij als al dan niet nuttige ficties, en dus opent zich een eindeloos veld van mogelijke opvattingen. Bijna alles wat iemand niet bevalt, kan een plaatsje krijgen in het rechtendiscours. Wat betekent dat de rechtspraak in dit geval, misschien nog wel meer dan anders, een zaak van interpretatie is.

Bij alle rechtspraak zou je willen weten wie de rechters zijn en wie ze heeft benoemd. Rechtspraak vereist vertrouwen en een zekere voorspelbaarheid. Daaraan ontbreekt het als de rechters uit een geheel andere cultuur of wereld komen dan degenen die zich aan hun oordeel moeten onderwerpen. Opdat het recht niet als willekeur wordt ervaren, is er een zekere gemeenschappelijkheid nodig tussen rechters en strijdende partijen. En, men voelt het al aankomen: die gemeenschappelijkheid is alleen te vinden binnen de natiestaat. Alleen daar is een concrete verbondenheid mogelijk, die ontbreekt in de abstracte, quasi-universele, in wezen technocratische sfeer van het supranationale ‘Europa’.

Is er dan geen nationaal Europa mogelijk? In de jaren dertig verwachtte Julien Benda, oog in oog met de fascistische dreiging, alle heil van een ‘Europese natie’. En nog altijd zijn er mensen die een Verenigde Staten van Europa bepleiten, waarbij de soevereiniteit niet zozeer wordt ondermijnd als wel verplaatst. In principe is zoiets mogelijk, maar wenselijk acht Baudet het niet, omdat een Europese nationale identiteit ontbreekt.

Niemand identificeert zich met ‘Europa’. En dat zo’n Europese nationale identiteit op korte termijn zou ontstaan, beschouwt Baudet ‘als grenzende aan het krankzinnige en in elk geval volkomen losstaand van de realiteit’. Realisme en trouw aan de democratische rechtsstaat gebieden dat men nu vasthoudt aan de natiestaat, temeer daar de supranationale praktijk heimelijk en zonder democratische controle of mandaat alsnog een soort superstaat lijkt te realiseren, simpelweg omdat het falen van de supranationale maatregelen (denk aan de eurocrisis) dat vereist.

Nationalisme

Het vasthouden aan de natiestaat, maar misschien moeten we al zeggen: het terugkeren naar de natiestaat brengt ook een terugkeer naar het nationalisme met zich mee. Baudet gebruikt het woord neutraal, maar dat het nauwelijks nog een neutraal woord is, blijkt al uit het feit dat hij het moet afzetten tegen een ongewenst ‘intolerant, gesloten nationalisme’. De grote vraag is of een en ander zich wel zo makkelijk laat scheiden. Zie Wilders, wiens nationalisme onmiskenbaar elementen van intolerantie bevat.

Iets dergelijks doet zich ook voor bij het onderscheid tussen nationalisme en imperialisme, dat Baudet maakt om aan te tonen dat de natiestaat niet de schuld draagt voor de beide Wereldoorlogen. Nationalisme is inderdaad niet hetzelfde als imperialisme, maar van elk modern imperialisme was nationalisme wel de harde kern. Dat een krachtig nationalisme zonder neiging tot chauvinisme, xenofobie en/of imperialisme mogelijk is, moet nog bewezen worden. Een experiment met misschien wel evenveel risico’s als het voortgaan op de huidige supranationale weg. En wat te denken van Baudets ontkenning dat de EU mede de vrede in Europa heeft teweeggebracht? Natuurlijk, ook de NAVO is hier van groot belang geweest, evenals – tot 1989 – de Koude Oorlog. Maar dat we ons nu een oorlog in Europa niet meer kunnen voorstellen, zou ook wel eens kunnen liggen aan een gebrek aan fantasie.
Kortom: als Thierry Baudets uitdagende, inhoudelijk substantiële en goed geschreven boek iets duidelijk maakt, dan is het dat er straks op 12 september, de dag van de verkiezingen, echt wat op het spel staat.