De minigemeentebesturen verdwijnen

Vanochtend heeft de Kamer ingestemd met afschaffing van de deelgemeenten. Een bestuurslaag in Amsterdam en Rotterdam verdwijnt.

Premier Rutte zei het direct bij aanvang van zijn kabinet: „Nederland lijdt aan bestuursobesitas.” Een kwart van alle lokale bestuurders en volksvertegenwoordigers moest verdwijnen. Te beginnen bij de zogeheten deelgemeenten, extra bestuurslagen in Amsterdam en Rotterdam. Vanochtend schaarde de Tweede Kamer zich achter een voorstel om de deelgemeenten af te schaffen.

1Waarom zijn er deelgemeenten en stadsdelen?

Deelgemeenten (in Amsterdam heten ze ‘stadsdelen’) zijn ontstaan uit pogingen van de overheid om de kloof tussen politiek en burger te verkleinen. In 1972 begon Rotterdam met de invoering van deelgemeenten: nu heeft de stad er veertien. Amsterdam volgde halverwege de jaren tachtig en heeft er zeven. Met een gedecentraliseerd bestuur, zo was de gedachte, worden inwoners nauwer betrokken bij de stedelijke besluitvorming.

2Hoe werken die bestuurslagen?

Deelgemeenten functioneren hetzelfde als een ‘gewoon’ gemeentebestuur. Zo is er een deelgemeentevoorzitter of stadsdeelvoorzitter (een soort burgemeester) en zijn er bestuurders (wethouders). Samen vormen zij het dagelijks bestuur. Deelraadsleden controleren het bestuur en worden elke vier jaar gekozen door inwoners van de deelgemeente.

Bewoners kunnen bij het deelgemeentekantoor terecht voor onder meer paspoorten, rijbewijzen en vergunningen. Politici van een Rotterdamse deelgemeente beslissen over ‘kleine’ regelgeving, zoals de inrichting van pleinen. De Amsterdamse stadsdelen hebben aanzienlijk meer macht. Zij mogen bijvoorbeeld gemeentelijke wetgeving veranderen.

3Waarom hebben alleen Amsterdam en Rotterdam ze?

In theorie kon iedere stad een deelgemeentestelsel invoeren. De mogelijkheid hiertoe is in 2002 vastgelegd in de Gemeentewet. Andere steden hebben echter gekozen voor minder vergaande bestuursmodellen. Zo heeft Utrecht wijkraden die het stadsbestuur van adviezen voorzien. Den Haag kent een model met stadsdelen – alleen dan zonder politieke laag. Elk gebied heeft een eigen wijkambtenaar die klachten van inwoners over de omgeving opneemt.

4Wat doen deelgemeenten goed?

Voor de burger is een deelgemeente toegankelijker dan het gemeentebestuur op het stadhuis. Het deelgemeentekantoor is in de buurt en de politici wonen in de deelgemeente waarvoor ze gekozen zijn. Hierdoor zouden buurtbewoners sneller geneigd zijn te participeren in de lokale democratie. Bovendien hebben deelgemeenten beter zicht op straten en buurten dan het centrale bestuur.

5En wat niet?Deelgemeenten zijn soms té democratisch. Er kan in vergaderingen eindeloos gesteggeld worden over drempels, paaltjes en stoeptegels zonder dat dit ergens toe leidt. Ze kosten de burger ook een hoop geld. De kosten van het Rotterdamse deelgemeentebestel worden geraamd op 7 miljoen euro per jaar. Amsterdam schat de kosten van zijn stadsdelen op 5,4 miljoen euro. Een ander argument voor behoud van deelgemeenten is dat ze een kweekvijver zouden zijn voor politiek talent. Dit valt in de praktijk tegen: er zijn weinig deelraadsleden die doorstromen naar de gemeenteraad. Vaker komt het voor dat politici de omgekeerde weg bewandelen: oud-wethouders slijten hun laatste politieke jaren graag in een deelgemeente. Financieel gezien is het niet eens zo’n grote achteruitgang: bestuurders van grote Rotterdamse deelgemeenten verdienen ruim 7.000 euro per maand. In Amsterdam krijgen ze 8.300 euro.

6Wat gaat er nu veranderen? Er moet een nieuwe manier gevonden worden waarop bewoners kunnen meebeslissen over hun eigen wijk. Hiervoor zijn tal van mogelijkheden die de twee steden „nog aan het onderzoeken zijn”. Het kabinet wil de nieuwe Gemeentewet in 2014 invoeren.