Crash Air-France in 2009 door fouten én technische problemen

Animatie van de Air France-crash tijdens de presentatie van het BEA-onderzoeksrapport. Foto AFP / Patrick Kovarik

De crash van het Air France-vliegtuig in de Atlantische Oceaan in 2009 was een gevolg van fouten van de piloten, technische problemen en slechte training. Dat concludeert een onderzoekscommissie van de Franse luchtvaartautoriteit BEA. Bij de ramp kwamen alle 228 inzittenden om het leven.

Pilotenvakbonden en Air France ruziën al tijden met vliegtuigbouwer Airbus over de vraag wie schuldig was aan de ramp met de Airbustoestel, type A330-200, dat op 1 juni 2009 op weg was van Rio de Janeiro naar Parijs. Het ongeluk, het ernstigste uit de geschiedenis van Air France, deed zich voor op ongeveer 1.500 kilometer van het Braziliaanse vasteland, buiten het bereik van de radar.

Bemanning reageerde niet adequaat na uitval snelheidsmeters

Het Franse BEA bevestigt in zijn rapport de eerdere claims dat de bemanning van het vliegtuig niet adequaat reageerde toen er problemen ontstonden met de snelheidsmeters. De sensoren haperden door ijsaanslag in de hevige turbulentie boven de Atlantische Oceaan, waardoor de snelheidsmeters bleven oplopen, al verloor het vliegtuig juist snelheid.

In de overtuiging dat de automatische piloot de situatie niet meer in de hand, namen de piloten de controle over het vliegtuig over. Daardoor kwam het toestel in handen van vliegers die niet wisten wat er aan de hand was en dus ook niet juist reageerden op de signalen die het vliegtuig gaf.

Daarbij volgden de piloten niet de procedures van de emergency checklist voor gevallen dat snelheidsmeters onbetrouwbaar zijn. Niet verwonderlijk, want de piloten waren zich niet bewust van de onbetrouwbaarheid van die meters.

Vervolgens stortte het vliegtuig vier minuten lang in het donker naar beneden. Dat blijkt uit opnames op de zwarte dozen die twee jaar na de crash werden geborgen. De piloten zouden de neus van het vliegtuig omhoog hebben getrokken, terwijl zij die bij afnemende snelheid juist omlaag hadden moeten drukken. Maar hun snelheidsmeters gaven aan dat het vliegtuig te hard vloog, niet te langzaam.

Piloten hadden geen besef van ‘overtrek’

De rampvlucht kreeg daardoor te maken met ‘overtrekt. Dit betekent dat een vliegtuig te veel snelheid verliest om door te kunnen vliegen, dat het zijn draagvermogen verliest. De twee piloten die op dat moment de cockpit bemanden, beseften echter geen seconde dat het vliegtuig in overtrokken vlucht vloog, zei hoofdonderzoeker Alain Bouillard.

Het onderzoeksrapport geeft 25 adviezen, onder meer op het gebied van pilotentraining en het ontwerp van de cockpit, om een herhaling van de vliegtuigramp in de toekomst te voorkomen. Het BEA-onderzoek naar de vliegramp nam drie jaar in beslag.

De Franse justitie doet onderzoek naar het ongeluk en kan besluiten om Air France en Airbus te vervolgen voor doodslag.