CDA wil samen met PvdA flanken bevechten

De politieke macht verschuift naar de flanken. Partijen in het midden moeten daarom „meer van zich afbijten”, zegt Sybrand van Haersma Buma.

Den Haag. - Wat waren ze kwaad op de PvdA. Het is nog geen twee jaar geleden dat CDA’er Maxime Verhagen een oude confessionele doctrine aanhaalde dat er „alleen in uiterste noodzaak met socialisten geregeerd kan worden” en dat toenmalig premier Jan Peter Balkenende vaststelde dat kwaad spreken over de PvdA „geen moddergooien was”, slechts „kijken hoe de feiten zijn”.

Sybrand van Haersma Buma, nu CDA-partijleider, beleefde de val van het laatste CDA/PvdA-kabinet intens, als fractiesecretaris. „Ik heb de breuk meegemaakt. Van dichtbij.” Maar de strijdbijl moest maar eens begraven worden. „Ik heb geen gevoelens van haat en nijd”, zegt Buma tegen deze krant. „Nu kijk ik niet meer achteruit, ik kijk vooruit.” Volgens Buma heeft de PvdA potentie om een geloofwaardige middenpartij te zijn, en kunnen de sociaal-democraten en hij zaken doen om de crisis te bestrijden. „Ik sta er voor open.”

Sinds de Tweede Wereldoorlog is er geen kabinet geweest waar een van beide partijen (of een voorloper) niet inzat. Buma gaat nu nog een stap verder: „Ik hoop heel erg dat het een gezamenlijke weg wordt. Het palet van partijen dat Nederland verder wil helpen moet groter zijn dan alleen de vijf van het Lenteakkoord.”

Zijn nieuwe, zoals hij het zelf noemt, zakelijkheid, komt voort uit wat hij zelf „de kern van de politieke ontwikkelingen van het moment” noemt: de groeiende macht van partijen op de flanken zoals de SP en PVV en de verminderde zeggenschap van de traditionele middenpartijen.

Van Haersma Buma wil „met iedereen behalve de PVV werken” maar zegt wel dat hij het straks niet voor het uitkiezen heeft. Zijn partij staat al anderhalf jaar op minder dan vijftien zetels in de peilingen. Toen de onenigheid met de PvdA begon, had het CDA nog 41 zetels, nu zijn dat er 21. „Het CDA kon altijd comfortabel zeggen: wat doen de anderen? Die tijd is voorbij en dat is misschien maar goed ook.” Nu is hijzelf gedwongen duidelijk te maken wat het CDA daadwerkelijk wil. Waar de partij voor staat.

Dat zouden er meer moeten doen, zegt hij. „Het midden moet van zich afbijten, duidelijk maken dat de flanken niet werken, dat polarisatie niet werkt. Dat doe ik dus.” De PvdA kan hem volgen, stelt hij voor.

Wel moet de partij consistent worden. De PvdA is – net als het CDA – „bereid het moeilijke pro-Europa-verhaal te vertellen”, en dat bevalt Buma wel. Maar dat de partij niet aanhaakte bij het begrotingsakkoord van de Lentevijf, dat was niet nodig volgens hem. En dat de PvdA deze week tegen de verkoop van tanks aan Indonesië is en de Nederlandse deelname aan het JSF-straaljagerproject dwarszit, dat stoort. „En is alleen maar voor de verkiezingen.”

Volgens Buma gaan de verkiezingen niet over ‘Europa’, zoals in Den Haag wordt voorspeld. „Als je iemand wakker maakt met wat vindt u het belangrijkste in het leven, zeggen ze niet ‘Europa’. Dan zeggen ze hun baan.” Het CDA vat dit samen als „werk, gezin, samenleving” – net zoals de VVD de vorige eigen verkiezingscampagne ook in drie kernbegrippen samenvatte. De PvdA zegt het te druk te hebben met de laatste dag voor het reces om te reageren.