Bob Diamond komt makkelijk weg

De voormalige topman van Barclays, Bob Diamond, werd gisteren gehoord door het Lagerhuis. Politieke bommetjes bleven uit, tot opluchting van Labour.

Er ging gisteren waarschijnlijk een collectieve zucht door Whitehall, het Britse regeringscentrum, en Threadneedle Street, het hart van de Londense City.

Met zijn getuigenis voor de Lagerhuiscommissie voor Financiën had Bob Diamond, de eerder deze week opgestapte topman van Barclays, het schandaal van de rentemanipulatie kunnen uitbreiden naar de voormalige Labour-regering, de Bank of England en de bankiersclub British Banking Association.

Maar de verwachte politieke bommetjes bleven uit. Diamond zei dat hij nooit instructies had gekregen om de geldmarktrente te manipuleren. Hij had slechts twee boodschappen: „het spijt me” en „ik houd van Barclays”. Hij herhaalde het laatste zo vaak in het drie uur durende verhoor, dat de irritatie onder de Lagerhuisleden toesloeg.

Diamond zei: „Er is absoluut geen excuus voor dit gedrag. En ik sta voor veel mensen bij Barclays die hier boos over zijn, dit is niet de Barclays waar ik van houd, noch de duizenden die er werken.” Het was een andere toon dan hij twee jaar geleden aansloeg, toen hij nog zei dat bankiers moesten ophouden zich te verontschuldigen.

De oud-topman was zenuwachtig. Zijn lijn was echter duidelijk: Barclays was niet de enige die Libor of Euribor, twee belangrijke internationale rentetarieven, manipuleerde. De bank heeft sinds de start van het onderzoek door Amerikaanse en Britse toezichthouders alle medewerking verleend, en de betrokken handelaren – „we hebben het hier over veertien van de duizenden” – zijn bestraft. En de enige reden dat Barclays nu onder vuur ligt, is omdat de bank als eerste een schikking trof met toezichthouders. Diamond waarschuwde dat de afgelopen dagen voor andere banken geen stimulans zijn mee te werken.

Over het beruchte e-mailverslag van een telefoongesprek met de vicepresident van de Bank of England, Paul Tucker, zei hij dat het juist niet ging over rentemanipulatie of mogelijke instructies van de centrale bank. Diamond vreesde nationalisatie van Barclays, en vermoedde dat Tucker hem daarvoor wilde waarschuwen. „De zorg die ik deelde met Tucker was dat de regering dacht dat onze rentekosten te hoog waren, dat we onszelf niet konden bedruipen, terwijl dat wel zo was. Als dergelijke geruchten de markt bereiken…”

Dat de Libor-rente daags na de mail daalde, had niets met het gesprek te maken: „De hele markt ging onderuit”. Bovendien wist hij in oktober 2008 niets over rentemanipulatie binnen Barclays: „Dat ontdekte ik pas deze maand door het onderzoek van de [toezichthouder, red.] FSA”.

Diamond: „Mijn reactie was: ‘John [Varley, de toenmalige topman van Barclays, red.], je moet Whitehall uitleggen dat het goed met ons gaat’.” Maar wie die regeringsfunctionarissen waren over wie Tucker het had? „Ik weet het niet, hoge figuren.” Diamond weigerde te speculeren over wie dat dan waren. Zeker niet Alistair Darling, toenmalig minister van Financiën, zei hij uiteindelijk.

Het was symptomatisch voor het hele verhoor. De Lagerhuiscommissie vroeg zelden door, waardoor Diamond makkelijk weg kwam met zijn verdediging van Barclays.

„Is er iets mis met de bankensector”, vroeg een van de panelleden. Diamond antwoordde wat over „aspecten die veranderen en die regulering betreffen” en „het erkennen dat er problemen zijn die nog steeds aangepakt moeten worden” en „transparantie” en „de balans tussen regulering en competitiedrift”.

„Ik vraag me af of we nu echt wat wijzer zijn geworden”, was dan ook de slotopmerking van de voorzitter van de Lagerhuiscommissie.