Bewonderaar

Af en toe kom ik Constant Meijers in de stad tegen en dan praten we altijd even over onze muzikale held Neil Young. De laatste keer was juist diens nieuwste cd Americana verschenen, een wangedrocht, zo had ik tot mijn ontzetting moeten vaststellen. Meijers vond het ook een zwakke cd, maar hij weet altijd wel weer een aardig nummer te ontdekken waar hij met liefde over kan praten. Hij is loyaler ten opzichte van Young dan ik, zijn bewondering is onvoorwaardelijk.

Hoe houdt iemand dat een leven lang vol? Als popmuziekjournalist, vooral van Oor, heeft Meijers vanaf de jaren zeventig over Young geschreven. Hij heeft hem vaak ontmoet, is meegereisd met Young en zijn band, heeft op Youngs ranch in Californië gelogeerd.

Nu schrijft hij aan een boek over Young dat op 1 januari af moet zijn. We zitten op een zonnig terrasje, want ik wil wel eens van hem horen wat hem in Young blijft fascineren – meer dan in bijvoorbeeld Bob Dylan. Hij denkt na. Hij vindt ook Dylan soms erg goed, maar die liefde hield toch al op na platen als New Morning – dan hebben we het over 1970!

„Die magnetische aantrekkingskracht van Young heb ik nooit bij een andere artiest gevoeld”, zegt hij. „Alleen Lowell George van Little Feat kwam in de buurt. Wist je dat Young meer succes heeft bij mannen dan bij vrouwen? Veel vrouwen vinden hem te jankerig. Voor mij onderscheidt hij zich van anderen met die kopstem, maar ook met zijn melodieën en zijn woordkeus die soms sentimenteel is, maar zeer treffend en passend bij bepaalde leeftijdsfasen. Hij is de Schubert van deze tijd.”

Alles, hoe matig soms ook, is hij van Young blijven verzamelen. „Want ook op de zwakste cd kan een mooi nummer staan.” Lyrisch is hij over de recente cd’s met live-concerten van lang geleden. „Zo fris en onbevangen hij daar klinkt, beter dan op de studio-opnamen uit die tijd.”

Hij heeft hem vaak meegemaakt, is het eigenlijk wel een aardige man?

„Nu meer dan vroeger”, zegt hij. „Hij kon nurks en onvoorspelbaar zijn. Vergeet niet dat er een heel koninkrijk om zo’n man bestaat. De hele dag vragen ze zich af: hoe gaat het met Neil, heeft hij goed geslapen, wat bedoelt hij met dit of dat. En, ja, hij laat zich dat graag aanleunen. Young heeft een enorm krachtige persoonlijkheid, anderen raken snel in zijn schaduw.”

Meijers heeft hem vaak gesproken maar, merkwaardig genoeg, nooit geïnterviewd. „Hij vond het goed dat ik meeging, maar hij zei wel: geen vragen. Want dan werd ik een journalist, een officiële vertegenwoordiger van de buitenwereld, en zo iemand wilde hij niet om zich heen. Ik was dus een fan die zijn vak verloochende.” Hij aarzelt nog of hij hem voor zijn boek zal interviewen, misschien is het juist beter om het niet te doen.

Young wordt dit jaar 67 – de leeftijd van Meijers. Young is een doener, iemand met een reusachtige werkkracht die voortdurend cd’s en films blijft produceren. „Hij is altijd bezig ingevingen uit te werken. In die zin is hij een echte kunstenaar. Daar zit ijdelheid achter, maar ook zelfvertrouwen, een sterk geloof in de eigen kwaliteit. Hij heeft een zakelijke kant, maar zijn muziek maakt hij nog steeds met veel plezier.”

Meijers vertelt nog veel meer over Young: over zijn gehandicapte kinderen, over zijn vrouwen, over de hereniging met zijn band Crazy Horse. Het is te veel om hier op te schrijven. We moeten straks dat boek maar gaan lezen.