Afreageerkonijn springt van blog naar boek

Dirk Verschure maakt voor zijn dagelijkse blog surrealistische cartoons over konijntjes. De beste zijn nu verzameld in Dirks Big Bunny Boek. „Met grapjes teken ik mijn depressies van me af.”

Een konijntje heeft haar waslijn aan één kant aan een boom geknoopt. De andere kant loopt naar de maan. Op een ander plaatje zit een konijn in duikpak (hij draagt een helm met ruimte voor opstaande oren) op de bodem van de oceaan een zandkasteel te bouwen. En op een derde plaatje gaat een stoomtrein ondersteboven door de looping van een stenen achtbaan, gebouwd als een Romeins aquaduct in Toscane.

De cartoons die Dirk Verschure ( Gemert, 1980) maakt, doen je hersens zachtjes kraken. Ze zijn in hoge mate surrealistisch. Theepotten, bomen en vissen kunnen vliegen, kinderen maken een pop van water, op wolken kun je lopen. Soms regent het kubusjes en cilinders en dan zegt het ene konijntje onder zijn paraplu tegen de ander: „Nogal geometrisch weertje vindt u niet?”

Sinds 23 maart 2011 plaatst Verschure elke dag een cartoon op zijn blog, zeven dagen per week. Op de meeste staan zijn simpele witte konijntjes, bunny’s. Kleur gebruikt hij spaarzaam, zoals voor een grap over psychedelisch haar. Een selectie uit zijn productie verscheen zojuist als boek, Dirks Big Bunny Boek, in het Nederlands én in het Engels. De Engelse versie is de originele voor de in Berlijn wonende 31-jarige tekenaar. „Er zit veel ongerijmdheid in mijn werk”, beaamt Verschure. „Ik interesseer me voor natuurkunde en die is ook ongerijmd. Daar haal ik veel humor en inspiratie uit.”

De natuur is niet te vatten, zegt hij. „Wat we zien, is niet wat het lijkt. Dat niemand precies weet wat zwaartekracht is, is een prachtig gegeven. Het is mooi en poëtisch om daarover na te denken. Ik kan een nacht wakker liggen van perspectief. Dat iedereen een boekenkast op een andere manier ziet. Dat is een grote bron voor mijn cartoons. Dat gevoel van verbazing probeer ik in mijn werk te leggen.”

Op zijn bureau liggen tekeningen van vissen. Grote, geschubde vissen met dikke lippen, zoals er ook een het omslag van zijn boek siert (een vliegende, gevangen in de lucht als een walvis met touwen, door op daken staande konijntjes). De vissen vormen „een soort natuurhistorisch museum”, zegt hij. „In Berlijn verkoop ik ze de laatste maanden ingelijst op de rommelmarkt, voor 5 of 10 euro, in tweedehands fotolijstjes. Daar eet ik van.”

Hij tekent zijn cartoonvissen op achterkanten van drukwerk of lege pagina’s van oude boeken. „Het is lekker om te tekenen, ontspannend, tussen ander werk door.” Zo, tussendoor, begon Verschure op een dag ook met zijn konijntjes, in zijn studio in Berlijn, die hij deelt met een groep kunstenaars. „De reacties die ik kreeg, waren meteen positief. Mensen begonnen erop te wachten en erom te vragen. Dat deed me wel wat.”

De animatiefilm die hij voor zijn eindexamen op de academie in Breda maakte „deed het best goed”. Daarna maakte hij de beginnersfout, zegt hij, te denken dat de opvolger dé film moest worden waar alles in zat. Hij liep vast. Animaties maakt hij nu alleen in opdracht. „Met die cartoons kreeg ik mijn creativiteit en vrijheid terug.”

Een terugkerend onderwerp is het beest onder het bed. „Die angst had ik sterk als kind. Dat je door je kamer rent als je van het lichtknopje naar je bed moet. Wat ik probeer, is de buffers tussen mijn gevoel en wat ik durf te tekenen zo klein mogelijk te maken. Als ik een droevige tekening maak, zwelg ik in melancholie.”

Het werkt ook met woede. „Ik teken ook over dingen die mij echt pissig maken. Zoals reclame voor troep, die maar in je gezicht wordt gesmeten. Reclame die roept: ‘Kijk naar mij.’ Alsof mensen erop zitten te wachten. Mijn chagrijn verwerkte ik in een tekening van een konijntje dat verdwaalt in een woud van peperbussen met posters waarop alleen maar middelmatigheid wordt aangeprezen. ‘Heb een middelmatige tijd, altijd!’”

Een recente tekening op zijn site is van vijf cheerleaders, met de tekst: ‘The Depressionists, voor als je team aan het verliezen is’. „Gimme an S, gimme an A, gimme a D”, zingen de treurkonijntjes. Verschure: „Als je zo’n tekening ziet, dan kun je er wel vanuit gaan dat ik me die dag niet vrolijk voelde.” Dat is zeker zo bij zijn tekeningen met guillotines, zegt hij. „Met grapjes teken ik mijn depressies van me af. Dat een beul bij een fluitend hoofd op een hakblok zegt: ‘Ik haat het als ze fluiten.’ Daar knap ik enorm van op.”

Opvallend is dat hij steeds vaker de minimale en krabbelige cartoonstijl verlaat voor tekstloze tekeningen met achtergrond en detaillering, zoals van de stoomtrein in de looping. „Dat is wel de kant die ik op wil: meer perspectief, meer arceren, meer tekenkunde. In cartoons zonder tekst draagt het beeld het idee. Dat is ideaal. Een cartoon hoeft voor mij niet grappig te zijn. Dromerig, melancholiek of poëtisch is ook prima.” De preciezere stijl helpt om zijn ideeën helder te krijgen, zegt hij. Hij wijst op een cartoon over een 19de-eeuwse kruidenierszaak, waarin een muterende boodschap een konijnklant aanvalt. „Dat was eerst een moderne supermarkt, met een dinosaurus van winkelwagentjes die aanviel. Maar ik besloot dat het ouderwetser moest. Dan komt de detaillering vanzelf: een kruideniersschep, een weegschaal. Die oude dingen hebben meer karakter. Het beeld wordt ook geloofwaardiger, door de historische, mysterieuze sfeer.”

Het zijn wondermooie prenten, maar ze worden niet altijd begrepen, merkt Verschure. „Mijn vrienden in Veghel, waar ik de mavo heb gedaan, hebben mijn boek gekocht, maar die vinden het niet zo werken. Die snappen het niet altijd. Dat is een gevaar dat ik loop. Normaal gesproken willen cartoonisten graag begrepen worden. Maar ik zoek ook de schoonheid van een idee of van een observatie.”

‘Dirks Big Bunny Boek’. Uitgeverij Silvester, 160 pag, € 14,95. Zie ook: dirksbigbunnyblog.blogspot.nl/