33 Spaanse bankiers verdacht van fraude

Bij Bankia prevaleerden ‘politieke belangen’ boven ‘economisch rendement’. De Spaanse justitie is een onderzoek gestart.

In Spanje is de voormalige top van Bankia collectief gedagvaard om uitleg te geven over het debacle rond de vierde, inmiddels genationaliseerde bank van het land. De fusie van zeven spaarbanken (cajas) zou haar zwakke kapitaalpositie op frauduleuze wijze hebben gemaskeerd. In mei moest de bank staatssteun aanvragen, wat Spanje er toe noopte vorige maand Europese noodhulp voor zijn bankensector in te schakelen.

Gisteren maakte onderzoeksrechter Fernando Andreu van de nationale rechtbank bekend dat hij een burgerklacht tegen Bankia en holdingmaatschappij BFA in behandeling neemt. In totaal 33 oud-bestuurders, onder wie oud-topman Rodrigo Rato, zijn als verdachten gedaagd. De komende rechtszaak belooft voor veel politiek vuurwerk te zorgen, daar veel van de gedaagden behoren tot de bestuurlijke en financiële elite van met name Madrid en Valencia. Op de delicten die hun ten laste worden gelegd, staan celstraffen tot 15 jaar.

Vooral de centrumrechtse, regerende Volkspartij (PP) is geraakt en probeerde de juridische stap gisteren te bagatelliseren. Tweederde van gedaagden zat in de Bankia-top namens de PP. Naast oud-vicepremier en ex-IMF-baas Rato figureren de voormalige minister Ángel Acebes, twee oud-staatssecretarissen en vooral vele regionale en plaatselijke PP-kopstukken. De overige verdachten zijn politici van de centrum-linkse arbeiderspartij PSOE, de ultralinkse IU, communistische vakbondslieden en afgevaardigden van de werkgeverskoepel.

De weinige professionele leiding van de Spaanse cajas had tot gevolg dat tijdens de vastgoedhausse deze semipublieke spaarbanken uitgroeiden tot de financiële speeltjes van lokale en regionale bestuurders. Na het leeglopen van de huizenzeepbel, eind 2007, kwamen veel cajas in problemen. De regering en centrale bank dwongen hen te fuseren tot gewone banken. Het idee was dat ze samen sterk zouden staan en makkelijker aan nieuw kapitaal konden komen.

Bankia werd eind 2010 gevormd rondom de grote hoofdstedelijke Caja Madrid, Bancaja uit de regio Valencia en nog vijf kleinere cajas. Deze fusie was sterk politiek gemotiveerd. Zowel in Valencia als Madrid regeert de PP: destijds landelijk de grootste oppositiepartij, nu regeringspartij. De nationale PP-top, onder leiding van de huidige premier Rajoy, wilde de invloed binnen de wankele cajas veiligstellen. Dit kon het beste door met partijgenoten samen te klitten.

Zodoende werd Bankia geboren. Een systeembank „groot genoeg om het hele nationale financiële stelsel te destabiliseren”, schrijft onderzoeksrechter Andreu. Hij verwijt de bestuurders „politieke belangen” te hebben laten prevaleren boven „economisch rendement”. Om hun „oneindige reeks rampzalige investeringen” te maskeren zouden Rato, zijn voorgangers en mededirectieleden hebben geknoeid met de boeken.

Zowel tijdens de fusie als na de beursgang werd de kapitaalpositie van de bank te rooskleurig voorgesteld. Giftige vastgoedactiva werden miljarden te hoog getaxeerd, het percentage slecht presterende leningen te laag ingeschat en de buffers voor potentiële verliezen overdreven. Hierdoor kon in april over 2011 nog een nettowinst van 304 miljoen euro gemeld worden. Enkele weken later bleek dat de bank 23 miljard euro nodig heeft om overeind te blijven.

Ook in de prospectus voor de beursgang en persberichten zou gelogen zijn. Honderdduizenden aandeelhouders, vooral gewone Bankia-rekeninghouders, zijn gedupeerd. Onderzoeksrechter Andreu bekritiseert tevens de agressieve verkoop van ingewikkelde bankproducten aan klanten die hier amper verstand van hadden.

Ook de centrale bank, de beurswaakhond en externe accountants van Deloitte zijn mogelijk nalatig geweest. De toezichthouders zijn vooralsnog alleen opgeroepen als getuigen. Zij werden benoemd onder de socialistische regering-Zapatero (2004-2011), die zelf ook haar goedkeuring gaf aan de fusie.

Onder druk van de maatschappelijke ophef hebben de socialisten hun verzet tegen een parlementaire enquête naar Bankia inmiddels opgeheven. De PP blijft echter tegen. De burgerklacht tegen de Bankia-top is ingediend door de liberale splinterpartij UPyD. Zij is de enige landelijke partij die geen rol in Bankia had.