Trefzekerheid van grote poëzie

Whores’ Glory

Whores’ Glory. Regie: Michael Glawogger. In: 4 bioscopen.

Filmmaker Michael Glawogger begint zijn documentaire over hoeren in Thailand, Bangladesh en Mexico onverwacht met een citaat van dichteres Emily Dickinson: ‘God is echt een jaloerse God/hij vindt het een bezwaar/dat wij, liever dan met Hem/wat spelen met elkaar.’ Het citaat is goed gekozen – want een van de rode draden van de film is de rol die religie speelt in het leven van deze vrouwen.

Whores’ Glory lijdt niet aan sensatiezucht en is ook niet moralistisch. Glawogger bekijkt de beroepsgroep niet anders dan de arbeiders in zijn eerdere films over globalisering (Megacities, 1998 en Workingman’s Death, 2005). Met die twee films vormt Whores’ Glory een drieluik.

Glawogger kijkt. En goed ook. Met een spiedende blik. Natuurlijk is de film verontrustend en bij vlagen nihilistisch, en even contradictoir als de werkelijkheid. Maar hij is ook politiek, subversief en filmisch pur sang.

Om zijn film een toon en zeggingskracht te geven die vergelijkbaar is met de simpele poëzie van Dickinson, heeft hij genoeg aan trefzekere beelden in verzadigde kleuren, waar alle romantiek uit is gezogen. Geen voice-over, geen tekst, geen uitleg. Alleen die observaties en die vrouwen die hun verhalen vertellen. Verder niets. Meesterlijk!