Tijd voor een nieuw geluid in het theater

De jonge theatermakers Ilay den Boer, Jeroen de Man en Walter Bart spreken dit jaar De Staat van het Theater uit, de ‘state of the union’ van het theater. „Hoe doen we dit?”

Ze hebben illustere voorgangers als Pierre Audi, Ivo van Hove en Joop van den Ende, de drie jonge makers die dit jaar in augustus de Staat van het Theater mogen uitspreken. De prestigieuze speech, bij de start van Het Nederlands Theater Festival, zet vaak de toon voor fel debat. Ilay den Boer (26): „Het zijn altijd veertigers of vijftigers geweest die hem uitspraken. Nu staan er straks een twintiger en twee dertigers. Dat is een statement.”

Hoe belangrijk is ‘De Staat’ voor het theater?

„Heel. Het is een gevoelig ding. Op Twitter en Facebook is de discussie nu al losgebarsten. Waarom wij? En waarom niet drie vrouwen? De Staat zet de toon van het debat, en heeft soms daadwerkelijk invloed op de sector. Pierre Audi stelde destijds dat jonge makers geen verbinding durfden te maken met de grote zaal. Dat leidde tot veel initiatief. En de speech van Ivo van Hove, over de versnippering van het theaterlandschap, had invloed op het beleid.”

Waarom viel de keuze op jullie?

„Ik ben zelf met mijn grote mond op Jeffrey Meulman, directeur van het Nederlands Theater Festival, afgestapt. Ik zei dat het tijd was dat een nieuwe generatie het woord nam. Hij lachte mij een beetje uit, zei dat het een erefunctie was, en dat je ervoor moet worden gevraagd. Een half jaar later belde hij me toch. De suggestie om het samen met Walter Bart van Wunderbaum en Jeroen de Man van de Warme Winkel te doen kwam van hem. Kennelijk vond hij het toch tijd voor een nieuw geluid.”

Hoe klinkt dat geluid?

„We zullen daar zeker niet vanachter een katheder gaan staan prediken hoe het allemaal anders moet. Het zal eerder vragend zijn: hoe moeten wij dit doen, hoe gaat een nieuwe generatie makers overeind blijven in zo’n veranderd theaterklimaat?

„Wij vinden dat theatermakers meer verbinding moeten zoeken met de samenleving. Wunderbaum doet dat bijvoorbeeld met locatievoorstellingen in steden, waar de inwoners aan meedoen. Ikzelf ben in gesprek met de KNVB, voor een groot maatschappelijk project rondom mijn voorstelling Dit is mijn vader, die over voetbal en discriminatie gaat. Daarbij nodigen we speciaal voetballers uit voor de voorstelling.

„Makers kunnen veel meer inhaken op thema’s die spelen in de maatschappij, en daar specifieke doelgroepen voor benaderen. Er is een klein, vast theaterpubliek, dat je zeker niet moet veronachtzamen. Maar daarnaast zijn er talloze verschillende incidentele doelgroepen. Die moeten we beter zien te bereiken.”

Inl: www.tf.nl. www.tgilay.nl