Strengere eisen voor opleiding aan pabo

De toelatingeisen voor de pabo, de lerarenopleiding voor het basisonderwijs, worden strenger. Naast de bestaande instroomtoetsen voor taal en rekenen komen er vanaf 2014 testen op het gebied van Engels, aardrijkskunde, geschiedenis en natuurkunde/biologie.

Dat heeft staatssecretaris Zijlstra (Onderwijs, VVD) gisteren de Tweede Kamer geschreven. Het niveau van de instroom op de pabo is zeer verschillend, omdat de opleiding toegankelijk is met een mbo-, havo- en vwo-diploma. „Het kost de pabo’s veel tijd om deze verschillen weg te werken”, aldus Zijlstra. Daarom moeten potentiële pabo-studenten straks per vak een test maken op het niveau van de derde klas havo. Wie het vak in zijn eindexamenpakket had, hoeft de toets niet te maken.

De politiek maakt zich al langere tijd zorgen over het niveau van de leraren die door de pabo’s worden afgeleverd. De balans tussen kennen en kunnen, aldus Zijlstra, was te ver doorgeslagen naar het kunnen.

Sinds 2008 wordt gewerkt aan verhoging van het inhoudelijk niveau van de pabo. Minstens de helft van de tijd moet worden besteed aan kennisvakken, de andere helft is er voor onderricht op het gebied van pedagogiek en didactiek.

Deze verscherpte kwaliteitseisen lijken de belangrijkste oorzaak van de daling van het aantal aanmeldingen voor de pabo. Het Centraal Bureau voor de Statistiek maakte vorige maand bekend dat de afgelopen vijf jaar de instroom voor lerarenopleidingen met ruim eenvijfde is afgenomen. Vooral de belangstelling voor een opleiding tot leraar basisonderwijs is veel minder geworden. In het studiejaar 2011-2012 begonnen bijna 6.100 studenten aan zo’n opleiding. Dat is bijna 30 procent minder dan in 2006-2007.

Volgens de onderwijsbond AOb zal deze daling leiden tot een tekort aan leraren. In 2016 zijn er naar schatting 1.400 vacatures die niet kunnen worden vervuld, in 2019 2.700. Dit tekort zal in de jaren erna rond de 2.300 blijven schommelen, denkt de AOb.