Spies: overheid moet af van last in first out-principe

Foto Peter Hilz / Hollandse Hoogte

De overheid moet bij reorganisaties af van het last in first out-principe, en net als in het bedrijfsleven met leeftijdscohorten gaan werken om te bepalen wie ontslag krijgt. Volgens minister Liesbeth Spies (Binnenlandse Zaken, CDA) is dat de belangrijkste oplossing om jongeren bij overheden in dienst te houden.

Zo’n fundamentele verandering in sociaal beleid bij rijksoverheid, provincies en gemeenten is hard nodig, zegt Spies. Vandaag blijkt uit nieuwe cijfers dat het aantal jongeren binnen het openbaar bestuur sinds 2007 met 15,3 procent is gedaald. En de instroom van jongeren (van onder de dertig jaar) daalde in die periode nog sterker: met 63 procent.

Vanmiddag stuurt Spies het rapport ‘2012, Werken in de publieke sector. Feiten en cijfers’ naar de Tweede Kamer. Daaruit blijkt verder dat jongeren van onder de dertig jaar verreweg de grootste groep vormen van alle werknemers die vertrekken bij de rijksoverheid.

Ook blijkt dat de salarissen van ambtenaren – door de nullijn – achter blijven bij de gemiddelde salarisstijging in de markt: volgend jaar is dat verschil 4 procent.

onderhandelingen met vakbonden

De gehele overheid moet om de gevolgen van de vergrijzing tegen te gaan, “fors afscheid nemen” van het last in, first out, zegt demissionair minister Spies naar aanleiding van de cijfers. Voor rijksambtenaren is ze hierover in onderhandeling met de vakbonden. Ook gemeenten moeten er volgens haar mee ophouden.

Het goede nieuws uit de publicatie: over de hele linie is het aantal ambtenaren sinds 2009 gedaald. Een kleinere overheid is al jaren een standaard politiek doel. Spies: „Tegelijk is de kwaliteit op peil gebleven.”

De productiekosten van de overheid stegen wel door, vooral door meer uitgaven in de zorg. Ook de inhuur van externen, om mensen die uit dienst gingen te compenseren, maakte een kwart van die kostenstijging uit. Maar sinds 2010 zijn die kosten voor zulke externe inhuur weer gedaald.