Overheid zoekt manieren om jong personeel te binden

De overheid heeft in meerdere opzichten last van de vergrijzing. Minister Spies wil daarom af van het principe last in, first out.

Eind dit jaar moet er een strategisch personeelsplan klaarliggen op het ministerie van Binnenlandse Zaken. In dat plan staat als het goed is een antwoord op de grote vraag: hoe moeten over tien jaar genoeg mensen met voldoende kennis en ervaring bij het Rijk werken, terwijl alle babyboomers dan „echt wel met pensioen” zijn, zoals demissionair minister Spies (Binnenlandse Zaken, CDA) het zegt?

Nieuwe mensen binnenhalen, zou het simpele antwoord zijn. Maar dat kan juist niet. Want diezelfde overheid moet nú bezuinigen. Rijk, provincies en gemeenten moeten eerder mensen ontslaan dan dat ze nieuw talent kunnen aannemen. Spies noemt dat „de frictie tussen de situatie nu en over tien jaar”. En die is „zorgwekkend”.

Die vergrijzing zit er natuurlijk al jaren aan te komen. Maar nieuwe cijfers laten nog eens extra duidelijk zien dat de overheid zo’n strategisch plan hard nodig heeft.

Uit het boekje ‘2012, Werken in de publieke sector. Feiten en cijfers’, dat Binnenlandse Zaken vanmiddag aan de Tweede Kamer zou sturen, blijkt dat de afgelopen jaren het aantal jongeren bij rijk, gemeenten en provincies hard is gedaald. Sinds 2007 is de instroom van werknemers onder de dertig jaar met 63 procent afgenomen. Het totale aandeel jongeren, dus werknemers van onder de dertig, daalde binnen het openbaar bestuur met 15,3 procent sinds 2007. Belangrijkste oorzaak: de bezuinigingen.

Bij gemeenten daalt het aantal jongeren het hardst. Spies hoopt daarom dat gemeenten „fors afscheid” nemen van het last in, first out-regel. Dat regel schrijft voor dat degene die als laatste een contract heeft gekregen, bij een reorganisatie als eerste moet vertrekken. En dat zijn nu eenmaal vaak de jongere werknemers. Niet voor niets was ook bij het aantal mensen dat vertrok bij de rijksoverheid, de grootste groep 35 jaar of jonger.

Het is „cruciaal dat we dat antieke begrip last in first out doorbreken”, zegt Spies. In plaats daarvan moeten overheden ook via leeftijdscohorten gaan werken: per leeftijdsgroep moet dan een aantal mensen vertrekken. „Gemeenten moeten zich echt realiseren dat ze alles nu misschien nog aardig rond krijgen. Maar als ze dit nog vijf jaar volhouden, zijn ze dief van eigen portemonnee.”

Reorganisaties zijn niet het enige probleem bij behoud van goed personeel. Uit de nieuwe publicatie blijkt dat het salaris van ambtenaren achterblijft bij de lonen in de marktsector. Vanaf 2010 zit de overheid op de nullijn, voor vier jaar lang. De lijn van marktsalarissen stijgt wel door: het geschatte verschil tussen die twee gemiddelden is ruim vier procent in 2013. Tegelijk concluderen de schrijvers: „De belangrijkste reden om over te stappen naar een baan in een andere sector is voor de meeste werknemers een hoger loon.”