Noem vrouwen niet apart in de oorlogsberichtgeving

Oorlogsberichten vermelden vaak apart hoeveel vrouwen er zijn omgekomen. Dit onderstreept hun ondergeschikte, stereotiepe rol. Stel hen liever gelijk aan mannen, bepleit Naomi van Steenbergen.

In oorlogsberichtgeving wordt geregeld apart melding gemaakt van vrouwen en kinderen onder slachtoffers. „Onder de slachtoffers waren vrouwen en kinderen” (NRC Handelsblad over aanslagen in Kandahar, 6 juni); „Onder de doden zouden drie vrouwen en een aantal kinderen zijn” (nrc.nl over geweld in Syrië, 23 juni); „Onder de doden zouden tien vrouwen zijn” (NOS-bericht over Syrië, 9 juni).

Die uitzonderingspositie van kinderen is verdedigbaar, maar waarom wordt ook voor vrouwen stelselmatig onderscheid gemaakt?

Berichtgeving die vrouwelijke slachtoffers afzonderlijk vermeldt, wekt de indruk dat mannen categorisch actieve strijders zijn en vrouwen passieve toeschouwers en slachtoffers. Dit is een dubbel misleidend beeld. Het is goed mogelijk dat vrouwen niet als buitenstaanders, maar als actieve deelnemers omkomen in aanvallen of gevechten en ze zijn zeker niet hulpelozer dan mannen.

De uitzonderingspositie van vrouwen in berichtgeving impliceert dat omgekomen mannen direct betrokken waren bij de gevechten of aanvallen waarvan ze slachtoffer werden. De Amerikaanse regeringsstatistieken van slachtoffers van drone-aanvallen tonen dat dit schadelijk is. Hierin gelden mannen ‘van militaire leeftijd’ in het aanvalsgebied per definitie als militanten. Dit is goed voor de Amerikaanse president, die bijna geen burgerslachtoffers meer maakt, en slecht voor de waarheid.

Kortom: het apart vermelden van vrouwen onder slachtoffers geeft een vertekend beeld van de rol van zowel mannen als vrouwen. Dat een vrouw omkomt bij een aanval of in een conflict standrechtelijk wordt geëxecuteerd, is op zichzelf niet erger dan als dit gebeurt met een man. Het aandeel vrouwen onder slachtoffers kan natuurlijk wel relevant zijn – bijvoorbeeld als geweld tegen vrouwen specifiek wordt ingezet als oorlogstactiek – maar bij de meeste meldingen van vrouwelijke slachtoffers is hiervan geen sprake.

Doet dit er nou werkelijk toe? Jazeker. In bredere zin omdat deze berichtgeving ongefundeerde stereotypen in stand houdt die schadelijk zijn voor beide seksen. Bij berichtgeving over conflicten in bijvoorbeeld het Midden-Oosten sluit het al te naadloos aan bij een cultuur waarin vrouwen systematisch een ondergeschikte, passieve rol krijgen toebedeeld, én bij spindoctortactieken die grote groepen mannen per definitie schuldig maken. Aansluiting bij dergelijke invalshoeken is een subtiele en ongetwijfeld onbedoelde, maar desondanks krachtige vorm van legitimatie.

Natuurlijk is het van belang onderscheid te maken tussen slachtoffers onder mensen die direct aan een conflict deelnemen en onder hen voor wie dat niet geldt – alleen al om een helderder beeld te schetsen van de aard van het conflict – maar voor een dergelijk onderscheid is uitstekende niet-seksistische terminologie voorhanden. Waarom gebruiken we voor hen die onvrijwillig bij een conflict zijn betrokken niet eenvoudigweg, en zonder onderscheid in geslacht, het woord ‘burgers’?

Naomi van Steenbergen is PhD- student filosofie aan de University of Essex.