Nederland dicht bij exit JSF

Door een draai van de PvdA wil de Kamer nu stoppen met de JSF. De besluitvorming is nauwelijks meer te volgen.

Is het dan echt voorbij met de Nederlandse deelname aan de Joint Strike Fighter (JSF)?

In de afgelopen jaren leek het miljarden kostende project al verschillende keren ten dode opgeschreven. Maar in de politiek geladen en door coalitieverhoudingen bepaalde discussies over de JSF werd telkens een achterdeurtje op een kier gehouden.

Met de jongste stap van de PvdA in het slepende JSF-debat wordt die kier nu wel héél erg klein. De partij wil morgen in de Tweede Kamer een motie indienen waarin het kabinet wordt opgeroepen helemaal te stoppen met het project, waar inmiddels al zo’n slordige één miljard euro aan belastinggeld in is gaan zitten. Dankzij de steun van PVV, SP, GroenLinks en de Partij voor de Dieren is er een meerderheid voor de motie.

Niet voor niets is er grote onrust bij het Nederlandse bedrijfsleven. Bij Hans Büthker, directeur van Fokker Technologies, stuit de PvdA-motie op „absoluut onbegrip”. Nederlandse bedrijven rekenen nog steeds op zo’n negen miljard dollar aan opdrachten als de JSF wordt gebouwd. Maar daarvoor moet Nederland wél blijven meedraaien in het project. „Als je er nú uitstapt”, zegt Büthker, „ben je niet alleen je investering van een miljard kwijt, maar ook de negen miljard opbrengsten in de toekomst.” Volgens Büthker zijn er zo’n drieduizend banen gemoeid met de productie van de JSF. Die banen staan nu op de tocht. „De discussie wordt niet gevoerd op basis van de feiten”, zegt de Fokkerdirecteur.

Hij heeft een punt: de politieke besluitvorming rond de JSF is nauwelijks nog te volgen. In 2009 dreigde de PvdA met een kabinetscrisis over de JSF, maar stemde de partij op het laatste moment in met een halfslachtig compromis dat zo ingewikkeld was, dat de toenmalige fractievoorzitter Mariëtte Hamer de afspraken nauwelijks uit kon leggen.

Toen het kabinet begin 2010 gevallen was, diende de PvdA een motie in tégen de JSF. De motie werd aangenomen door de Kamer, maar werd genegeerd door het demissionaire kabinet. Tijdens de formatie rond het kabinet Rutte volgde er weer een compromis: wél doorgaan met het JSF-project, maar géén besluit over de aankoop van het toestel.

Dit keer lijkt de situatie een stuk overzichtelijker. De PvdA-motie uit 2010 riep de regering alleen op om te stoppen met de testfase van het JSF-project. De motie die PvdA-woordvoerder Eijsink morgen zal indienen, gaat een stuk verder: volledige beëindiging van de Nederlandse deelname aan de ontwikkeling van de JSF. Doorgaan is volgens de PvdA niet langer verantwoord, gezien de alsmaar verder oplopende kosten van het toestel van vliegtuigbouwer Lockheed Martin, dat inmiddels tenminste twee keer zo duur is als oorspronkelijk begroot. De partij kiest ervoor de handen vrij te houden, en een keuze te maken op het moment dat de vervanging van de F-16’s definitief aan de orde is – waarschijnlijk niet eerder dan vanaf 2019.

Dat lijkt verstandig, maar is geen oplossing voor de JSF-problemen waarin Nederland verstrikt is geraakt. De investeringen in het JSF-project (ongeveer 1,3 miljard) zijn inmiddels onomkeerbaar: in september ontvangt de Nederlandse luchtmacht het eerste van in totaal twee testtoestellen. Nu stoppen met de JSF levert daarom geen besparingen op. De relevante vraag die nu voorligt is een andere: koopt Nederland de JSF of niet? Op die vraag wil de PvdA nog niet vooruitlopen.

Bovendien: ook al wordt de motie aangenomen, dan zal Nederland niet onmiddellijk uit het JSF-project stappen. Net als twee jaar geleden zal het kabinet zeggen dat het in demissionaire staat zo’n ingrijpend besluit niet kan nemen. Pas na de verkiezingen, bij de formatie van een volgend kabinet, zal er een beslissing worden genomen. De vraag is hoeveel steun het Amerikaanse gevechtsvliegtuig dan nog heeft. De JSF leeft, maar de vraag is hoe lang nog.