Meer zekerheid? Meer risico!

Toezichthouder DNB paste de rente aan waarmee verzekeraars mogen rekenen. Dat biedt meer zekerheid en meer ruimte voor speculeren.

De gratis lunch bestaat. Verzekeraar Delta Lloyd maakte gisterochtend bekend dat de zogenoemde solvabiliteitsratio (de verhouding tussen kapitaal en verplichtingen) in één klap met 15 procentpunten was verbeterd. In de portefeuille met levensverzekering bedroeg de verbetering zelfs 30 procentpunt. Zomaar, zonder er zelf iets voor te hebben gedaan, had Delta Lloyd meer kapitaal te besteden om te gaan beleggen voor haar klanten. Gevolg: de koersen van Delta Lloyd, en ook van verzekeraars SNS Reaal en Aegon, schoten omhoog.

Hoe dat kan? Cadeautje van toezichthouder DNB. Die maakte een dag eerder in een betrekkelijk onnavolgbaar persbericht bekend de zogenoemde rentecurve „vanaf looptijd 20 jaar in 40 jaar [te] convergeren naar een Ultimate Forward Rate van 4,2 procent”. Anticiperend op Solvency II, meldde DNB er ook nog bij.

Bent u er nog? Wat is er aan de hand? Verzekeraars moeten van de toezichthouder de verplichtingen in hun balans verdisconteren (terugrekenen in tijd) tegen een bepaald percentage. Dit is gebaseerd op een rekenrente, de ECB triple-A-curve. Die staat midden in de eurocrisis op een extreem laag niveau, voor obligaties met een looptijd van tien jaar wordt gerekend met 2,3 procent, vijf jaar doet zelfs 1,2 procent. Die lage rentes doen verzekeraars pijn. Hoe lager de rente, des te meer kapitaal je nu aan moet houden om over vijf of tien jaar aan je verplichtingen te voldoen.

Het grote probleem zit hem in de verplichtingen met een extreem lange looptijd (zoals bij pensioenen bijvoorbeeld). De markt voor obligaties met looptijden boven de twintig jaar is zeer illiquide is, waardoor de prijzen die de markt geeft volgens verzekeraars niet realistisch meer zijn. Daar zit wat in: de rente op een obligatie van 30 jaar soms zelfs lager dan die met een looptijd van 20 jaar.

Aan dat probleem is DNB, in navolging van Scandinavische toezichthouders, nu tegemoet gekomen. In plaats van deze lage marktrente, mogen verzekeraars nu voor verplichtingen met een looptijd tussen twintig en zestig jaar rekenen met een rente die oploopt tot 4,2 procent. Dat biedt verzekeraars zekerheid, totdat de nieuwe Brusselse regels (Solvency II) in 2014 – of nog later – ingaan.

Meer zekerheid over de rente betekent dat verzekeraars meer geld overhouden om risicovoller mee te beleggen. En, hoewel dit contra-intuïtief klinkt, betekent meer risico vaak ook meer rendement – en dat is dus goed voor de klant.