Het tuincollectief

Nienke Denekamp volgt deze zomer wekelijks wat er opbloeit in een nieuw gezamenlijk stadslandbouwproject in Amsterdam. Illustratie Lobke van Aar.

Dus ik zeg: „Ik doe alleen mee als ik dahlia’s mag.” Een klein stukje grond wil ik, voor wat dahlia’s. Ouderwetse bloemen zoals ik ze ken uit Groningse moestuintjes. Maar nu zit ik bij een vergadering van een collectief stadslandbouwproject in Amsterdam. Aan het IJ, met uitzicht op het Centraal Station. Onderwerp van gesprek is de tuin bij het nieuwe onderkomen van platenlabel Excelsior, onderdeel van de Tolhuistuin, een complex van muziekzalen en restaurants.

Maar de armen gaan de lucht in. De dahlia’s zijn goedgekeurd. „Crowdpleasers!” roept de Amerikaanse kunstenaar die grote projecten met groen in de openbare ruimte doet. De platenjongen vindt alles best. De tuin moet vooral een plek zijn waar je fijn kan eh... hangen. Waar je een fikkie kan stoken. Dus dahlia’s? Hoe hoog worden die? Prima hoor.

We moeten ook zo nu en dan wat aan de rest van de tuin doen. Niet te veel, want het moet leuk blijven. Een middagje in de week kunnen we als hardwerkende zzp’ers misschien net vrijmaken. Ineens ben ik stadstuinier, overigens zonder noemenswaardige tuinkennis.

„En wat doen we met de verontreinigde grond?” vraagt de zwangere schilder. Ze heeft op een kaart van de gemeente ontdekt dat de grond ‘matig vervuild’ is. De stap erna heet ‘zwaar verontreinigd’. Vervuilde grond wordt alleen gesaneerd als er gezondheidsrisico voor de bewoners is, staat in de nieuwe Nota Bodembeheer. Maar de gemeente gaat er ook van uit dat de bewoners van de binnenstad hun grond gebruiken voor opslag of terras, en niet om groente op te kweken. En dat is nu net wat steeds meer gebeurt. Kunnen we de aardbeien en de sla van de volle Tolhuistuingrond eten? We zitten ook nog eens op een terrein dat sinds de jaren dertig van de vorige eeuw van Shell was. Al snel valt het b-woord.

„Geen bodemonderzoek!” zegt de Amerikaanse kunstenaar. Ze heeft hier duidelijk vaker over gediscussieerd. Ze tuiniert al jaren op vervuilde grond en weet dat bodemonderzoek alleen zin heeft als er op diverse plekken in de tuin wordt getest. De Amerikaanse eet al jaren van de volle Tolhuistuingrond. Een avond op een rokerig feestje is slechter voor de gezondheid dan een wortel met wat cadmium, vindt ze. De platenjongen knikt. Hij heeft het verhaal gelezen over de man die in een paar jaar tijd een heel vliegtuig opat en die daarna nog steeds kerngezond was. En de grond van de gehele binnenstad is trouwens vervuild met zware metalen. Dus.

„Ja maar”, zegt de zwangere schilder, die nou juist de hele zomer uit eigen tuin wil gaan eten. Ze is nog lang niet overtuigd. De week na de vergadering graaf ik in de stromende regen aardbeienplantjes uit die verspreid door de hele tuin groeien. Ze moeten naar een centrale plek. Want dat is beter, volgens de Amerikaanse stadstuinier. Sommige plantjes staan al in bloei. Ik weet nog niet of ik de vruchten ga eten. Die beslissing stel ik uit. Misschien toch ook nog wat augurken zaaien, die we in de zomer met wat dragon en azijn kunnen inmaken.

„Komen jullie helpen?” roep ik naar een paar jongens die van de pont afkomen. Ze steken hun middelvinger op.