Het partijprogramma van de PVV Onwaar Onwaar Ongefundeerd Onwaar

„Het RIVM heeft een paar schokkende plaatjes gemaakt: kaarten van Nederland. Op elke plek zien we allochtonen een steeds groter gedeelte van de bevolking uitmaken”

In het verkiezingsprogramma van de PVV staan vier kaarten van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) afgedrukt. Hierop is per gemeente het percentage niet-westerse allochtonen van de bevolking te zien, hoe donkerder hoe hoger het percentage. Tussen nu en 2040 kleurt het grootste gedeelte van het land donkerder. Maar dit geldt niet voor elke gemeente. Ook zijn in de kaart niet alle allochtonen te zien, maar enkel de niet-westerse.

Op de site van het RIVM valt naast de desbetreffende kaartjes te lezen dat er sprake is van een concentratie van niet-westerse allochtonen in en vlakbij de grote steden. Uit de bevolkingsprognose blijkt dat dit patroon blijft bestaan, maar er ontstaat ook steeds meer spreiding naar omliggende gemeenten. In 2040 zal daarom naar verwachting een lager percentage niet-westerse allochtonen in de grote steden wonen dan in 2010. In Amsterdam neemt het aandeel bijvoorbeeld af van 33,5 procent in 2010 naar 26,7 procent in 2040, in Rotterdam van 34,5 naar 27,6 procent, in Utrecht van 20,7 naar 19,1 procent en in Den Haag van 32 naar 28,5 procent.

In totaal zal volgens de prognose het percentage allochtonen in Nederland toenemen. Het aandeel niet-westerse allochtonen zal tussen 2010 en 2040 groeien van 11,1 naar 15,8, het percentage westerse allochtonen van 9,0 naar 10,7. Maar de bewering dat het aandeel allochtonen „op elke plek een steeds groter gedeelte van de bevolking” uit zal maken, klopt niet. In de grote steden zal het aandeel naar verwachting juist dalen. Wij beoordelen deze bewering daarom als onwaar.

„Elke vier of vijf jaar een generaal pardon is natuurlijk waanzin”

In de paragraaf over immigratie schrijft de PVV dat massa-immigratie „intens schadelijk” is voor Nederland. Voor vreemdelingen die geen baan hebben is het „werken of wegwezen”, aldus het programma. Daarop volgt de zin: „Elke vier of vijf jaar een generaal pardon is natuurlijk waanzin.” De PVV suggereert hiermee dat Nederland om de vier of vijf jaar een generaal pardon kent, waarbij grote groepen asielzoekers een permanente verblijfsvergunning krijgen. Dat is niet het geval. In de recente geschiedenis kende Nederland maar één omvangrijke generaal pardonregeling. Die ging in op 15 juni 2007 en was bedoeld voor uitgeprocedeerde asielzoekers die al jaren in Nederland verbleven. Destijds kregen ruim 28.000 mensen een verblijfsvergunning. Verder terug in de tijd, in 1975, kregen 10.416 illegale werknemers (voornamelijk Turken en Marokkanen) een legale status. Dit zou je ook een generaal pardon kunnen noemen. Daarvoor, en daartussen, heeft Nederland geen generaal pardon gegeven aan immigranten. De suggestie dat Nederland „om de vier of vijf jaar” een generaal pardon kent, beoordelen we dan ook als onwaar.

„Bedrijven moeten straks 30 procent van hun vervoer via water of spoor doen”

De PVV doet deze bewering naar aanleiding van de „knettergekke CO2-maatregelen” van Europa waar „onze industrie” aan zou moeten voldoen. In het Witboek transport heeft de Europese Commissie, het dagelijks bestuur van de EU, begin 2011 een aantal doelen voor de transportsector opgesteld. Zo wil ‘Brussel’ graag dat in 2030 van het huidige wegtransport langer dan 300 kilometer 30 procent via het spoor of het water verloopt. In 2050 moet dit zelfs 50 procent zijn.

Een witboek is een voorstel van de Europese Commissie dat bedoeld is om reacties uit de lidstaten los te krijgen. Op basis daarvan kan vervolgens een wetsvoorstel worden geschreven dat meer kans maakt om door de EU-landen te worden goedgekeurd. Er is dan ook vaak een groot verschil tussen een witboek en uiteindelijke bindende Europese wetgeving. Wetgeving die (transport-)bedrijven zou verplichten 30 procent van hun vervoer via water of spoor te laten verlopen is er dan ook nog niet en het is maar de vraag of dat er wel van komt. De stellige bewering van de PVV hierover is dan ook voorbarig. We beoordelen deze daarom als ongefundeerd.

„Er komen quota die bedrijven dwingen percentages vrouwen in dienst te nemen”

Deze bewering uit het verkiezingsprogramma van de PVV gaat over quota die opgelegd zouden worden door Brussel. In Europa woedt een discussie over het zogenoemde vrouwenquotum. In juli 2011 riep het Europees Parlement in een resolutie op tot meer vrouwen in de top van beursgenoteerde bedrijven. Hier gaat de bewering van de PVV direct al mank. De Europese discussie gaat over vrouwen op topposities van grote bedrijven, niet over vrouwen en bedrijven in het algemeen. Viviane Reding, Eurocommissaris van Justitie, heeft drie maanden geleden aangekondigd aan de slag te gaan met een wetsvoorstel over het vrouwenquotum omdat zij vindt dat bedrijven zelf te weinig doen om vrouwen op topposities neer te zetten. Maar haar voorstel maakt weinig kans. Afgelopen februari bleek uit een bijeenkomst van de ministers van Sociale Zaken van de Europese Unie dat alleen België, Oostenrijk en Finland het idee steunen.

En mocht het er toch ooit van komen, dan gelden de quota dus alleen voor topfuncties bij grote, beursgenoteerde bedrijven. De stellige en te algemeen geformuleerde bewering dat er Europese quota komen „die bedrijven dwingen percentages vrouwen in dienst te nemen” beoordelen wij daarom als onwaar.