Het garagegevoel van Silicon Valley

Al twintig jaar werkt Nederlander Arthur van Hoff in Silicon Valley. Zijn jongste project is Flipboard, het digitale ‘tijdschrift op maat’, waarvan de Nederlandstalige versie net is verschenen.

Wandelaars op Emerson Street in Palo Alto blijven staan als er opeens applaus klinkt. Het komt uit een geopende garagedeur van het Flipboard-kantoor. De medewerkers van het jonge softwarebedrijf klappen voor de introductie van de Android-versie van hun app. „Het was een historische stap”, roept iemand in een draadloze microfoon. Na de gezamenlijke yell kruipt iedereen weer achter z’n beeldscherm. De garagedeur blijft, zoals altijd, open staan: bij Flipboard werken ze half op straat.

Dit is het start up-klimaat waar Arthur van Hoff aan verslaafd raakte toen hij begin jaren negentig in Amerika belandde: de openstaande deur bewijst dat het altijd zonnig is in Californië. En het garagegevoel is heilig in Silicon Valley, waar technologiereuzen als HP, Apple, Google ook ooit aan huis begonnen.

Voor Van Hoff, gelauwerd softwareontwikkelaar, is Flipboard de zesde start-up op rij. Hij begon technologiebedrijven en verkocht ze, deed een beursgang net voordat de eerste internetbubbel barstte. Hoewel er in zijn stem nog een vleugje Noordoost-Nederlands klinkt, is hij volledig vergroeid met Amerika, dat weer een zinderende technologiehausse beleeft. „Je merkt het aan alles: de ruimte bij het parkeren, de drukte op de weg, het gebrek aan kantoren, de torenhoge huizenprijzen. Omdat al die Facebookmiljonairs dichtbij hun werk willen wonen, betaal ik meer onroerendgoedbelasting.”

Bij Flipboard zijn ze trots op hun locatie in het centrum van Palo Alto. Pal tegenover de Whole Foods Market , waar Steve Jobs – de Apple-oprichter woonde twee straten verderop – zijn boodschappen deed. En dichtbij het Caltrain station, de enige manier om de ochtendspits de dichtgeslibde wegen onder San Francisco te vermijden. Van Hoff: „Je betaalt de hoofdprijs voor deze plek, maar zo trek je wel talentvolle medewerkers. Ik kan zelf met de fiets naar het werk. Het probleem is alleen: het wordt te krap. Hoe kunnen we straks verhuizen naar een nieuwe ruimte, zonder de sfeer van een start-up te verliezen?”

Arthur van Hoff: „Ik kwam twee jaar geleden bij Flipboard toen ze mijn bedrijf Ellederdale kochten. Veel mensen doen meerdere start-ups en gebruiken de ervaring in een volgend project. Dat helpt bij het vinden van financiering en ervaren krachten. Er zijn veel mensen die bereid zijn een risico te nemen, omdat ze al een keer succes hebben gehad. Die hoeven niet meer elke maand salaris te verdienen en willen best wel een keer alles op rood zetten. Dat gaat niet als je een extra hypotheek op je huis moet nemen.

„Van secretaresse tot ceo – bij elke start-up, dus ook bij Flipboard – iedereen is aandeelhouder. Omdat je deelt in het succes van het bedrijf, ben je ook een extra loyale werknemer. Want jij hebt ook succes als het bedrijf naar de beurs gaat of wordt opgekocht.

„Een beursgang was vijftien jaar geleden in de mode, maar is nu voor weinig bedrijven weggelegd. De beursgang van Facebook was geslaagd voor de oprichters, al bleek het bedrijf uiteindelijk 80 in plaats van 100 miljard dollar waard. Zo’n beursintroductie is goed voor de hele industrie, want Facebook geeft het geld weer uit aan kleine interessante bedrijven. Kijk maar naar Instagram, dat voor 1 miljard gekocht werd.

„Flipboard opereert op de kruising van sociale netwerken en uitgevers. Ik lees zelf nog een papieren krant aan het ontbijt, maar op Flipboard zie ik welke artikelen mijn vrienden interessant vinden. We hadden in het begin een erg techy publiek, maar sinds we partners hebben als Elle, National Geographic, Rolling Stone en Oprah is de doelgroep veel breder. Ons verdienmodel is vergelijkbaar met tijdschriften: zo groot mogelijk worden, zodat we adverteerders een groot publiek aan kunnen bieden.

„We willen een heel goed product te bouwen en geld verdienen is niet echt onze prioriteit. Als ik 100 miljoen mensen heb die Flipboard onderdeel van hun dagelijkse routine maken, dan kan ik altijd wel geld verdienen.

„We zijn niet pushy. Gerichte advertenties op basis van je leesgedrag, daar doet Flipboard niet aan. Als je een tijdschrift als Elle leest behoor je al tot een publiek dat bepaalde adverteerders aanspreekt. We weten een hoop van de lezers, maar die data gebruiken we alleen maar voor verbeteringen. Zo halen we de nieuwe foto die je moeder uploadt op Facebook uit de enorme hoeveelheid ruis van andere berichten, en kunnen we die foto op de cover van je persoonlijke tijdschrift tonen.

„Flipboard werkte alleen op de iPad, dus vroeg ik mij af: waarom maken we geen Android-versie? Hoe meer publiek, hoe beter. Flipboard-oprichter Mike McCue zei: ‘Als je een klein bedrijf bent, moet je alle energie in één ding steken en niet tien dingen half doen’. Aan die opvatting heb ik moeten wennen, maar achteraf geef ik hem gelijk. Bij ons staat het ontwerp van het product voor alles, daarin lijken we erg op Apple.

„Maar de relatie tussen Apple en Google ligt gevoelig. We maakten ons wel zorgen toen we uiteindelijk ook de Android-applicatie gingen maken: wat vindt Tim Cook (topman van Apple, red) daar nou van? Daarom zijn van we van te voren met Tim gaan praten. Zo moet je het hier spelen. Onze investeerders zitten in de board van Apple en Google. Het is een vorm van beleefdheid om ze niet te verrassen. Zaken doen in Silicon Valley gaat heel persoonlijk.

„Ik word door het consulaat nog wel eens gevraagd als ze een Nederlandse delegatie hebben, om te vertellen over het ondernemersklimaat en de pioniersgeest hier. De krantenjongen die krantenmagnaat wordt – dat kan in de VS. Hier heb je geen opleiding nodig, zolang je maar energie en visie hebt.

„Nederlanders missen die mentaliteit vaak. Minister Jan Kees de Jager (Financiën, CDA, red.), zei toen hij hier op bezoek was: ‘We kunnen de wetgeving wel aanpassen, maar je kunt niet de mensen veranderen’. Nederlanders willen graag zekerheid, Amerikanen willen graag een mogelijkheid.

„Hier zeggen ze: ‘Ik wil graag zekerheid opgeven voor een grotere kans om krantenmagnaat te worden’. In Nederland zeggen we: ‘Geef mij maar een goede baan, een auto van de zaak en zes weken vakantie’.”

Marc Hijink