Gert Jakobs

Ik ontving een e-mail van ex-wielrenner Gert Jakobs, de mongool – sorry, een ander woord is er echt niet – van het RTL-programma Tour du Jour. Hij signeerde zijn boek Meesterknecht in de V&D te Emmen. Er vielen de hele tijd stiltes en dan zei Gert vanuit het niets ‘Ja’ of ‘Ja-ja’ Gelukkig was ik

Ik ontving een e-mail van ex-wielrenner Gert Jakobs, de mongool – sorry, een ander woord is er echt niet – van het RTL-programma Tour du Jour. Hij signeerde zijn boek Meesterknecht in de V&D te Emmen.

Er vielen de hele tijd stiltes en dan zei Gert vanuit het niets ‘Ja’ of ‘Ja-ja’

Gelukkig was ik verhinderd, anders was ik er nog naar toe gegaan ook. Want ik was wel benieuwd hoe hij zo’n boek vastpakt, of hij weet wat je met een boek moet doen en – belangrijker – of hij weet wat erin staat.

Vorig jaar was ik twee dagen met hem op pad.

Eerst zat ik bij hem in de auto.

Er vielen de hele tijd stiltes en dan zei Gert vanuit het niets ‘Ja’ of ‘Ja-ja’.

Hij was aan het schnabbelen en reisde van criterium naar criterium.

In Boxmeer gooiden ze de auto bijna om ver.

Toen hij uitstapte, hielden ze mobiele telefoons voor zijn hoofd en vroegen ze of hij gek wilde doen. Dan schreeuwde hij wat.

Na afloop kon hij zich daar niets van herinneren.

Van zijn optredens op televisie kon hij zich ook niets herinneren. Hij keek thuis geregeld naar fragmenten van zichzelf op Youtube.

„Alleen om te snappen woar iedereen het over heeft. Ik heb geen mening over mezelf. Het enige wat ik vond, is dat ik naturel overkwam. Als ze me een lulijzer geven en ze vragen me wat lul ik zo een kwartier in de rondte. Ik zeg er eerlijk bij: het komt ook door mijn accent. Ik kom uut Emmen, daar slikkn we de ‘n’ in, dat vinden mensen mooi.”

En voor de rest was hij heel verlegen.

In Oostvoorne mocht hij commentaar geven bij de plaatselijke wielerronde. Hij sprak over kwark – ‘vies spul, je wordt er hitsig van’ – en dat je dat beter niet kan eten voor een koers. En later zei hij dat hij niet wist wat ze hem tijdens z’n carrière als wielrenner allemaal hadden ingespoten.

„Ik zei: doe moar dokter, ik hoef niet te weten wat het is, als ik die berg maar op kom.”

Ze sloegen ’m op de kale kop en riepen zijn naam.

Hij schreeuwde terug dat hij zevenhonderdduizend kijkers had en liet zijn spierballen zien.

Later, toen hij wat tot bedaren was gekomen en weer gewoon verlegen was, zei hij dat hij wel eens last had van ‘impulsiviteit’.

„Dat is dat je niet weet wat je doet als je bijvoorbeeld op televisie bent en dat ze dan later tegen je zeggen dat je dat beter niet had moeten doen.”

Zo waren ze hem en zijn vrouw komen interviewen en fotograferen voor de rubriek ‘Buis en Haard’ van de VARA-gids. Ze hadden verteld naar welke televisieprogramma’s ze graag keken – ‘actie’ en ‘goeie series’ – en poseerden op de bank in de huiskamer. Dat gaf na publicatie een hoop gedoe, omdat hij zich niet had gerealiseerd dat hij tijdens het interview met de vriendin en dus niet met de vrouw was.

Dan ben je dus met je hoofd naar beneden in ‘het zwarte gat’ gevallen.

En dan kunnen ze je alles wijsmaken.

Dat je kunt zingen bijvoorbeeld.

Want naast het boek is er ook een single.

‘Berregie Op, Berregie Af.’