Geluk is: een scherp kartelmes

Het begon met het zwarte mesje. Ik had het meegenomen naar het huis van een vriendin, waar we gezamenlijk gingen koken voor het verjaarsfeest van weer een andere vriendin. Er werden zo’n twintig gasten verwacht. Een hoop snij- en hakwerk, dus ik dacht; ik neem mijn eigen mesje mee. Ik prentte mezelf natuurlijk in dat ik vooral niet moest vergeten om het weer mee terug naar huis te nemen. Maar toen we uiteindelijk om zes uur ’s avonds alle kippenpoten, preikoekjes, de vissoep, de citroentaarten en de rijstsalade in stonden te laden voor vervoer naar het feest, was de stress dermate groot dat ik mijn mesje achterliet. En ik heb nog steeds geen kans gezien om het op te halen.

Niet lang daarna gebeurde er een nog veel grotere ramp. Toen verdween zijn broer: het mes met het houten handvat. Hij was al veertien jaar in mijn bezit en nog steeds loeischerp. Hij is mee wezen kamperen, mee op huwelijksreis geweest en vorige week was ie ineens verdwenen. Met het bloemenafval mee, vrees ik. Ik voelde me volkomen onthand. En ontdaan van alle lust tot koken. Want zonder een goed mes is een ui snijden een ellendige bezigheid. Het hoeft voor mij echt geen loeiduur, kunstig vormgegeven joekel te zijn. Nee, doe mij maar een handzaam modelletje. Met kleine, scherpe karteltjes. In wanhoop belde ik vriend B. die mij het zwarte mes ooit cadeau deed en die zorgde gelukkig snel voor een nieuw exemplaar. Plus een reserve. Merk? Victorinox. Zet maar op uw verlanglijst.

Die rijstsalade die we maakten voor dat feest was trouwens erg goed gelukt. Een ideaal gerecht op warme dagen, de wat zurige salade smaakt erg goed bij een visje, of bij iets van de barbecue. Kook of stoom de rijst en laat ’m wat afkoelen. Doe in een schaal een eetlepel goeie mayonaise, een halve eetlepel mosterd, zout en flink peper en het sap van een halve citroen. Spoel de kappertjes af, laat ze uitlekken en doe ze er ook bij. Snij de olijven en de lente-uitjes in flinterdunne schijfjes, hak de ansjovisjes fijn en roer alles erdoor. Laat de artisjokken uitlekken, snij ze in kleine stukjes en dank God op uw blote knieën voor uw scherpe mesje. Schep de rijst erdoor en een flinke hand fijngeknipte kruiden; basilicum of peterselie, of een combinatie van de twee. Roer er eventueel nog wat olijfolie door, als de salade niet smeuïg genoeg is.

Laat de smaken een uurtje goed intrekken en schep alles voor het serveren nog even om. Eet de rijstsalade op kamertemperatuur of – op heel warme zomerdagen – licht gekoeld.

Thuiskok heeft vijf auteurs: Janneke Vreugdenhil (ma),Menno Steketee (di),Roos Ouwehand (woe), Joël Broekaert (do) en Joep Habets (vrij).

In de bijlage Lux schrijftMarjoleine de Vos elke zaterdag een rubriek over eten.

Uw reacties zijn welkom op nrc.nl/koken